Samenwerking

CÎME wil de cosmeticasector tonen dat het anders kan

Een eigen onderneming starten is een grote stap en al helemaal in tijden van economische crisis. Isabel Coppens en Anke De Boeck startten zeven jaar geleden met hun biologische en fairtrade cosmeticamerk CÎME en kunnen met trots zeggen dat ze al meer dan 150 verdeelpunten hebben. Foto’s: Studio Nunu

Een gemiddelde Belgische vrouw gebruikt vijftien producten op haar huid. Hoewel steeds meer mensen in opstand komen tegen schadelijke stoffen in cosmetica, draait de sector maar traag bij. Denk maar aan producten zonder parabenen. Vaak gebruiken de producenten even schadelijke alternatieven. CÎME draagt met trots het Ecocertlabel, een bewijs voor fair trade, milieuvriendelijke en biologische producten.

Jullie maken producten met ingrediënten van natuurlijke oorsprong. Is het belangrijk voor jullie dat het bio is?
Anke: “Voor mij was het een natuurlijke stap om biologische producten te ontwikkelen. Mijn vader heeft een bedrijf dat essentiële oliën ontwikkelt voor cosmetica. Ik ben opgegroeid met bioproducten, dus mijn voorkeur heb ik van thuis meegekregen.”

“We willen niet enkel overtuigde bioklanten. We willen ook het grote publiek bereiken.”

Isabel: “Ik heb een super gevoelige huid en ik reageer intolerant op verschillende cosmeticaproducten. Zoals zoveel vrouwen heb ik heel hard gezocht naar een goed verzorgingsproduct en ik testte op aanraden van de dermatoloog zowaar elk product uit de apotheker, maar het ideale product vond ik niet. Dan ben ik overgestapt naar de biosector, maar het aanbod was teleurstellend. De producten waren veel minder luxueus dan een standaard cosmeticaproduct.”

Was het jullie doel om bioproducten uit de donkere groene hoek te halen?
Isabel: “We willen een product waarvan de klant overtuigd is. In de eerste plaats moet het een goed product zijn met een fijne textuur en een lekkere geur en daarbovenop is het ook nog eens biologisch. We willen niet enkel overtuigde bioklanten. We willen ook het grote publiek bereiken. We hebben onder andere kankerpatiënten die producten zonder hormoonverstoorders willen of mensen met een heel gevoelige huid die vaak allergisch reageren op synthetische parfums. Wij zijn voor hen een veilig merk zonder slechte chemische stoffen.”

Anke: “Wij zijn beiden eigenlijk typische CÎME klanten. We maken enkel dingen die we zelf nodig hebben. We zijn dan ook grootgebruikers van onze producten en dat is ook wel onze drijfveer: we maken altijd producten die ideaal zijn voor onszelf.”

Jullie waren beide oorspronkelijk advocaat. Hoe zijn jullie op het idee gekomen om een lijn huidverzorgingsproducten te ontwikkelen?
Isabel: “We kennen elkaar al langer, al van het middelbaar, maar we zijn echte goede vriendinnen geworden tijdens onze studie rechten in Gent. Na een examen fiscaal recht hebben we in onze bikini aan de Blaarmeersen een pact gesloten: als we ooit een eigen onderneming zouden starten, zouden we het samen doen. Later heeft een journalist dat pact omgedoopt tot bikinipact.”

“Terwijl we nog fulltime werkten als advocaat hebben we de eerste lijnen en producten ontwikkeld.”

Anke: “We hadden dan wel een pact, maar we hadden nog geen concreet idee. Dat is er pas gekomen nadat ik in 2009 met mijn papa, Walter, naar de Indische Himalaya ben gegaan. Tijdens een trektocht in Ladakh herkende hij veel planten van zijn tijd in Nepal. Hij werkte daar rond medicinale planten voor een project voor de VN.

Tijdens één van de kampvuren op de trektocht wisselden we ideeën uit. Ik wilde niet voor de rest van mijn leven advocaat zijn, want mijn grote droom was een eigen onderneming en mijn vader wilde iets doen met de speciale planten van de Himalaya.”

CÎME kreeg dus vorm in de bergen van de Himalaya?
Isabel: “Inderdaad. Anke is teruggekomen van die reis met een concreet idee. We besloten toen redelijk snel om er voor te gaan. De naam CÎME refereert ook naar de bergen: het is het Franse woord voor bergtop en de circonflexe op de ‘I’ is een bergtopje.”

Het idee was er, maar dan begint pas het echte werk. Hoe zijn jullie daar aan begonnen?
Isabel: “Tijdens een periode van twee jaar hebben we, terwijl we nog fulltime werkten als advocaat, de eerste lijnen en producten ontwikkeld. Dat was een periode van weinig slaap en hard werken. We hebben partners, labo’s en packagingfabrikanten gezocht en Walter heeft met de boeren in Nepal samengezeten. Hij heeft een cruciale rol. Enerzijds spreekt hij Nepalees en anderzijds heeft hij heel veel lokale contacten uit de tijd dat hij daar woonde.”

Anke: “Pas toen we echt onze volledige lijn producten hadden ontwikkeld, zegden we onze job op. We hadden op dat moment een lijn met zes producten die nog steeds de basis van ons gamma vormt.”

Isabel: “Het grote risico was dat je niet met kleine hoeveelheden kan starten. We hadden duizenden flesjes. Dus als het een flop werd, hadden onze vrienden en familie tot het einde van hun dagen onze producten moeten smeren. We gaven een groot evenement voor de officiële start van CÎME. Voor velen was dat wel een grote stap die we namen, maar eigenlijk was die stap al twee jaar eerder gezet toen we al ons spaargeld er in staken.”

“Als het een flop werd, moesten vrienden en familie tot het einde van hun dagen onze producten smeren.”

Was het openingsevenement ook het moment dat jullie je producten gingen verdelen?
Anke: “Ja, en dat was wel een beetje een domper op de feestvreugde. Het evenement was een succes, maar het waren natuurlijk onze vrienden en familie die onze producten kochten. De maandag daarop viel onze frank dat we op pad moesten om verkooppunten te regelen. Er ging natuurlijk niemand vanzelf naar ons komen. Het was daarbovenop ook nog crisis. Biowinkels hadden hun cosmeticagamma afgebouwd en waren niet zo happig om onze producten te verkopen. En dat doet pijn, want het is wel onze baby.”

Isabel: “Nu zijn we zeven jaar verder en contacteren nieuwe winkels óns om onze producten te mogen verkopen.”

Anke: “Ook winkels die ons in het begin afwezen, vragen of ze ons toch niet mogen verdelen. Dat is wel heel leuk.”

Waarom gebruiken jullie voornamelijk producten uit het Himalayagebergte?
Isabel: “De planten die in het Himalayagebergte groeien, zijn heel speciaal. Ze hebben zich aangepast aan de extreme omstandigheden, namelijk felle UV-stralen, weinig zuurstof, en grote temperatuursverschillen. Zowel dag-nacht als zomer-winter. Ze zijn dan wel kleiner dan bij ons, maar ze zijn hypergeconcentreerd aan actieve bestandsdelen, aan vitaminen en aan anti-oxidanten.

We wilden die bijzondere planten gebruiken, maar we wilden ook iets terug doen voor de regio. We werken daarom samen met lokale coöperatieven die de planten kweken, oogsten en verwerken. Ongeveer een 50-tal gezinnen hebben een vast inkomen dankzij ons. De lokale, eeuwenoude kennis combineren we met moderne kennis van het Westen. Samen met het lokale team bekijken we voor elk ingrediënt hoe we dat zo ecologisch en ethisch mogelijk kunnen kweken en destilleren.”

“De lokale, eeuwenoude kennis combineren we met moderne kennis van het Westen.”

Voor elk ingrediënt hebben jullie een uniek verhaal, maar welk project is jullie favoriet?
Isabel: “Dat is dan toch wel het abrikozenproject. De abrikoos groeide van nature niet in de Himalaya, maar de lokale overheid heeft deze in de jaren 60 massaal aangeplant. De bevolking had namelijk last van ziektes door te eenzijdig voedsel. Ze doen echter niets met de pitten. Samen met een lokale organisatie hebben we een project opgezet waarbij vrouwen de pitten verzamelen en er een olie van persen. Zo wordt een afvalproduct een opbrengstproduct. Met kleine persen kunnen vrouwen thuis werken en zelf een inkomen generen. En dat draagt weer bij aan de emancipatie van de vrouw in de regio.”

Jullie ingrediënten komen van Nepal. Dat heeft toch een grote impact op het milieu?
Anke: “Hoewel we niet kunnen verhinderen dat we een CO2-uitstoot hebben, proberen we die wel zoveel mogelijk te beperken. Doordat de ingrediënten ter plekke worden verwerkt kunnen we onze ecologisch voetafdruk al heel wat inperken. Daarnaast hebben we dit jaar berekend wat onze totale CO2-uitstoot is en om die te compenseren, hebben we een bos aangekocht via een Belgische organisatie. Zij planten bomen in een regio in India dat heel veel bossen is verloren door boskapping voor de landbouw.

“Om onze CO2-uitstoot te compenseren, hebben we een bos aangekocht.”

Ook met onze verpakking zoeken we actief naar de beste oplossing. De verpakking van de handcrème en bodylotion zijn sinds kort op basis van suikerriet. Onze nieuwe producten die we dit najaar gaan lanceren, gaan honderd procent uit post-consumer-recycledmateriaal bestaan, dus volledig van het afval uit de PMD zak. We willen in de toekomst ook een refill systeem opzetten, zodat we zelfs nog minder verpakkingen moeten produceren.”

Isabel: “De cosmeticasector is niet bekend als de meest ethische sector. Ook al zijn wij een winstgevend bedrijf, bij elke beslissing houden we rekening met de biologische en ethische factoren. En als het ons lukt om op kleine schaal met een klein marketingbudget ethisch en ecologisch te werken, moeten de grote spelers het zeker kunnen. Het is onze persoonlijke drijfveer om de sector een geweten te schoppen en te tonen dat het ook op een juiste manier kan.”

Foto’s: Studio Nunu
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met CÎME. Charlie werkt samen met merken die we leuk vinden. Zo helpen we elkaar vooruit.

Schrijf je reactie

Jana De Ridder is een student journalistiek die nog de hele wereld aan haar voeten heeft en ook vastberaden is om die wereld te ontdekken. Nieuwsgierig steekt ze haar neus in andermans zaken en met pen, potlood of verfborstel probeert ze haar omgeving vorm te geven.

Lees verder in Zin in

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen