“Mainstream media onderschatten hun publiek enorm”

Dubbelinterview met Dalilla Hermans en Sabrine Ingabire

Dalilla Hermans en Sabrine Ingabire: ze hebben beiden roots in Rwanda, een achtergrond in het jeugdwerk en gewapend met hun pen zijn ze erg actief in de huidige antiracismebeweging in België. Vanaf nu schrijven ze ook alle twee columns bij De Standaard en De Morgen. Een gesprek over media, online haatcomments en… het Harry Potter-like Guilt Complex. Foto’s: Sandra Mermans

Sabrine Ingabire schrijft al jaren columns bij MO* en Dalilla Hermans deed voor ze bekend werd bij het grote publiek haar ding voornamelijk bij Charlie. Gisteren kondigde De Morgen Sabrine aan als nieuwste columnist. Dalilla heeft sinds september haar column bij De Standaard. Twee Afro-Belgische vrouwen krijgen zo op hetzelfde moment een prominente plaats bij een gekende krant. Zijn mainstream media eindelijk de weg naar diversiteit ingeslagen, of gaat het hier slechts om een divers ogend rookgordijn?

Bij onder andere Charlie en MO* Magazine uitten jullie vaak kritiek op de nieuwsmedia waarvan jullie nu zelf deel uitmaken. Wat gaf de doorslag om toch bij hen aan de slag te gaan?
Dalilla: “Dat De Standaard mij ondanks mijn kritiek toch gevraagd heeft voor hen te schrijven, is een houding die me wel aanstond. Bovendien bereik ik nu niet alleen een breder publiek, maar ook één dat inherent anders is dan dat van Charlie. Het DS-publiek is gemiddeld ouder en mannelijker. Het Charliepubliek is intussen grotendeels mee. Ik heb hen niks meer bij te leren. (lacht) Nu wil ik het DS-publiek ook proberen mee te krijgen. Al blijf ik ook voor Charlie schrijven, hoor.”

Sabrine: “Nu ik naar Amsterdam verhuis, zag ik de column bij De Morgen ook als een manier om in touch te blijven met België. Ik schrijf nu tweewekelijks voor DM, dus zal het reilen en zeilen in ons land blijven opvolgen.”

“MO* heeft specifieke maatschappelijke waarden, en ik vind het ook belangrijk om voor hen te blijven werken, maar bij De Morgen hoef ik niet per se over onrecht en onderdrukking te schrijven. Het kan ook gaan over liefde, heimwee of wat dan ook. Als zwarte vrouw is het al zo moeilijk om het woord te krijgen en als het dan lukt, verwacht iedereen dat je het altijd daarover hebt. Ik ben blij dat dat nu niet hoeft.”

Dalilla: “Ik heb meermaals staan roepen dat er meer diversiteit moet komen op de televisie- en krantenredacties. Nu kan ik daar zelf actief mijn steentje aan bijdragen.”

Nochtans zijn columnisten vaak geen journalisten. En het zijn al zeker niet degenen die dagelijks aanwezig zijn op de redactievloer en de structurele lijnen uitzetten.
Dalilla: “Klopt. Maar wat ik schrijf, wordt wel gelezen door de mensen die wel aanwezig zijn. Op die manier heb ik wel invloed. Het maakt de redactievloer niet ineens superdivers, maar het is een stap, hoe klein ook, in de goede richting.”

Sabrine: “Mainstream media beseffen intussen dat hun publiek het gebrek aan diversiteit niet langer pikt. Veel redacties proberen het te compenseren door columnisten met diverse achtergronden in te lijven, maar hun journalisten komen wel nog steeds uit een homogene, witte middenklasse.”

“Als er geen diversiteit zit bij je hoofdredacties of raad van bestuur, waar de echte macht zit, zijn wij enkel maar een rookgordijn.”

Dalilla: “Ik denk dat zowel De Standaard als De Morgen vragende partij zijn. Als ik zelf zou afkomen met ideeën, zouden ze wel naar mij luisteren. Maar om écht diversiteit te brengen, zullen zijzelf uit hun pijp moeten komen en zelf op zoek gaan naar netwerken en potentiële werknemers.”

Ondertussen is het mooi meegenomen om te kunnen uitpakken met jullie als gezicht van de krant.
Sabrine:Easy representation. Als er geen diversiteit zit bij je hoofdredacties of raad van bestuur, waar de echte macht zit, zijn wij enkel maar een rookgordijn.”

Dalilla: “Bij Charlie is die diversiteit inherent in hun redactiewerking. Dat straalt af op hun artikels. Door diversiteit in je DNA op te nemen, blijf je fris en origineel. Iets waar elk medium toch naar streeft?”

Wat houdt mainstream media tegen?
Dalilla: “Er heerst een soort absurde voorzichtigheid. “Oei, zijn onze lezers of kijkers daar wel klaar voor?” Ja, natuurlijk! Zij hebben totaal geen idee wie hun publiek is of blijven systematisch een bepaald deel van dat publiek negeren. Mainstream media onderschatten hun publiek enorm. Alsof zij nooit uitgedaagd willen worden. Na het lezen van columns willen 60-jarige witte mannen met grijs haar een gesprek aangaan over kroeshaar. Fantastisch, toch?”

“Mensen hoeven niet altijd verhalen te lezen waarin ze zichzelf herkennen. Kijk naar ons: wij krijgen al van jongs af aan verhalen voorgeschoteld waar wij ons niet in herkennen. Voor ons is het altijd vanzelfsprekend geweest om empathisch te zijn. Als het nu eens omgekeerd moet gebeuren, is het alsof we ik-weet-niet-wat vragen. Alsof mensen een zenuwinzinking zouden krijgen als er in De Afspraak eens twee of drie mensen met een donkere huidskleur aan bod komen. “Oh nee, Dat kunnen we niet aan!”

“Er heerst bij mainstream media een absurde voorzichtigheid: ‘Oei, zijn onze lezers of kijkers daar wel klaar voor?’”

Is het dan niet gemakkelijker om bij de redactie van een alternatief medium te blijven? Die mensen zijn mee. Je moet niet altijd alles opnieuw uitleggen en mensen overtuigen van dingen die common sense zouden moeten zijn.
Sabrine: “Ik geloof heel hard in een en-en-verhaal. Hopelijk kunnen er snel zo veel mogelijk mensen van kleur aan de slag op zoveel mogelijk redacties. Als we dat kunnen volhouden, hebben we binnen vijftien jaar jongeren die gewoon bij die redacties kunnen binnenstappen en al dat bochtenwerk niet meer hoeven te doen.”

“Maar pas op: mensen die ervoor kiezen om op een kleinere redactie te blijven waar ze zich veilig voelen, snap ik volledig. Een ‘safe space’ geeft je rust. Wat wij doen, is gewoon heel uitputtend. Dat wens ik niemand toe.”

Jullie staan wel vaker in het midden van een shitstorm. Als columnist, als vrouwelijke columnist met diverse roots, zal dat er niet op beteren. Onderzoek van Amnesty International toonde onlangs nog aan dat iedere halve minuut ergens een vrouw wordt geconfronteerd met online haat. Waarom worden vrouwen, zeker zij met een donkere huidskleur, zo vaak geviseerd?
Dalilla: “Ik denk omdat wij op het kruispunt zitten tussen racisme en seksisme.”

Sabrine: “Daar bestaat zelfs een term voor: misogynoir.”

Dalilla: “Zwarte vrouwen werden doorheen de geschiedenis het vaakst het zwijgen opgelegd. Als je dan beslist om wél te spreken en zelfs luider te spreken, merk je dat dat een onredelijke frustratie opwekt.”

“Nochtans zijn de stukken die ik schrijf -en ik spreek nu vooral over mezelf- zo voorzichtig en niet aanvallend. En toch wekken die stukken zo’n haat op. Ik ben poeslief. Als ik dan ‘wit’ in plaats van ‘blank’ zeg, gaan mensen quasi door het lint. Hoe hard moet je jezelf als dé neutrale norm zien om daar zo door getriggerd te worden?”

“Wat wij zeggen, wordt altijd weggezet als revolutionair en radicaal, terwijl het gewoon common sense is.”

Sabrine: “Eerlijk gezegd denk ik dat het niet uitmaakt of wij nu ‘wit’ zeggen of niet. Zelfs al zouden we de hele tijd ‘blank’ zeggen, dan nog zullen ze kwaad worden. Gewoon omdat we nu durven benoemen dat wit ook een huidskleur is, een sociale positie representeert en privileges met zich meebrengt.”

“Wat wij zeggen, wordt altijd weggezet als revolutionair en radicaal. Maar komaan, wat wij zeggen, is gewoon common sense.”

Ondanks alle shitstorms blijven jullie stukken schrijven. Wat maakt dat jullie niet zeggen: trekt er uwen plan mee?
Dalilla: “Mijn leven is best wel chill. Voor de media-aandacht doe ik het écht niet. Maar sinds ik moeder ben, ben ik beginnen beseffen dat er gewoonweg iets moet veranderen in deze maatschappij zodat mijn kinderen en de generatie na ons rolmodellen hebben en zich geen zorgen hoeven te maken over alledaags racisme.”

Ik zou trouwens stilaan kunnen zeggen ‘trekt er uwen plan mee’. Ik zie dat er genoeg jonge mensen klaarstaan om de fakkel over te nemen. Maar soms heb ik het gevoel dat mainstream media, vooral radio en tv, daar niet altijd in mee willen gaan. Ze schuiven mij -opnieuw- al te graag naar voren als zogezegd boegbeeld als het over racisme en diversiteit gaat.”

“Als ze een divers gezicht nodig hebben, kloppen ze bij mij aan. Ze willen de bekende kop.”

“Het gebeurde wel eens dat als ze een divers gezicht nodig hebben, ze eerst bij mij aankloppen. Ik geef dan duusd andere namen door, maar daar doen ze niks mee. Ze willen de bekende kop. Dat zorgt ervoor dat ik alsnog het interview doe of de tekst schrijf. Als ik het niet doe, krijg ik soms het idee dat er niemand anders wordt gevraagd en een precair thema geen aandacht krijgt.”

Sabrine: “Ik noem dat het Harry Potter-like Guilt Complex. Kort uitgelegd: tegen Harry Potter wordt ook altijd gezegd dat hij ‘the chosen one’ is. Hij heeft daarom een overontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel. Hij denkt dat alleen hij de wereld ten dienste kan staan. Dat brengt schuldgevoelens met zich mee. Het is deels de media die Dalilla altijd naar voren schuift als ‘het gezicht’ en deels Dalilla die hen bedient door op hun vraag in te gaan ‘want anders gebeurt er niks’. Natuurlijk heel begrijpelijk, maar zo weigeren media op zoek te gaan naar andere, nieuwe stemmen.”

Om nog even terug te blikken op 2018. Was het een goed jaar voor de antiracismebeweging?
Dalilla: “Ik zie toch positieve evolutie. Ik ben daar optimistischer in dan Sabrine. Ik ben al wat ouder, dus ik weet dat er eerst jarenlang totaal niks was en dat er nu op zeer korte tijd heel wat is veranderd. Vier jaar geleden kreeg de zwarte stem in mainstream media nauwelijks een platform.”

Sabrine: “Ik ben vooral ongeduldiger. In mijn ogen gaat het nog veel te traag. En ik ben inderdaad pessimistischer. But that’s just who I am.” (lacht) Er wordt altijd maar op één probleem, één soort emancipatie gefocust. Sociale verandering moet intersectioneel gebeuren.”

“Ik begrijp dat de veranderingen voor sommigen heel snel gaan, maar dat wil niet zeggen dat wij ons tempo moeten aanpassen aan hen.”

Dalilla: “Ik begrijp dat het voor veel mensen, zeker de oudere generatie, plots te snel gaat. Tegelijk zijn er heel wat mensen die nu echt wel beseffen wat er mis is met het n-woord en Zwarte Piet en beginnen na te denken over ons koloniale verleden. Dat stemt me hoopvol.”

Sabrine: “Ik begrijp dat ook hoor, maar dat wil niet zeggen dat wij ons tempo moeten aanpassen aan hen. Groeien is hard voor iedereen. Ik ben al mijn hele leven een zwarte vrouw, maar ik ben nog niet zo lang een mensenrechtenactivist. Als ik praat over mensenrechten, heb ik het niet alleen over racisme en seksisme, maar over het wegwerken alle vormen van onderdrukking. Het gaat radicaal over gelijke rechten voor iederéén. En soms is het moeilijk en pijnlijk. Maar dat mag geen excuus zijn. Ik verwacht diezelfde inspanning van iedereen.”

Dalilla: “Voor de gewone mens in de straat zal ik minder kritisch zijn dan voor zij die pretenderen bezig te zijn met maatschappelijke kwesties, zoals politici en journalisten. Voor hen heb ik geen druppel geduld meer over. Vandaag zijn de mensen in de straat meer ‘woke’ dan de journalisten en politici in hun ivoren toren.”

Er is veel dat jullie bindt – jullie roots, jullie achtergrond in het jeugdwerk, jullie emancipatiestrijd – maar jullie hebben ook elk een eigen manier om de dingen te benoemen en neer te schrijven. Levert dat veel discussies op tussen jullie?

Dalilla: “We discussiëren heel veel! Wij zijn het inderdaad niet altijd eens zijn met elkaar. Het mooie is net dat wij na zo’n discussie het waarschijnlijk nog steeds niet eens zijn met elkaar, maar we elkaar wel beter begrijpen.”

Sabrine: “Hoe heftig die discussies ook kunnen zijn, het ontaardt nooit in ruzie. Er is geen venijnigheid tussen ons. Laat staan een greintje jaloezie. Men hoeft niet te proberen ons tegen elkaar uit te spelen. Eén van mijn eisen bij De Morgen was trouwens dat mijn column niet op dezelfde dag zou verschijnen als die van Dalilla.”

Dalilla: “Een tweetal jaar geleden zei iemand mij: ‘Het ergste wat u nu zou kunnen overkomen is dat een andere zwarte vrouw ook over racisme gaat spreken.’ Huh? Alsof Sabrine en ik concurrenten zijn en ik mijn unique selling proposition kwijt zou zijn. Zo zie ik het helemaal niet. Die opmerking maakt duidelijk dat die persoon niks heeft begrepen van family and sisterhood. Ikzelf groei net enorm hard doordat wij samen kunnen groeien.”

Foto’s: Sandra Mermans
0 reacties

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg: 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen