“Ik leg de lat heerlijk laag”

“Ik leg de lat heerlijk laag”

Onlangs ging ik over tot de spectaculaire aankoop van (tromgeroffel)… wat potloden en papier. Wie nu een grootse aankondiging voelt aankomen, zal echter bedrogen uitkomen. Nee, hier volgt geen Facebookstatus-achtige declaratie, genre ik stop met drinken, ik stop met roken, of – ironischer – ik stop met Facebook. Ik ga gewoon af en toe wat tekenen.

De eerste twintig jaar van mijn leven tekende ik zeer veel en graag. Een van mijn beste jeugdherinneringen was het moment dat mijn ouders besloten om opnieuw te behangen. Toen al het oude seventies-papier van de muren was geweekt, gestoomd en geschraapt, bleef er een in mijn ogen maagdelijk wit canvas over.

Of ik wat?

Op de muur mocht tekenen.

Op de muur tekenen?

Ja, jullie gaan er toch weer behangpapier overheen hangen. Dus niemand zal het ooit zien.

(Behalve dan eventuele toekomstige bewoners, die op hun beurt ook het eighties-papier niet zouden kunnen smaken, maar zo slim ging ik mijn ouders niet maken.)

Tot mijn verbazing zeiden ze: oké, doe maar. Als kind besef je nooit echt hoe erg graag je ouders je zien.

“In al zijn tijdelijkheid en vergankelijkheid was het toch een onvergetelijke dag.”

Dus ging ik aan de slag. Ik begon in de keuken. Onnozele mannetjes, gebouwen, gevechten tussen straaljagers en aliens. Al gauw ontplooide er zich een surrealistisch, in een dunne zwarte stift afgelijnd landschap op de keukenmuren. Dan naar de living, voor het vervolg. Een race tegen de tijd, want de behangerslijm werd al gemengd en er waren nog geen smartphones of tablets om de capriolen van het kroost mee te vereeuwigen. In al zijn tijdelijkheid en vergankelijkheid was het toch een onvergetelijke dag.

Later in het middelbaar – we woonden ondertussen in een nieuw huis, zonder kindertekeningen achter het behang, zo had ik eigenhandig kunnen vaststellen toen we erin trokken en wederom aan het schrapen en pappen sloegen – kreeg ik voor het eerst echte tekenles. Geen vingerverven of geklieder met Disneyprenten, maar heus modellenwerk en stillevens.

Onze lerares was Suz Van Boeckel, en zoals ik pas veel later te weten kwam was zij de moeder van muzikant en zanger Bart Peeters. Een uncanny gelijkenis trouwens. Het enthousiasme heeft hij duidelijk van zijn moeder geërfd, want zij wist als geen ander de sluimerende creativiteit in tienerharten los te weken.

“Die vaas met bloemen die ik natekende leek op een zieke palmboom.”

Desalniettemin suckte ik big time in de tekenles. Of beter, ik slaagde er maar niet in om op een overtuigende manier iets na te tekenen. Die vaas met bloemen leek op een zieke palmboom. Elk stuk fruit zag er op papier uit alsof we er mee zouden gaan voetballen wanneer de bel ging.

Wat wel vlot ging, was vrij tekenen. Gewoon iets laten opborrelen en via een paar losse lijnen kijken wat je onderbewustzijn tevoorschijn toverde op het papier. Gevleugelde monsters, depressief kijkende gezichten, blote vrouwen. Tienerdingen, kortom. Al gauw kocht ik een extra blok tekenpapier van de voorraad op school en op woensdag en in het weekend sleet ik regelmatig enkele uren achter mijn bureau met een potlood in de hand.

Enkele jaren later volgde de universiteit en de daarbij horende rollercoaster richting volwassenheid, die zoveel van de voorkeuren en gewoonten van je tiener-zelf zonder ticket achterlaat bij de kassa. Zo ook met mijn potlood en papier.

En dus tekende ik twintig jaar lang niet. Tot ik op een dag zag hoe mijn zoon van zes ’s ochtends uit zijn bed sprong, de trap afliep en – als allereerste wat hij deed – in de woonkamer aan de tafel ging zitten met een wit blad en wat stiften. Hij doet dat bijna elke dag. We hebben zelfs een voorraad tekengerei in de schuif onder zijn bed gestopt, wat in het weekend een garantie is op minstens een uur extra slapen voor ma en pa.

“Nee, ik leg de lat heerlijk laag. Ik ga me niet op tekenlessen storten om de volgende Da Vinci te worden.”

Ik vroeg me af waarom ik dat eigenlijk niet meer deed. In plaats van me urenlang blind te staren op schermen vol wereldleed en waan van de dag. Het idee voelde bevrijdend. Even heb ik wel getwijfeld. Ik zag er tegenop: uitzoeken waar ze tekenles geven, me inschrijven, na het werk ernaar toe hollen.

Maar toen besefte ik dat dat allemaal niet hoeft. Ik kan ook gewoon wat potloden en papier kopen. Het is niet omdat diezelfde beeldschermen me wijsmaken dat mensen tegenwoordig niet lopen maar trainen voor een marathon, dat ze geen cake bakken maar de Taj Mahal nabootsen in glazuur, dat ze niet klussen maar designmeubels maken, en ga zo maar door… dat dat ook voor mij hoeft te gelden.

Nee, ik leg de lat heerlijk laag. Ik ga me niet op tekenlessen storten om de volgende Da Vinci te worden of mezelf proberen herontdekken middels kleurprenten voor volwassenen. Ik ga gewoon doen wat ik tot twintig jaar geleden deed. Wat schetsen en droedelen bij momenten, puur voor het plezier.

Het enige spijtige is dat wij geen behang hebben aan de muren thuis.

 

Foto: Istock
3 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!