Openhartig

“Die paar extra haartjes betekenen zo veel voor mij”

“Die paar extra haartjes betekenen zo veel voor mij”

Het transitieproces brengt voor transpersonen meer dan alleen fysieke veranderingen met zich mee. Transman Yordan Et Talie (21) getuigt. “Ik heb de impact van de transitie op mijn psychische welzijn echt onderschat. De hormoonbehandeling zorgde voor felle stemmingswisselingen.” Na de borstamputatie vond Yordan uiteindelijk rust. Tekst & foto’s: Emily Nees.

Op een bankje tussen de bloesems, momenteel nog in zijn gedachten verzonken, zit hij. Ik ontmoet Yordan Et Talie (21), kelner in Thaïs restaurant Tamo in Antwerpen, op één van de rustigste plekjes van ’t Stad. “Het Stadspark doet me mijn zorgen vergeten”, vertelt Yordan. “De stilte brengt rust.”

Het is niet toevallig dat we elkaar hier tegenkomen. Yordan brengt graag een bezoekje aan één van de parken in Antwerpen. Dat doet hij om alles op een rijtje te zetten. Als transman heeft hij dan ook geen rotsen, maar bergen beklommen. Het fysieke transitieproces woog en weegt soms nog zwaar op zijn mentale gezondheid. Zo bracht de hormoonbehandeling hevige emoties met zich mee. Inmiddels is hij die negatieve gevoelens de baas.

“Mijn psychiater van het Universitair Ziekenhuis Gent leerde me om alles wat me dwarszit neer te pennen. Eerst vond ik het maar onzin. Een dagboek bijhouden klonk belachelijk. Nu geef ik toe: het helpt. Als ik me slecht voel, schrijf ik alles van me af.” Dit keer doet niet een notitieboekje, maar wel ikzelf dienst als uitlaatklep. We blikken samen terug op de ups en downs van zijn coming-out en transitie.

Wanneer heb je beseft dat je je man voelt?
“Mijn hele leven ben ik jaloers geweest op mijn broer. Hij mocht voetballen en allerlei andere mannendingen doen. Dat wilde ik ook. Bij de meisjes voelde ik mij totaal niet thuis. Rokjes aandoen of make-up dragen, was niet aan mij besteed. Als iemand mij meisje noemde, werd ik gek.

“Ondertussen zijn mijn vader en ik opnieuw beste vrienden. Ik heb het hem vergeven, maar vergeten zal ik het nooit.”

Het heeft wel even geduurd voordat ik besefte dat ik in een verkeerd lichaam ben geboren. Aanvankelijk dacht ik dat ik gewoon lesbisch was. Toen ik me op twaalfjarige leeftijd als lesbienne heb ge-out, heeft mijn vader mij verstoten. Hij is Marokkaans. In zijn cultuur is homoseksualiteit een ziekte, een gen dat mis is. Vier jaar later vertelde ik aan mijn familie dat ik transgender ben. Dat wilde hij eveneens niet accepteren. Daardoor voelde ik mij enorm slecht. Een depressie stak de kop op. Ik kon niet praten over meisjes, zoals mijn broer deed. Ik mocht mezelf niet zijn en heb alles altijd verzwegen voor mijn vader.

Gelukkig is hij rond mijn zestiende helemaal gekeerd. Toen ben ik namelijk in een coma beland. Het had niets te maken met mijn transitie, maar wel met mijn glutenallergie. Door een bijkomende verkoudheid had mijn lichaam te weinig weerstand om zich te verweren. Het voorval heeft zijn effect niet gemist. Mijn vader stond op het punt om zijn kind te verliezen. Het was voor hem een reality check. Ondertussen zijn we opnieuw beste vrienden. Ik heb het hem vergeven, maar vergeten zal ik het nooit.”

Hoe reageerde de rest van je familie?
“De familieleden langs vaders kant staan negatief tegenover mijn transgender-zijn. Ik heb geen contact meer met hen, omdat ik weet hoe ze over mij denken. Ik verraad zogezegd mijn eigen lijf. Het gaat in tegen het islamitische geloof. Wie ben ik om te zeggen dat het niet waar is?

Langs mama’s kant speelt hetzelfde probleem. Haar Zuid-Afrikaanse bloedverwanten zijn christelijk opgevoed. Die hebben het ook niet altijd makkelijk met mijn transitie, zeker de oudere generatie niet. Maar ze vormen geen hinderpaal, want zij wonen duizenden kilometers verderop.

Het belangrijkste is voor mij dat ik op mijn ouders kan rekenen. Dat betekent erg veel voor mij. Die steun is zo belangrijk, vooral tijdens de transitie. Het is moeilijk om dat proces alleen te doorstaan. Petje af voor de mensen die dat kunnen. Mij zou het zeker niet lukken. Ik heb zo vaak uitgehuild op mama’s schoot.”

Wat veroorzaakte die huilbuien tijdens je transitie?
“Vooral dat het proces zo traag verliep. De tijd stond stil. Ik wilde gewoon dat alle ingrepen achter de rug waren. Telkens moest ik helemaal naar Gent om daar opnieuw en opnieuw mijn uitleg te doen. Ik moest constant in de spiegel kijken. Toen ik na het vijfde gesprek nog steeds geen vooruitgang zag, kreeg ik last van zelfdodingsgedachten.

“Ik moest opnieuw en opnieuw mijn uitleg doen en constant in de spiegel kijken.”

Ook voor mijn ouders was het niet altijd even simpel. De ochtend voor mijn borstoperatie kreeg ik ruzie met mama. Zij had het gevoel dat ze haar dochter ging verliezen en dat woog zwaar. Het was niet leuk om al bekvechtend onder narcose te gaan. Ik voelde mij slecht en schuldig. Diep vanbinnen wist ik dat het gewoon overweldigend was voor haar en dat ze het niet meende. Ik begrijp haar reactie wel. Het gaat tenslotte om haar kind.

Eigenlijk heb ik de impact van het proces op mijn eigen mentale gezondheid onderschat. Naast de confronterende gesprekken doet de hormoonbehandeling zoveel met je. Ik ben er zelfs even mee gestopt, omdat het me agressief maakte. Mijn hormoonspiegel ging constant op en neer en ik kampte met felle stemmingswisselingen. Stress, liefde, blijheid, verdriet: ik worstelde met allerlei emoties door elkaar. Dat maakte het moeilijk. Toen wist ik niet hoe ik die gevoelens moest plaatsen. De transitie is een soort tweede puberteit en dat is heftig.”

Heb je psychologische hulp gezocht?
“Voor ik in transitie ging, bezocht ik een psychologe om over mijn depressie te praten. Maar dat hielp niet. Ik heb sowieso moeite om me open te stellen voor anderen. Alleen stond ik er echter niet voor. Mama is altijd mijn grote steun geweest. Eigenlijk was zij mijn therapeute. Ik vertelde alles aan haar: hoe ik mij voelde, waar die emoties vandaan kwamen en hoe ik de toekomst zag. Zij gaf mij dan tips om met die gevoelens om te gaan.

Vanaf het moment dat ik naar het UZ Gent trok, stond een psychiater mij bij. Hij heeft een grote rol gespeeld in mijn transitieproces. Aan hem kon ik alles, maar dan ook alles vertellen. Wat ik ook zei, het bleef tussen vier muren. Hij veroordeelde mij nooit. Ik snap waarom de psychische opvolging verplicht is, want je hebt echt een uitlaatklep nodig. Ik bezoek hem nu nog om de zes maanden om te bespreken hoe het met me gaat.”

Hoe gaat het nu dan met je?
“Het gaat redelijk goed. Ik ben zo gelukkig dat die borstoperatie voorbij is. Mijn borsten moesten echt weg, want anders zou ik doordraaien. Bovendien mag het resultaat er zijn. Ook kreeg ik veel positieve reacties, doordat ik mijn verhaal online deelde. Enkele transpersonen vonden dankzij mij de moed om uit de kast te komen of om naar het ziekenhuis in Gent te stappen. Daar heb ik enorm veel voldoening uitgehaald. Ik heb mensen geholpen en dat is voor mij het voornaamste.

“Als ik aan het daten ben, weet ik niet of ik meteen moet vertellen dat ik trans ben.”

Soms heb ik een mindere dag. Zo zit de geslachtsoperatie me dwars. Die ingreep heb ik nog niet laten doen. Dat hakt er wel in, zeker op deze leeftijd. Iedereen heeft last van onzekerheden en het geslacht is de mijne. Wanneer ik bijvoorbeeld aan het daten ben, weet ik niet of ik het aan die persoon moet vertellen dat ik trans ben. Ik wil eerlijk zijn vanaf dag één, maar is dat nodig om iedereen vanaf de eerste dag te overvallen? Ik wil gewoon dat het achter de rug is, maar ik ben wel bang voor de pijn en de tijd die de ingreep in beslag neemt. Van mijn transvrienden hoor ik dat ze verplicht zes weken zitten te niksen. Dat klinkt verschrikkelijk in de oren.

Ondertussen heb ik wel mijn hormonenbehandeling verdergezet. Het verschil is te merken. Mijn stem is eindelijk weer wat zwaarder en ik heb opnieuw baardgroei. Die paar extra haartjes betekenen zo veel voor mij. Ze voelen aan als een hele baard. Die kleine dingen doen het hem wel. Over het algemeen heb ik niets te klagen. Ik ben een gelukkige jongen. Zo nu en dan heb ik een mindere dag, maar dat hebben we hebben we allemaal wel eens, toch?”

Tekst & foto’s: Emily Nees, studente journalistiek aan de PXL hogeschool.

Schrijf je reactie

Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

Lees verder in Mensen

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg:

  • 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.
  • En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Ik word lid!

50
Vrienden van Charlie

Ook Charlie friend worden? Stuur een mail voor info naar sophie@charliemag.be

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen