Column

Liefde in tijden van identiteitspolitiek

Liefde in tijden van identiteitspolitiek

Ik ben ontzettend onorigineel, want eigenlijk leen ik de titel en insteek van dit stuk van Melat Nigussie. In de bundel ‘Zwart’ schrijft ze een stuk dat ‘liefde in tijden van racisme’ heet. Ik las dat en was er een halve dag niet goed van. Zo herkenbaar, het schuurt zo tegen mijn eigen leven aan. Ik voelde meteen: dit is een onderwerp dat te weinig besproken wordt. Foto’s: Ilja Smets

Melat en ik zijn allebei het donkere deel van een interraciale relatie. Ik weet wel: ras is een sociaal construct en geen biologische realiteit. Maar ik vind het belangrijk hier de term interraciaal te gebruiken en niet intercultureel. Mijn man is geboren en getogen in West-Vlaanderen. Ik ben niet geboren maar toch echt wel getogen in de Kempen. Van intercultureel is er dus eigenlijk niet echt sprake. Tenzij ik dieper inga op de eigenaardigheden van West-Vlamingen en Kempenaars, maar dat doe ik liever op café bij een Brugse Zot of Westmalle Tripel.

Mijn man en ik zijn een dikke zes jaar samen. In die relatief korte tijd maakten we drie kinderen, kochten we een huis en hebben we elkaar op papier en voor het oog van 300 vrienden en familieleden eeuwige trouw beloofd. Doen we goed, al zeg ik het zelf. Ik heb oprecht het gevoel dat hij degene is die het dekseltje op mijn vreemd gevormd potje blijkt te zijn. We zijn erg complementair. Ik rusteloos, gedreven en vol plannen. Hij rustig, nuchter en levend van dag tot dag. Ik heel zorgend en beschermend en soms met een overontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel. Hij zorgend over mij, meer laisser-faire en veel rechter voor de raap. Het past dus, wij twee. En ik kan me moeilijk voorstellen dat ik met iemand anders zou zijn geëindigd.

“Het past dus, wij twee. En ik kan me moeilijk voorstellen dat ik met iemand anders zou zijn geëindigd.”

In elke lezing die ik geef, en ook in mijn boek ‘Brief aan Cooper en de wereld’ herhaal ik het: liefde is kleurenblind. Ik geloof dat oprecht. Als je iemand graag ziet, echt graag ziet, vervaagt huidskleur of eender welk ander uiterlijk kenmerk. Het is er wel, maar het doet er niet veel toe. Mijn ouders zijn meer dan 40 jaar getrouwd en in die tijd is hun gewicht bijvoorbeeld tientallen kilo’s alle kanten opgeschommeld. Elk huwelijk kent zijn ups en downs, maar dat feit was nooit een bepalende factor. Mijn vriendinnen hebben kort haar, lang haar, blond haar, zwart haar gehad en nooit in onze gezamenlijke klaagzangen over ‘de mannen’ was dat een item. Eens er echte liefde in het spel is, verdwijnt het uiterlijke op de achtergrond, denk ik. Zolang we elkaar maar lief, leuk en lekker vinden.

Maar sinds ik een paar jaar geleden meer en meer standpunt begon in te nemen over racisme en steeds meer struikelde over de machtssystemen die zwarte mensen structureel benadelen, werden meer zaken op scherp gesteld. Mijn lief is wit (paars in de winter, rozig in de lente en honingbruin in de zomer, maar laten we het voor de duidelijkheid wit noemen). Dat werkt voor sommigen als een rode lap op een stier. Enerzijds heb je de boze witte racistische mensen die riepen ‘je klaagt over racisme, maar je trouwde een ‘blanke man’ dus zo slecht zullen we toch niet zijn’. Het houdt op geen enkele manier steek. Ik heb nooit en nergens geschreven of gezegd of gedàcht dat witte mensen per definitie slecht of racistisch zijn.

“Mijn lief is wit (paars in de winter, rozig in de lente en honingbruin in de zomer, maar laten we het voor de duidelijkheid wit noemen).”

Anderzijds had je de woke zwarte mensen die riepen: “Hey maar Black Love is super belangrijk en kan je niet gewoon een leuke zwarte man vinden?” Voor die laatsten heb ik meer begrip. In het ‘dekoloniseren van de geest’ valt er ook wat te zeggen over hoe witte partners vaak als een soort statussymbool werden of worden gezien, en hoe je zo zelden zwarte liefde, of zwarte gezinnen gerepresenteerd ziet.

Daarnaast zijn er een heleboel mensen die niet vanuit een soort politieke agenda, maar puur op de man af commentaar gaven. Afrikaanse jongens in het uitgaansleven die mijn man giftige blikken toewerpen en mij toesisten dat ik een sell-out ben. Witte mensen die ons met grote glimlach zeiden dat ‘onze kindjes zooo schattig zullen zijn’ (they are!) en in een zelfde adem concluderen dat zij de toekomst van de wereld zijn, en dat kinderen met ‘dubbel bloed’ alles zullen oplossen. Hoe lief dat ook bedoeld is, het is eigenlijk nogal toxisch. Want de ondertoon is: zwart is niet oké, maar gemengd met wat wit is het de hoop van de wereld.

Het zorgde nooit voor echte spanningen tussen ons, omdat ik voor iemand viel die tegen een stootje kan en zich heel bewust is van zijn positie in de wereld. Maar het bracht wel heel wat uitdagingen met zich mee. Want ik kan ontzettend vrolijk worden van films met een zwarte cast, of van foto’s waaronder hashtag #blackgirlmagic staat (of #blexcellence, of #blackboyjoy of…). En ik volg media zoals ‘Afropunk’ en ‘Hufftingtonpost Black Voices’. Ik kijk series zoals ‘Insecure’ en ‘Dear white people’ of ‘She’s gotta have it’. Ik vecht actief tegen de stereotiepen waar zowel hij als ik mee opgroeiden en deins er niet voor terug bepaalde zaken white nonsense of beckery te noemen.

“Het kan niet altijd simpel zijn als partner om samen te zijn met iemand die je ervaring zo tegen het licht houdt.”

Een van mijn favoriete nummers is, ironisch genoeg van een witte rapper, ‘White Privilege’ van Macklemore. Het kan niet altijd simpel zijn als partner om samen te zijn met iemand die je zijn zo vaak in vraag stelt, je ervaring zo tegen het licht houdt. Hij gaat ermee om als een echte trooper en geeft me gewoon zijn ongezouten mening, ook als die niet strookt met de mijne. Maar makkelijk kan het niet zijn, denk ik soms.

Ik merk bij mezelf op dat ik allergisch reageer als hij bijvoorbeeld de krullen van onze kinderen bespreekt. Ik kan het vreemd genoeg bijna niet verdragen als hij als een geweldige papa onze dochter’s haar kamt. Ook al kan hij dat perfect, misschien zelfs beter dan ik. Maar ik wil constant ingrijpen en corrigeren. Omdat hij de diepgewortelde haat-liefde-relatie van zwarte vrouwen met hun natuurlijk haar nooit kan begrijpen. Ik erger me soms als hij té fel discussieert met mensen over raciale kwesties, omdat ik dan denk ‘jij weet niet wat je woorden teweeg brengen voor mensen als ik’. Terwijl ik tegelijkertijd zo trots en blij ben dat hij àltijd iets zegt.

“We zijn wie en wat we zijn en navigeren in een wereld waar onze relatie nog steeds eerder uitzondering dan regel is. “

Het is ook nieuw voor mij. In voorgaande relaties was ik vaak degene die in een soort verdedigingsmodus moest zijn. Degene die bepaalde opmerkingen moest weglachen of afschudden. Heel vaak was het mijn zwart-zijn dat in vraag werd gesteld, dat ik moest verantwoorden of zoveel mogelijk wegmoffelen. Op een of andere manier voelt het nu soms alsof de rollen zijn omgedraaid. Alsof hij veel vaker op zijn witheid en alles wat daar historisch aan vast hangt in onze relatie wordt gewezen. Op zich is daar niets mis mee. We zijn wie en wat we zijn en navigeren in een wereld waar onze relatie nog steeds eerder uitzondering dan regel is. Daarbij hebben we drie kinderen die zich later ook vragen gaan stellen. En in dat opzicht is het niet slecht dat onze beider identiteiten en realiteiten op tijd en stond in vraag worden gesteld.

Maar hoe nuchter en rationeel ik veel van de vragen die ik krijg over ons als koppel ook kan benaderen, er blijft een soort tristesse. Want er zou, zelfs in tijden van racisme, emancipatie en identiteitspolitiek, een plaats gevrijwaard moeten zijn voor echte liefde. Er zou toch een terrein moeten zijn waar het echt niet uitmaakt? En ik denk dat dat terrein de liefde moet zijn. De ultieme safespace is daar waar twee zielen elkaar vinden, verbinden en van elkaar gaan houden. Toch?

Foto’s: Ilja Smets

Schrijf je reactie

Dalilla Hermans is geboren in Rwanda en geadopteerd. Ze heeft er haar missie van gemaakt om racisme en discriminatie bespreekbaar te maken en aan te pakken. Ze schrijft regelmatig stukken over dit thema voor Charlie en heeft een tweewekelijkse column in De Standaard. In 2017 kwam 'Brief aan Cooper en de wereld' uit bij Manteau, een autobiografisch boek met een scherp maatschappijkritisch randje. In 2018 leverde ze een bijdrage aan de bloemlezing "Zwart -Afro-europese literatuur uit de Lage Landen". Later dat jaar verscheen bij Davidsfonds haar kinderboek "Brown Girl Magic". In 2019 verscheen de thriller "Black-out" (uitgegeven bij Horizon), haar eerste fictieboek voor volwassenen. Vanaf september 2019 is Dalilla seizoensdenker van Concertgebouw Brugge en momenteel schrijft ze ism Mungu Cornelis de monoloog 'Epiphany' die later dit jaar in première gaat bij NTGent.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen