Getuigenis

“Ik mis je, lieve broer”

“Ik mis je, lieve broer”

Vandaag is het de internationale dag van de verdwenen mensen. Uus zag haar broer Casper 10 jaar geleden voor het laatst. Zij was 27 jaar, hij 23. Hij is een tijdlang vermist geweest, tot er stoffelijke resten werden gevonden. Over missen en gissen.

Uit mijn ouders groeit een boom. Hun stevige stam draagt een krachtige kruin met vier prachtige takken. Drie van die dochtertakken hebben zich ook vlot vertakt, het groen eraan is nog sappig en jong, speels en dartel en vol verwondering over wat het leven te bieden heeft. De jongste tak, onze broer Casper, begint beloftevol maar eindigt te vroeg en bladloos.

casper3

Soms,

Op dagen van volmaakt en zeer scherp licht,

Waarop de dingen zo werkelijk zijn als ze maar kunnen zijn,

En de vogels hun aanwezigheid laten horen,*

Vraag ik me langzaam af:

Casper toch, waar ben je toch?

Behoort de dood wezenlijk tot het leven of niet? Is het sterven het onvermijdelijke en noodzakelijke einde van alles wat leeft? Op de schoolbanken leerden we dat alle mensen sterfelijk zijn, maar onze dagelijkse omgang met de dood suggereert dat we onszelf potentieel onsterfelijk wanen. Door arts te worden, werd ik begiftigd met de illusie dat het leven quasi eindeloos is, want doodsoorzaken zijn geneesbaar en verouderingsprocessen te vertragen.

En dan gebeurt er zoiets. Dan verdwijn jij. In dat gat tussen afstuderen en keuzes maken trok je er samen met je goede vriend op uit, naar de schone puurheid maar ook de onkenbare kracht van de natuur in Venezuela. Jullie studeerden reisgidsen in om minder bagage mee te moeten dragen, oefenden met jullie kotrugzak te voet naar het station. Voorbereid en stralend van goesting zijn jullie vertrokken. We reisden mee via jullie reisverslagen per mail. Maar plots bleef het stil. Geen nieuws, goed nieuws, probeerden we een tijd te geloven. Een mailtje dan maar om deze aanname bevestigd te krijgen. Dat bleef onbeantwoord. De ene hypothese volgde de andere op, maar het knagend gevoel werd bij de thuisblijvers heftiger. Via de luchtvaartmaatschappij kwamen we op de dag van jullie terugvlucht te weten dat jullie niet ingecheckt waren. We zijn niet naar Zaventem gereden, we wisten dat jullie niet aan de gate zouden verschijnen.

We handelden en leefden op hoop. Uren werden dagen, dagen weken en weken maanden.

Crisiscentrum Knops is toen van start gegaan. We handelden en leefden op hoop. Uren werden dagen, dagen weken en weken maanden. We kregen massaal veel tips en oneindig veel hulp, en dit nog voor het Facebook-tijdperk. We leerden Spaans, vonden enkele zeer betrokken en betrouwbare medewerkers ter plaatse, en sloegen bruggen met onze eigen autoriteiten. We kregen vrijwilligers op de been en helikopters de lucht in om een stukje van de Andes uit te kammen. Als bij wonder kregen we nog foto’s van jullie laatste dagen in de Sierra Nevada, en meldde zich een groepje reizigers dat jullie pad nog had gekruist. Jullie laatste tocht hebben wij, als zussen, overgedaan, op zoek naar aanwijzingen of cruciale informatie. Op zoek ook naar je nabijheid, naar zien wat jij laatst zag, naast slapen in jouw laatste bed. Jouw handschrift in het gastenboek van die laatste herberg was ontroerde en bracht je visueel even dichterbij.

casper4

Een affiche tijdens de zoekactie in Venezuela

Vermissen is verder dan missen. De afstand is groot, bekend of onbekend, maar van een onbereikbare verheid. Bij vermissen is er ook hoop op vergissen. Dat je straks arriveert met een latere vlucht, of even laat weten dat je hart plots op de vlucht was geslagen en een nieuw leven lanceerde elders. Maar nee, de vermissing bleek geen vergissing. Daar moesten we ons van vergewissen. Het verre missen deed ons wel ver gissen. Ontvoering? Moord? Diepe kloof? Beren? Verdrinking? De onwetendheid gunt je ook nog hoop. Dan merk je dat er rek zit op rouw, het akelige besef hoef je niet continu onder ogen zien, er zit hoop in elke hypothese, en een hoop hypotheses geven dus heel wat hoop. Tot de spanning op de rekker te groot is en je wordt gekatapulteerd naar de vlijmscherpe pijn van het besef: verdrinking, bij het oversteken van een bergrivier waar de vermelde brug ontbrak. Gestrand op een zucht van het einde van jullie tocht. Daar bleven vraagtekens bij, maar na een intense zoektocht valt daar mee te leven.

Want als er één ding zeker is, dan is het dat we op alle mogelijke manieren naar Casper en zijn reisgenoot hebben gezocht. Hun rugzak is teruggevonden, en enkele bezittingen. Ook wat ooit hun lichaam was. Een jaar na de vondst van hun stoffelijke resten kon dat via DNA-analyse bevestigd worden. Het wachten heeft lang geduurd, pas anderhalf jaar na zijn vermoedelijke overlijdensdatum hebben we Casper en zijn reisgezel in moeder aarde te rusten kunnen leggen. Dat bracht ook ons enige rust, en noopte tot berusting.

casper

We zochten op alle mogelijke manieren naar Casper en zijn reisgenoot

Nooit meer. Met een pijnlijke echo tollen deze woorden al jaren door mijn en ons hoofd. Tijdens de zoektocht naar jou en nadien naar de juiste DNA-code, ben je in je loodzware afwezigheid ook heel aanwezig gebleven. De dagen voor je begrafenis, toen je bij ons thuis te rusten lag, was die aanwezigheid van een memorabele intensiteit. In het bijzonder tijdens onze laatste nacht, die we allemaal samen rond jouw kist hebben doorgebracht.

Mijn kinderen hebben je nooit gekend, maar ze kennen je, herkennen je ook op foto’s. We praten over jou, we praten over de dood zonder dat we antwoorden kunnen geven.

Casper, als kleine blonde uk werd je door mama meermaals naar de autostrade gebracht om kikkers en padden over te zetten. Het begin van wat een hele carrière in het natuurbehoud zou worden. Had jij bij je overtocht van de rivier maar de hulp gekregen van een hogere orde, een blonde engel die je zachtjes in zijn handen sloot en aan de overkant behoedzaam weer losliet. Misschien is het toch wel zo gebeurd… maar dan aan een andere overkant.

Mijn kinderen hebben je nooit gekend, maar ze kennen je, herkennen je ook op foto’s die niet naast een kaars staan, zien zelfs gelijkenissen in stoppelbaardige jongens op tv. We praten over jou, we praten over de dood, en we proberen de gesprekken gaande te houden zonder dat we antwoorden kunnen geven. Want wat antwoord ik op de vraag waar Casper is?

“Mama, hoe kan hij hier zijn in de aarde en ook daarboven in de lucht?

Waarom zeg je soms een eeuwigheid, en bedoel je ook een zucht?

Mis je Casper net als ik jou mis als ik ben gaan logeren?

Voel je hem dan in je hartje hier, dat moet je echt proberen!

Straks wordt het winter en komt het roodborstje weer hier aan ons raam.

Dan vertellen we hem hoe het dit jaar ging en krijgt hij weer zijn naam.

Want “Casper” is dat roodborstje dat komt, he mama, toch ook weer?

Tien jaar is wel veel, veel meer dan ik, maar hij is welkom keer op keer.

Als ik groot ben vraag ik wel eens of hij even écht terug kan komen,

dat moet toch lukken want dat is het liefste van jouw dromen.

Maar nu maken we een tekening en kruipen samen in mijn tent,

dat helpt omdat jij op deze dag een beetje meer verdrietig bent.”

 

Lieve broer, waar je ook bent,

Voortaan,

Op dagen van volmaakt en zeer scherp licht,

Waarop de dingen zo werkelijk zijn als ze maar kunnen zijn,

En de vogels hun aanwezigheid laten horen, *

Zal ik jou horen, zien en voelen

In alles en in niets.

De ontbrekende tak in de kruin van onze familiale boom is een blijvend gemis in ons leven. We kunnen weer met z’n bijna-allen samenzijn, en we feesten terug. Bijzonder dat we ons dit weekend op het verjaardagsfeest van mijn dochter toevallig onder deze boom hebben genesteld. Pas op de foto’s achteraf zag ik de onevenwichtige kruin met een doodlopende tak. Maar tak of geen tak, je was erbij, in alles en in niets.

 

*naar Fernando Pessoa

Schrijf je reactie

5 reacties
  • Frank says:

    Het verlies van mijn kind mijn zoon… een ander verhaal, maar heel herkenbaar.

    dagelijks fantoom-pijn.

    de vader van Jelle, en van Sofie, jou wel bekend…

  • Yolente says:

    Kippevel… Ik kan me nog het moment herinneren waarop het vliegtuig waar ze in zouden zitten, landde. Daar in de vergaderzaal… Heel mooi geschreven, wat een liefde voor je broer spreekt er uit!

  • Sophie Frère says:

    Zo ontroerend mooi geschreven Uus!Ik werd er stil van…

  • Debruyne Hadewich says:

    Oh Uus, wat een toeval dat ik jou artikel hier lees. Vorige week hadden we het nog op de afdeling over jullie zoektocht en de zware periode die daar op volgde. Sterke vrouw en sterke familie. Mooi om hierover nog eens te lezen!

Uus Knops is psychiater en psychotherapeut met een praktijk in Gent. Ze is verslaafd aan woorden, of die nu op papier staan of op een podium worden uitgesproken, of ze nu van haar patiënten of van haar kinderen komen, en soms vloeien ze al eens uit haar eigen pen.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen