We nemen de auto voor zeshonderd meter. Serieus?

We nemen de auto voor zeshonderd meter. Serieus?

Door Karen Cornelis
Ik stap uit de douche en duw met mijn wijsvinger mijn badhanddoek nog eens in mijn oorschelp in de hoop dat ik het slecht gehoord heb. Zeshonderd meter. Met mijn oren is niets mis. Het is ook geen lapsus van de nieuwslezer, want de ochtendkranten delen hetzelfde verhaal: voor verplaatsingen van meer dan zeshonderd meter stappen we in onze auto.

Zeshonderd meter. Verder geraken we dus niet meer op eigen kracht. Om ovenverse pistolets te halen bij de bakker om de hoek. Om ons nageslacht snel, veilig en droog op school te krijgen. Om ze op zaterdag naar het zwembad te rijden. Om onszelf ’s zondags af te beulen in de fitnesszaal. We houden van onze stalen vierwieler want hij is snel, veilig en comfortabel en staat ons altijd trouw op te wachten in onze privégarage.

Rationele reptielen

Wat we gemakshalve even vergeten, is hoe we zondagmiddag pisnijdig thuiskwamen met een brood uit de automaat. Nadat een queeste van tien minuten eindelijk een parkeerplaats opleverde, had het bakkershulpje net het rolluik neergelaten. Dag ovenverse, zondagse pistolets.

“We vergeten al eens hoe vaak ons reptielenbrein achter het stuur zit.”

Waar we ook liever niet aan denken is hoe we vanmorgen in zeven haasten onze nakomelingen de schoolpoort hebben binnen gekeild, om vervolgens weer te laat op ons werk te komen. Een vol kwartier op een traject van nog geen zeshonderd meter. Met twee ruziemakers op de achterbank die elkaar net niet de ogen uitgekrabd hebben. Waar kwamen die verdomde wegwerken plots vandaan? Waarom beginnen die altijd op een regenachtige maandagmorgen als we toch weer iets te laat vertrokken zijn?

Snel, veilig en comfortabel. Jawel. We denken graag dat we redelijke wezens zijn die hun gedrag rationeel onderbouwen en vergeten gemakshalve hoe vaak ons reptielenbrein achter het stuur zit.

Vijf minuten fysieke moed

Zeshonderd meter. Ik heb geen gevoel voor afstand, dus voor alle zekerheid googelmap ik even hoe ver het is van bij mij thuis tot aan de Delhaize waar ik net een pakje kaas en een zak aardappelen ben gaan halen. Precies één kilometer. Duizend meter dus. In het derde leerjaar liet juf Francine ons met een houten meetstok de afstand meten tussen ons dorpsschooltje en het – ondertussen al lang gesloten – postkantoor. Inderdaad: duizend meter oftewel één kilometer. Dit sterk staaltje van ervaringsgericht onderwijs anno jaren tachtig heeft helaas weinig impact gehad op mijn onvermogen om afstanden in te schatten. Vraag me dus niet hoe lang een kilometer is. Geen idee. Maar wat ik wel weet is dat hij met de fiets welgeteld vijf minuten duurt. Is dat nu echt zo’n opgave?

“Zoals dat gaat met verslavingen, kost ons dagelijks shot auto-immobiliteit ons handenvol geld.”

Nog even en we kunnen het woord ‘mobiliteit’ schrappen uit Van Dale. Dan blijft alleen ‘auto-mobiliteit’ over en vergaat het ons zoals de puddingmensen uit de film Wall-E. Hulpeloos als omvergevallen schildpadden zonder gemotoriseerd vervoermiddel onder ons gat, terwijl aandoenlijke robotjes onze planeet opruimen die we vervuild en onleefbaar hebben achtergelaten. Dat het maar een animatiefilm is en dat ik niet zo moet overdrijven? Het zou de eerste keer niet zijn dat de realiteit de fictie inhaalt. Als ze niet in de file staat tenminste.

Auto-matisme

Zeshonderd meter. Naar de bakker. Naar school. En – godbetert – de fitnesszaal. We doen het met de auto omdat we het altijd zo gedaan hebben. Het is zoals met – inderdaad ja –  ­­autorijden: je draait de sleutel om, ontkoppelt terwijl je het gaspedaal induwt en zet ondertussen de handrem uit. Het was een hele klus om het geleerd te krijgen, maar nu gaat het als vanzelf. Je wil ergens naartoe en je stapt de auto in. Zonder nadenken. Wat ooit een fantastische uitvinding was om in no time van punt A naar punt B te rijden, is een slechte gesimoniseerde gewoonte geworden die onze mobiliteit compleet ondermijnt. We hebben een collectieve verslaving die koning auto heet.

En zoals dat gaat met verslavingen, kost ons dagelijks shot auto-immobiliteit ons handenvol geld. Ik heb het dan niet alleen over de wekelijkse passage aan de pomp of de jaarlijkse overschrijving aan de Vlaamse Belastingdienst. Denk: fijn stof. Dichtgeslibde wegen. Verkeersinfarct. Maar ook voor deze verslaving geldt dat we kunnen afkicken.

Zeshonderd meter. Het is een kwestie van fietsen of filelijden, bewegen of stilstaan. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik heb mijn keuze al gemaakt.

 

Karen Cornelis is een eeuwige twijfelaar met een communicatieverleden. Ze baant zich een weg als freelance tekstmaker. Ze leeft om te leren en boetseerde twee schepsels van vlees en bloed die haar beurtelings inspireren en irriteren.
Foto: Istock
1 reactie
  • Alexandra says:

    Ik ben een fervente voetganger. Toen ik mijn kinderen indertijd te voet (een kwartier!!) naar school bracht, keek iedereen me aan alsof ik gek ben. ‘En wat als het regent?!’ ‘Dan word ik nat.’ waarna ik ze mijn paraplu toonde. Nog steeds wandel ik met plezier de 20 minuten naar het station of het centrum. Het gaat er bij mij niet in dat mensen zelfs de auto pakken om naar een centrum van de stad te gaan. Vaak moeten ze langer zoeken naar en lopen van hun parkeerplaats dan als ze zouden gewandeld hebben. De trein en dan te voet is zoveel rustiger en aangenamer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!