“Nooit had ik meer zelfvertrouwen”

Wat er gebeurt wanneer je een project over body image naar jongeren brengt

“Soms vraag ik mij af of enkel ik zorgen heb over mijn lichaam.” Yousra (16) spreekt openlijk over haar onzekerheden. “Hierdoor kan ik mij alleen voelen, maar dat veranderde toen ik het verhaal hoorde van Sabine en Leslie.” Yousra zit rond de tafel met acht leeftijdsgenoten. Ze knikken instemmend. “Wij moeten ons niet schamen voor ons lichaam, dat heb ik onthouden,” zegt Samra (16).

De meisjes woonden net een lezing bij van Sabine Peeters en Leslie Hodge. Sabine beschrijft zich als “een voorvechtster voor meer body positivity.” Een kentering in het negatieve lichaamsbeeld van jongeren is broodnodig, vindt zij. Als voormalige ervaringsdeskundige in het niet-lekker-in-je-vel zitten trekt Sabine ten strijde tegen een negatief lichaamsbeeld. Gebaseerd op haar boek ‘Lief voor mijn Lijf’ organiseert Sabine lezingen waar zij de oorzaken en gevolgen van een negatief lichaamsbeeld blootlegt. Maar ze reikt ook oplossingen aan. “Wij praten met jongeren over hoe zij hun identiteit meer kunnen vormgeven door de talenten die zij hebben.” Leslie Hodge vergezelt Sabine. Als klinisch psychologe werkt Leslie vaak met jongeren die worstelen met hun lichaamsbeeld. “Spreken over deze gevoelens van onzekerheid is cruciaal. Een gevoel van erkenning is de eerste stap naar een mildere kijk op je lichaam,” vertelt ze.

Ik was erbij toen Sabine en Leslie voor de eerste keer hun boodschap naar jongeren brachten. “Ik zal nooit vergeten dat Sabine openhartig vertelde over haar eetstoornis,” zegt Samra, “dat vraagt moed”. Het spontane applaus na deze inleiding op de lezing bewijst dat het project iets teweegbrengt bij adolescenten. Voer voor een openhartig gesprek met Sabine, Leslie en acht 16-jarige dames.

De jongedames van 4 humane wetenschappen, Atheneum Mariakerke (Gent). Boven: Yousra, Kaat en Gizem. Midden: Samra, Mathisse en Evita. Onder: Britt en Annelies

Werk aan de winkel

De cijfers liegen niet. 58 procent van de 15-jarige meisjes en 28 procent van de 15-jarige jongens vindt zichzelf te dik volgens een recent rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie. Vlaamse jongeren hebben een negatiever lichaamsbeeld dan hun leeftijdsgenoten in andere Westerse landen. En ze hechten blijkbaar groot belang aan de mate waarin hun lichaam beantwoordt aan het slanke schoonheidsideaal. Extrinsieke levensdoelen noemen psychologen dit. Blijkt dat je welbevinden lijdt onder dit streven naar het perfecte uiterlijk. Alleszins laat een identiteit gebaseerd op extrinsieke levensdoelen, waar ook financieel succes en populariteit toe behoren, je achter met een fragiel welbevinden.

“Je voelt je niet bepaald lekker in je vel wanneer je denkt dat het ideale meisje 1.70 m is en 45 kilo weegt.”

Want zeg nu zelf: je voelt je niet bepaald lekker in je vel wanneer je, zoals Amerikaanse meisjes, denkt dat het ideale meisje 1.70 m is en 45 kilo weegt. Jouw lichaam ziet er hoogstwaarschijnlijk anders uit. En zelfs als je voldoet aan de norm, kan elke hamburger er te veel aan zijn. Zo bewijst empirisch onderzoek dat ontevredenheid met je lichaam bij vrouwen leidt tot de uitoefening van meer controle over je eetpatroon. Je let dan op je voeding omdat je een ideaal lichaam wil en niet omdat je gezond wil zijn. Want gezondheid is wel een intrinsiek doel. Kaat (15) herkent zich in dit onderzoeksresultaat: “In de zomer verschijnen op sociale media vaak foto’s van meisjes in bikini. Dan merk ik dat ik meer op mijn gewicht let, voor een week ofzo.”

De wetenschap duidt niet één schuldige aan voor de grote focus van jongeren op het uiterlijk. Verschillende socialisatiefactoren werken samen in een complex proces. “Zowel in het gezin, van je vrienden, op school en in de media kan je het idee meekrijgen dat je pas echt waardevol bent als je lichaam er op een bepaalde manier uitziet,” verduidelijkt Leslie. “Daarom belichten wij in onze lezingen al deze facetten,” voegt Sabine toe.

Links Sabine Peeters, rechts Leslie Hodge. © Elias Peeters

Kritisch en toch beïnvloed

Media zijn een belangrijke bron van informatie om te weten welk beeld een samenleving ophangt van ‘het officiële lichaam’, zoals de Amerikaanse feministe Naomi Wolf het noemt. Uit diverse experimenten blijkt dat blootstelling aan mediabeelden van slanke vrouwenlichamen ervoor zorgt dat vrouwen zich meer vergelijken met deze lichamen. Het perfecte lijf heb je dan nooit. Niet bepaald een opkikker voor je lichaamsbeeld. Gizem (16) bevestigt dat jonge vrouwen “hun lichaam vergelijken met de vrouwen die wij zien in videoclips en in magazines.” En deze perfecte lijven beïnvloeden hoe zij kijkt naar eten. “Thuis eet ik vaak aan een salontafel waarop vrouwenmagazines liggen. Ik zie die mooie meisjes dan terwijl ik eet. Ik leg die boekjes gewoon weg want op dat moment wil ik zo’n beelden niet zien.”

Nochtans werken geïdealiseerde mediabeelden niet als ‘een injectienaald’, zoals de Nederlandse onderzoekster Linda Duits het verwoordt. Onderzoek van de Amerikaanse psychologe Nancy Frazer toonde in 1987 al dat meisjes de schoonheidsidealen in vrouwenbladen in vraag stellen. “Ik wist al dat reclamemakers de lichamen in advertenties fotoshoppen,” zegt Evita (16), “maar door de voor-en-na-beelden te zien die Sabine ons toonde begrijp ik nog beter hoeveel werk er kruipt in een ‘ideaal lichaam’. Geruststellend wel.”

“Je moet constant herhalen dat deze perfectie niet de enige definitie van schoonheid is.”

Meisjes mogen dan dertig jaar na het onderzoek van Frazer nog steeds vrij mediawijs zijn, de mediacultuur is wel sterk veranderd. Mannen én vrouwen worden steeds meer getoond als voorwerpen om naar te kijken. Wetenschappers verwachten dat deze objectivering ons minder mild zal stemmen tegenover lichamelijke imperfecties. Want die verpesten het perfecte plaatje. Daarom blijft Leslie er van overtuigd dat “het cruciaal is dat je jongeren ervan bewust maakt dat de lichamen die zij zien in mediabeelden bewerkt zijn. Je moet constant herhalen dat deze perfectie niet de enige definitie van schoonheid is. Dit doe je in eerste instantie door het bewerkingsproces van beelden te tonen.”

Bovendien “is weten één ding en voelen een ander,” zegt Sabine. “Je kan begrijpen dat de beelden fake zijn en toch ergens wensen dat jij er ook zo uitzag. Mensen, en misschien adolescenten meer dan anderen, blijven gevoelig aan deze vergelijking.” Kritisch staan tegenover de perfecte lijven uit de media betekent dus niet dat je automatisch liever gaat zijn voor je schoonheidsfoutjes. Maar je moet ergens starten.

Links Britt, rechts Yousra. © Elias Peeters

Normaal is niet sletterig

Sabine vertelt dat “aanvaard worden in de groep voor jongeren hét belangrijkste is.” Een studie naar de cultuur van meisjes in middelbare scholen wijst uit dat ‘normaal zijn’ en ‘een normaal uiterlijk’ hebben, essentieel is voor tienermeisjes. Want zo horen ze er bij. Maar “normaal is sterk afhankelijk van school tot school, elke kleine gemeenschap trekt daar eigen grenzen,” zegt Leslie. “Op sommige scholen zal de focus liggen op gewicht en op andere scholen geeft merkkleding dan weer de doorslag.”

Mathisse (15) vertelt dat “gewicht en huidskleur er weinig toe doen.” Kledij bepaalt wat normaal is op hun school: “gewoon jeans, sneakers, trui.” “En zeker niet té bloot”, zegt Britt (16), “zoals shorts waar je de billen kan zien. Daar controleren meisjes elkaar sterk op. Je mag er echt niet te bloot bijlopen.” Allemaal knikken ze. Een normaal uiterlijk houdt dus in dat jij je niet té geseksualiseerd kleedt want “anders denkt iedereen dat je gemakkelijk te versieren bent,” verduidelijkt Yousra. Het woord ‘slet’ valt snel.

“Je mag er echt niet te bloot bijlopen. Daar controleren meisjes elkaar sterk op.” 

Sabine ziet “een evolutie bij jongeren naar een minder open houding tegenover seksualiteit. Belangrijk is de invloed van de online wereld. Daar wordt snel aan slutshaming gedaan. Dus het is niet verbazingwekkend dat je sletvrees ook ziet op de speelplaats. Ik betreur dit fenomeen: deze jonge vrouwen zijn volop hun seksuele identiteit aan het ontwikkelen. Gekwetst worden omwille van deze zoektocht kan sporen nalaten. Ik ben alvast blij dat ik op mijn zestiende kon rondlopen in een kort topje zonder dat ik ooit als slet werd weggezet.” Leslie meent wel dat “het getuigt van een erg open visie dat op deze school lichaamsvorm en huidskleur er weinig toe doen als maatstaf voor een normaal uiterlijk. Maar wetten over het ideale uiterlijk zie je overal opduiken. Hier dus gelinkt aan seksualiteit.” Ook Leslie betreurt de impact van lichaamsnormen “omdat jongeren zo minder zichzelf kunnen zijn. Er blijft dan minder ruimte over om competenties te ontwikkelen die werkelijk bijdragen tot hun welzijn.”

Mathisse. © Elias Peeters

Het belang van vrienden

Jongeren anno 2017 bepalen onderling normen voor het ideale uiterlijk. “Het besluit is dat zij nooit het buitenbeentje willen zijn,” vertelt Leslie. Daardoor zie je dat de levensdoelen van adolescenten sterk lijken op die van hun peergroup of vrienden. Zo zoeken jongeren die belang hechten aan extrinsieke waarden, zoals het uiterlijk, elkaar op en worden vrienden. Zij versterken elkaar dan in het nastreven van een perfect lichaam. Mathisse denk alvast dat “nog meer dan de perfectie die we zien in de media, de beïnvloeding van vrienden directe invloed heeft op je lichaamsbeeld.” Yousra bevestigt dit: “toen mijn nicht puber was, had zij geen goede vriendinnen. Zij waren altijd aan het roddelen over het uiterlijk van mensen buiten hun groepje. Mijn nicht is toen beginnen diëten en wel twintig kilo afgevallen. Want zij dacht: als mijn vriendinnen zo spreken over andere mensen, zullen ze dat ook doen over mij. Dus ik moet mijn lichaam veranderen.” Vrienden zijn dus belangrijke referentiefiguren in de ontwikkeling van het lichaamsbeeld. En volgens de meisjes aan tafel bieden ‘goede’ vrienden ook ondersteuning om seksueel grensoverschrijdend gedrag de baas te kunnen.

Links Evita, rechts Gizem. © Elias Peeters

Mijn kont is van mij

“Het debat over lichaamsbeeld roept vragen op rond seksualiteitsbeleving,” zegt Sabine. “Iemand met een positief lichaamsbeeld zal sneller durven grenzen aangeven bij seksueel contact. Je durft te zeggen wat je wenst en verlangt én waar het moet ophouden.”

Hier raakt het project van Sabine en Leslie een gevoelige snaar. Vrijwel alle meisjes aan tafel hadden reeds ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Te verwachten natuurlijk wanneer je weet dat in Nederland bijna 1 op 5 vrouwen hiermee geconfronteerd wordt voor de leeftijd van 25 jaar. Grenzen trekken blijkt niet altijd eenvoudig voor jonge vrouwen “want jongens zullen je snel een seut vinden, als je zegt dat het hier voor je stopt,” zegt Annelies (16). “En een slet ben je altijd,” voegt Britt toe, “of je nu instemt met de avances of resoluut weigert. Je kan meisjes altijd neerhalen met dat woord.”

“Ik was ooit een ‘een hoer’ omdat ik toenaderingspogingen afblokte. Ik ben bang geworden.”

Kaat vertelt dat het dikwijls voorkomt. “Eigenlijk voel ik mij vaak bedreigd door jongens wanneer ik naar school fiets. Het begint met ‘goeiedag’ maar dan komen er allerlei zaken uit hun mond waardoor ik sneller begin te trappen. Ik was ooit een ‘een hoer’ omdat ik toenaderingspogingen afblokte. Ik ben bang geworden.” Yousra reageert stellig op Kaats verhaal, want ze herkent de angst. “Op een marktplein in Marokko kneep iemand in mijn kont. Sindsdien durf ik in Gent niet meer alleen rondlopen. Ik ben getraumatiseerd door het feit dat iemand mij heeft aangeraakt zonder dat ik dat wilde. Mijn kont is van mij en niemand moet die aanraken. Dit moet nu stoppen.” Maar vrienden springen voor elkaar in de bres: “voor jezelf opkomen in zo’n situatie is moeilijk, maar mijn vriendinnen en ik doen het samen. Daarvoor hebben wij al genoeg zelfvertrouwen,” zegt Kaat.

Leslie ziet een lichtpunt in de verhalen van de meisjes. “Het is positief dat zij grensoverschrijdend gedrag niet als een compliment opvatten. Dit zegt veel over hun zelfwaardering. Want je merkt soms dat vrouwen deze avances – een misplaatste opmerking, een ongewenste aanraking – ervaren als een bevestiging van hun aantrekkelijkheid. Vaak is een negatiever zelfbeeld hier de oorzaak van.”

Maar wat doe je, als je 16 bent en dit meemaakt? Leslie en Sabine raden aan je verhaal onmiddellijk te delen met mensen die je vertrouwt: ouders, vrienden, leerkrachten of professionele hulpverleners. “Door deze ervaringen uit te wisselen,” zegt Leslie, “creëer je een opwaartse dynamiek. Want door te praten met anderen voel jij je meer emotioneel ondersteund en verbonden. Dit versterkt het zelfvertrouwen om in de toekomst wél duidelijk grenzen aan te geven.” Sabine voegt hier aan toe dat “mensen die praten met jongeren wiens grenzen geschonden werden, de boodschap moeten brengen dat het nooit – werkelijk nooit – hun schuld is. Zij lokten dit niet uit, zelfs al waren ze op dat moment al aan het kussen of foefelen. Elk moment is een correct moment om neen te zeggen. Maar dit vraagt zelfvertrouwen en een gezond lichaamsbeeld.” Hoe help je jongeren om dit positief lichaamsbeeld op te bouwen? Blijkt dat opvoeders heel wat kunnen betekenen.

Links Samra, rechts Kaat? © Elias Peeters

Lady Mama

In de roman Over Schoonheid voert auteur Zadie Smith het personage Kiki op. Kost wat kost wil Kiki vermijden dat haar dochter Zora een negatief lichaamsbeeld ontwikkelt. Kiki bant dan maar magazines en tv. Maar tot haar ontsteltenis heeft deze opvoedmethode geen effect. Dochter Zora groeit uit tot een puber en vindt zichzelf lelijk. “This hatred of women and their bodies […] There was no way to control it,” besluit Smith.

Je kan de kwalijke invloed van mediabeelden niet de baas door de perfecte lichamen simpelweg te weren, vinden Sabine en Leslie. “Als ouder bied je beter een kritisch kader door met je kinderen in gesprek te gaan over wat zij zien.” Toch zou Sabine ook “leeftijd in rekening brengen. Zo adviseer ik dat een twaalfjarige geen vrij spel krijgt op sociale media.”

“Ik vind mijn mama heel mooi. Maar zij zegt soms iets negatiefs over haar gewicht. Soms denk ik dan: vindt zij mij ook te dik?”

“Het loont om je positie als rolmodel positief in te vullen,” vindt Leslie. ”Impliciet kan je jongeren heel wat leren. Als leerkracht kan je tonen dat jij een krachtige man of vrouw bent, die graag werkt, positief in het leven staat en plezier maakt. Door dagelijks met deze houding geconfronteerd te worden gaan jongeren zich spiegelen aan jou. Ze aspireren naar hoe jij bent als persoon en minder naar de onbereikbare perfectie van mediabeelden.” “Ook van ouders leer je impliciet veel over lichaamsbeeld,” vertelt Sabine. “Hoe gaan zij om met voeding? Uiten ze negatieve zaken over hun uiterlijk in het bijzijn van kinderen? Dit beïnvloedt kinderen bij de opbouw van een lichaamsbeeld.”

Moeders zijn de belangrijkste referentiefiguren voor tienermeisjes. Meisjes kijken meer op naar Lady Mama dan naar Lady Gaga, schrijft Linda Duits. De impact van moeders op het lichaamsbeeld van hun dochters laat zich raden. “Vermijd negativiteit rond eten door telkens de link te leggen naar je uiterlijk,” raadt Sabine aan. “Zit geen calorieën te tellen waar je kinderen bij zijn. Zoiets komt binnen bij jongeren.” De 16-jarige meisjes zien wel wat in het advies van Sabine en Leslie. “Als je gezin veel aandacht besteedt aan uiterlijk, dan ga je ook denken dat dit belangrijk is,” zegt Kaat. “Ik vind mijn mama heel mooi. Maar zij zegt soms iets negatiefs over haar gewicht. Soms denk ik dan: vindt zij mij ook te dik?”. De boodschap is dat ouders voor de ontwikkeling van een gezond zelfbeeld “beter focussen op wat hun kinderen kunnen en doen en niet op hoe zij er uitzien,” zegt Sabine. “Wanneer je bijvoorbeeld op je voeding let als ouder, kan je dit ook communiceren vanuit de intentie dat je een gezond lichaam wil, geen slank en strak lijf.”

© Elias Peeters

Waarom dit project jongeren voedt

Jongeren vandaag zouden meer gericht zijn op extrinsieke levensdoelen dan hun grootouders uit de babyboomgeneratie. En dit komt hun welbevinden niet ten goede. Zo staat het belang dat jongeren hechten aan het schoonheidsideaal een gezond lichaamsbeeld in de weg. Sabine en Leslie besteden in dit project veel aandacht aan de constructie van de perfecte lichamen in de pers. “Door het bewerkingsproces van de beelden te tonen, versterk je de kritische houding en bijgevolg het lichaamsbeeld van jongeren,” zegt Sabine. Psychologen raden deze methode aan vanuit experimenteel onderzoek. Maar dit project doet meer.

“Als anderen nu een probleem hebben met hoe ik er uitzie: I don’t care. Ik ben zestien en ga mijn eigen ding doen.”

“Wij proberen jongeren mee te geven dat de zoektocht naar een zinvol leven belangrijk is,” zegt Leslie. “Wij sporen hen aan hun identiteit meer te bepalen door zelfontplooiing en emotionele verbondenheid en minder door uiterlijk.” Hiermee proberen Sabine en Leslie een wipeffect te bereiken. Want als je mensen aanspoort intrinsieke waarden na te streven, geef je ze de veerkracht om minder belang te hechten aan extrinsieke waarden. Sabine verzucht dat “wij als samenleving veel talent verkwisten door kinderen wijs te maken dat uiterlijk bepaalt wie wat kan en mag en wie niet. Als we kinderen eerst en vooral waarderen voor hun capaciteiten, ondersteunen we hen in de ontwikkeling van een identiteit die draait om talent en minder om een perfect lichaam.”

Sabine en Leslie begeleiden jonge vrouwen én mannen om naar hun lichaam te kijken met een zachte blik. “Nooit had ik meer zelfvertrouwen,” zegt Gizem na de lezing. De andere meisjes knikken. “Als anderen nu een probleem hebben met hoe ik er uitzie: I don’t care. Ik ben zestien en ga mijn eigen ding doen.”

Foto’s door Elias Peeters
Met speciale dank aan: Annelies, Britt, Evita, Gizem, Kaat, Mathisse, Samra en Yousra van 4 humane wetenschappen, Atheneum Mariakerke (Gent)
Alles weten over dit project? Mail naar info@sabinepeeters.com
Meer lezen? Sabine Peeters (2016) Lief voor mijn lijf. Tielt: Lannoo & Leslie Hodge (2015) Verborgen kopzorgen. Tielt: Lannoo

 

Dit artikel kwam tot stand met steun van een projectsubsidie Mediabeleid van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Afdeling Cultuur en Media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!