Column

Die ochtend dat ik Belg wilde worden

Die ochtend dat ik Belg wilde worden

Het had mijn eerste werkdag moeten worden na de geboorte van mijn tweede kind. Minstens acht uur. Wat research en misschien een aanzet tot echt geschrijf, had ik me voorgenomen. Want ik had vandaag de luxe van twee babysittende grootouders. Mijn mama voor mijn dochter van bijna drie jaar en de stiefmama van mijn vriend voor mijn zoontje van drie maanden. Niemand wil ze voorlopig allebei tegelijk babysitten en gelijk hebben ze. Ik kan ze zelf nog maar sinds kort samen de baas.

En toen belde mijn vader. Hij stond op het punt om te vertrekken naar Echt, een gemeente vlak over de grens in Nederland, om zijn paspoort te vernieuwen. Vroeger deed je dat als Nederlander in België op het consulaat in Antwerpen, maar dat is afgeschaft en dus moet je daar nu speciaal voor over de grens*.

Hij was al eerder deze week naar Echt gereden vanuit het Leuvense, maar, zo vertelde hij, ze waren gesloten. ‘Op een dinsdag! Welk gemeentehuis is er nu gesloten op een dinsdag?!’ Ik riep meteen dat ik zou meegaan, want het toeval wil dat mijn Nederlandse paspoort in september verloopt. Werken kon ik als zelfstandige nog in de namiddag.

Diep van binnen heb ik mijn Nederlandse paspoort altijd als een soort geheime ontsnappingsroute beschouwd.

Het is dankzij mijn vader dat ik Nederlands ben op papier, hoewel ik in België ben geboren. Al die jaren heb ik nooit de behoefte gevoeld om Belg te worden, en niet alleen omdat ik niet wit ben maar bruin, wat ik dan weer van mijn moeder heb, die in Indonesië is geboren als Nederlandse, maar sinds eind jaren zestig een Amerikaans paspoort heeft. Dat wil niet zeggen dat ik me Nederlands voel, verre van, maar diep van binnen heb ik mijn Nederlandse paspoort altijd als een soort geheime ontsnappingsroute beschouwd. Als het ooit te erg zou worden in België, dacht ik vooral eind jaren negentig, met dat hele Vlaams Blok, dan verhuisde ik naar Nederland.

Op het stadhuis – dat in Leuven tegenwoordig stadskantoor heet, lekker nieuw-zakelijk, kuch – hebben ze nooit gevraagd welke nationaliteit het moest worden voor mijn kinderen. En gelijk hebben ze. Hun vader is Belgisch en het Nederlanderschap moest tenslotte ergens stoppen.

Onderweg naar het gemeentehuis in Echt, vijf kilometer verderop in Susteren, stopten mijn vader en ik nog even om pasfoto’s te laten nemen. Tegen de fotograaf, die toch vooral de man van de plaatselijke krantenwinkel was, vertelde hij over zijn vergeefse tocht naar het Echtse gemeentehuis eerder deze week. ‘Gesloten! Op een dinsdag!’ en hij lachte alsof het een sappige anekdote betrof. De fotograaf-krantenman bestudeerde mijn vader een paar seconden lang en vroeg hem vervolgens wat het verschil is tussen ambtenaren en een stuk hout.

‘Even denken,’ zei mijn vader. ‘Het hout werkt?’

‘Ja! Dat is het!’ Hij leek echt verwonderd dat mijn vader de clou had geraden. ‘Het hout werkt!’

Dat was lachen. En toen waren mijn foto’s klaar.

Over naar het gemeentehuis van Echt.

Tsja. Een lang verhaal kort. Alleen is dat het net. Het is niet kort.

We komen toe. Vertellen dat we voor een nieuw paspoort komen. Vragen ze of we een afspraak hebben.

‘Pardon? Een afspraak? Voor een paspoortaanvraag?’ Mijn vader kan soms verbazing spelen om zijn verontwaardiging te uiten, maar deze keer is hij oprecht verbaasd. ‘Maar we hebben alle papieren bij. Plus onze pasfoto’s.’ En we hebben net een rit van bijna anderhalf uur achter de rug. Helemaal vanuit België. Ugh. ‘Maar we zijn hier nu.’

‘Een paspoortaanvraag duurt twintig minuten.’

‘Twintig minuten? Voor een paspoort?’ Mijn vaders mond valt net niet open. ‘Kunnen we er niet ergens tussen?’

De mevrouw achter de balie schudt al van nee met haar hoofd, maar wil best dubbelchecken in de computer. ‘Geen enkel gaatje. U zult echt een afspraak moeten maken.’ Een dikke week later is er plaats voor ons twee.

Derde frons, slechte frons. Ze schudt weer met dat hoofd van nee. Computer says no.

Ze heeft nog ons telefoonnummer nodig. En ons e-mailadres. Waarna ze fronst. ‘De computer… Wacht even… Sorry, de computer pakt het niet. Kan u uw e-mailadres nog een keer geven? En uw telefoonnummer? Ja, 0032, dat is voor België…’ Weer die frons. ‘Nee. Het lukt niet om uw gegevens in te voeren.’ Waarop ze onze gegevens met de hand noteert in een ouderwets schriftje. ‘Nog één ding proberen.’ Derde frons, slechte frons. Ze schudt weer met dat hoofd van nee. ‘Ik kan helaas geen afspraak voor u maken in de agenda.’

Computer says no.

‘Ik moet u doorverwijzen naar een collega. Het spijt me. Hier is een volgnummer. U mag daar gaan zitten.’

Daar zitten mijn vader en ik dan, in het moderne gemeentehuis van Echt. Er schijnt veel licht naar binnen en sommige loketten zijn kleine vergaderzaaltjes met muren van glas. Daar is over nagedacht. Open bestuur en transparantie, ik hoor het de architect zo uitleggen, wanneer ik een veiligheidsagent spot. Ik bedenk dat hij wellicht niet op de maquette stond. Zo’n opengrenzenpolitiek is allemaal goed en wel, maar vandaag de dag moet je natuurlijk niet naïef zijn.

Het wachten duurt. Iedereen lijkt voor ons te mogen. Zo te zien aan het wachtscherm hebben zij nummertjes met een ‘A’ erop. De A’s zijn eerst aan de beurt. Wij hebben een ‘E’, van Overige Burgerzaken.

Na tien minuten mogen we naar loket zes. We vertellen de mevrouw van rond de vijftig met kort blond haar dat we voor een nieuw paspoort komen, dat dat niet meer kan in Antwerpen, zoals vroeger, want dat ze het consulaat daar hebben afgeschaft, dat we dat hier moeten komen halen, maar dat we net hebben gehoord dat we een afspraak moeten maken, en dat we dat niet wisten, want dat staat niet op de website, en dat haar collega zonet een afspraak voor ons heeft proberen te maken, maar dat de computer ‘nee’ zei, en dat we daarom nu aan haar loket staan. Op 29 augustus zou er plaats moeten zijn. Om 15 uur.

De ambtenaar is heel vriendelijk. Ze woont zelf in België, vertelt ze, en ze moest vroeger ook altijd naar Antwerpen voor een nieuw paspoort. Vanwaar wij komen? ‘Leuven? Jeetje, dat is ver. Hoe lang hebben jullie gereden? Een uur en een kwartier?’

Ja, vertelt mijn vader weer, en dinsdag stond ik hier ook al. Maar toen waren jullie gesloten! Over het verschil tussen ambtenaren en hout zwijgt hij.

Hij vraagt nog of ze onze papieren wil nakijken, voor de volgende keer. Ja, zegt de ambtenaar. Maar hebben jullie een bewijs van woonst dat bewijst dat jullie in België wonen? Daarvoor volstaan Belgische verblijfskaarten niet, zegt ze streng. Je hebt daarvoor een Officieel Papier nodig.

Godsamme. Ook dat nog. Straks daarvoor weer een nummertje trekken in het Leuvense stadskantoor.

Bureaucratie is van alle landen. Voor het eerst in mijn leven overweeg ik ernstig om Belg te worden.

Ze geeft ons een papier waarop onze afspraak netjes afgedrukt staat. Als we op 29 augustus terugkomen, moeten we ons aanmelden bij de Aanmeldzuil, staat er, en daar moeten we dan een code intypen. Vervolgens, zo beeld ik me in, zal er een door de ambtenaar zelf gekozen muziekje weerklinken op zijn of haar computer, waarna die ons met brede glimlach zal komen halen aan de Aanmeldzuil.

De techniek staat voor niets.

Onderweg naar huis probeert mijn vader uit te rekenen hoeveel ambtenarentijd we nu hebben opgebruikt. ‘Een half uur zijn ze met ons bezig geweest! Om één afspraak te maken! In die tijd hadden we die paspoortaanvraag kunnen doen!’

Bureaucratie is van alle landen.

Voor het eerst in mijn leven overweeg ik ernstig om Belg te worden.

 

(* Of het nog in Brussel kan, daar zijn we niet helemaal uit. Sowieso vermijden we liever allebei het Brusselse verkeer.)

Foto: Istock

Schrijf je reactie

2 reacties
  • Joke says:

    Ter info:
    Kinderen van Nederlands-Belgische ouders krijgen automatisch de dubbele nationaliteit. Op de Belgische identiteitskaart wordt sowieso alleen de Belgische nationaliteit vermeld als één van de ouders Belg is. De Nederlandse nationaliteit wordt pas officiëel geregistreerd van zodra je ook een Nederlands paspoort aanvraagt. Dat kan op eender welke leeftijd, dit hoeft dus niet bij de geboorte te gebeuren.

  • Kris10 says:

    Een bewijs van woonst kan je in Leuven gelukkig wel online aanvragen. Vrees alleen dat je het dan niet hebt tegen 29/8. 🙂

Als journalist weigert Ann-Marie Cordia al vijftien jaar lang te kiezen tussen de serieuze schrijfsels, de curieuze en de amoureuze. Ze schreef al voor Het Laatste Nieuws, NINA, Goedele en De Morgen, maar haar ziel blootleggen doet ze alleen op Charlie.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen