doorgelicht

Ik. Wil. Stil.

Vluchten voor het verkeer

Ik. Wil. Stil.
Deze reportage verscheen eerder in bookzine 4 met als thema Revolutie.

Het verkeer, het lawaai, het geraas in haar straat. Annelies A.A. Van Belle was het zat en verhuisde met haar gezin naar een vredige plek. Ze vraagt zich af hoe wezenlijk stilte is voor je welzijn. Beelden: Agathe Danon

Dit is een hedendaagse parabel. Er waren eens een man en een vrouw. Ze hielden van elkaar en wilden een nest bouwen op een plek met een ziel. Die vonden ze: een huis uit 1908 met een fabelachtige boomgaard en een schapenweide. Elke vezel van het huis gleed door hun handen, ze kneedden het tot het helemaal het hunne was. In het huis baarde de vrouw twee kinderen, eerst een dochter, dan een zoon. Samen genoten ze van het nest: de exploderende bloesems in de lente, de overvloedige appeloogst in de nazomer, het zichtbaar verglijden van de seizoenen, de vele geheimen die het huis stap voor stap prijsgaf. Ze vergroeiden met de plek, hun wortels nog steviger in de grond verankerd dan die van de statige notelaar naast het huis.

En toen kwam de shit.

Hoge meneren besloten dat het voor het afwikkelen van het overbezette verkeersnetwerk nodig was nieuwe wegen aan te leggen, dwars door het kleine dorp.

De meneren in dit land hadden sowieso weinig kaas gegeten van leefbaarheid. Dat stond ergens helemaal onder aan hun prioriteitenlijstje.

Ochtend na ochtend, dag na dag, spitsuur na spitsuur, daverde het verkeer nu voorbij het ooit zo knusse nest. Door de open ramen waaiden uitlaatgassen. Het huis trilde letterlijk op zijn grondvesten als er een mastodont voorbij denderde.

Het gezin werd opgeschrikt uit de slaap, telkens weer. Hun zenuwen spanden zich, maar ze hadden geen verweer. Ze vochten evenwel, samen met hun buren en dorpsgenoten die mettertijd goede vrienden waren
geworden. Getroffen door hetzelfde lot, strijders voor hetzelfde doel. Dat verenigt.

Maar er kwam geen oplossing. Mensen uit het dorp verhuisden, anderen werden zenuwziek. De man en de vrouw ontwikkelden een haat-liefdeverhouding met het huis. De plek waar ze zielsveel van hielden werd een beproeving. Er vielen harde woorden, er stroomden veel tranen, er stond liefde op de helling. Toen was het genoeg.

“Het gezin werd opgeschrikt uit de slaap, telkens weer. Hun zenuwen spanden zich, maar ze hadden geen verweer.”

Twee jaar waren ze in de rouw en toen namen ze moedig de beslissing: wij gaan hier weg. Ze vonden een banaal huis in een stille straat. Een vredige plek waar je alleen vogels hoort en af en toe eens een zeldzame grasmaaier. Waar op een dag maar een handvol auto’s voorbijrijdt en de kinderen nog op straat spelen. Waar het geurt naar liguster, jasmijn en linde. Waar de mensen leven aan een gezapiger tempo. Waar je met weinig moeite kunt geloven dat het altijd vakantie is. Een schuiloord voor de wereld die overvol is van prikkels.

Ze hadden wat ze wilden: stilte, rust, ademruimte. Maar ze lieten veel achter: het huis met een ziel, de verbluffende tuin, de vele vrienden en buren die hen gelukkig maakten. Het onzichtbare maar oersterke sociale netwerk waar ze door de jaren heen een onmisbare schakel van geworden waren.

Het afscheid nemen voelde als het doorknippen van een navelstreng. Het viel niet makkelijk. De kinderen echter ontpopten zich als ware zenmeesters, virtuoos in het loslaten. Ze toonden hun ouders de weg en aardden vliegensvlug op de nieuwe plek. Eén opmerking had de zoon bij zijn nieuwe stek: “Ik werd hier wel wakker gemaakt door een vogel, hé. Kakvogel.” Eén zin die al het bovenstaande relativeerde.

De bovenstaande parabel is mijn verhaal. Maar het zou het verhaal kunnen zijn van zoveel gezinnen in Vlaanderen. Geluidspollutie, fijnstof, immer aanwezige files: we zijn eraan gewend geraakt. We beseffen niet meer hoeveel energie en levensjaren ze ons kosten. In dit land is men grandioos in het verzinnen van grootse wegeninfrastructuur, maar veel minder inventief in het bewaken van de levenskwaliteit. Her en der zie je dat mensen vluchten uit de stad. Ze zijn pioniers, ze belijden hun eigen kleine, stille revolutie. Ze zoeken rustigere oorden op en opteren voor een gezondere leefomgeving voor het hele gezin. Je zou ze ecovluchtelingen kunnen noemen. Vaak offeren ze ook veel op: een bloeiend sociaal leven, het bruisende van de stad, het praktische gemak van alles in de nabijheid te hebben.

“Je ziet mensen vluchten uit de stad. Je zou ze ecovluchtelingen kunnen noemen.”

Dit brengt mij bij de filosofische vraag: wat is het meest bepalend voor ons geluk? Is dat stilte, rust en natuur – een groene leefomgeving, of is dat de warmte van een stevig sociaal netwerk? Waarvoor moeten we kiezen als we mentaal en fysiek gezond willen zijn? Ik vraag het aan welzijnswetenschapper Hein Zegers, die wereldwijd onderzoek doet naar welzijn, eenvoud en zin.

Hein Zegers: “Warme menselijke verbondenheid of natuur? Als we het klassieke wetenschappelijke onderzoek over geluk raadplegen, is het antwoord zonneklaar. Professor Chris Peterson bijvoorbeeld vat zijn decennia van geluksonderzoek samen in drie woordjes: ‘Other people matter’. Andere mensen zijn belangrijk. Ook in mijn eigen onderzoek heb ik aan mensen over de hele wereld gevraagd wat hen gelukkig maakt, en ook daar kwam ‘andere mensen’ als duidelijke nummer één bovendrijven. Maar tijden veranderen. In landen waar water schaars wordt, wordt water plots essentieel voor het welzijn van de bevolking. Landen als het onze behoren tot de dichtstbevolkte ter wereld en daar worden natuur en open ruimte schaars – en dus steeds belangrijker voor ons welzijn. Schrijver Richard Louv spreekt zelfs van ‘nature deficit disorder’ of een natuurtekortstoornis. Pathologische dorst naar natuur, zeg maar.”

“Geluk is heel flexibel. Het kan zijn dat je eerst heel gelukkig bent met een nieuw huis, maar een paar jaar later nauwelijks meer dat gevoel hebt als je na een drukke werkdag in de zetel ploft. ‘Hedonistische adaptatie’ heet dat: geluk dat na een poosje weer jouw gemiddeld niveau bereikt. Hedonistische adaptatie kan in twee richtingen werken: van heel gelukkig naar gemiddeld, en van heel ongelukkig naar gemiddeld.”

“Aan twee dingen raakt het geluksniveau niet gewend: lawaai en pendelen.”

“Het geluksniveau van mensen kan zich doorheen de tijd aan vele omstandigheden aanpassen. Er zijn echter uitzonderingen, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Aan twee dingen raakt het geluksniveau niet gewend: lawaai en pendelen. En in voorgaande parabel speelt lawaai net de hoofdrol.”

“In een kleiner huisje gaan wonen? Went. Minder mobiel zijn. Went. Maar lawaai? Went niet. Lawaai in de leef- en werkomgeving blijft negatieve effecten hebben op iemands geluksniveau, hoe lang je ook probeert eraan te wennen. Hetzelfde blijkt te gelden voor pendelen naar het werk. Elke dag lang vastzitten in de file of in de drukte van het openbare vervoer blijven een stempel drukken op het geluksniveau van mensen.”

“Oplossingen? Wijlen filosoof Etienne Vermeersch had een punt als ie blijft benadrukken dat overbevolking een basisprobleem is. Minder mensen per vierkante kilometer betekent gewoon meer plaats voor iedereen én meteen ook minder verkeer. Dit is naar verluidt één van de redenen waarom dunbevolkte landen als bijvoorbeeld Canada, Australië en een aantal Scandinavische landen zo hoog scoren op vlak van geluk.”

“Uit onderzoek blijkt grappig genoeg ook dat landen waar veel gefietst wordt, ook erg gelukkig zijn.”

“Ook ruimtelijke ordening en architectuur zouden meer aandacht kunnen hebben voor stilte. In de documentaire ‘In Pursuit of Silence’ van Patrick Shen wordt aangestipt dat architecten in het Verenigd Koninkrijk tijdens hun volledige opleiding slechts één schamele dag aandacht besteden aan stilte en akoestiek van architectuur – in tegenstelling tot de jarenlange aandacht voor visuele aspecten van architectuur. Ben je een stadsbestuur en bestel je een architectuurstudie, dan krijg je een maquette. Iets visueel dus. Maar waarom geen ‘soundscape’? Architectuur en Ruimtelijke ordening benadrukken nog té veel beeld en té weinig akoestiek.”

“Meer gaan telewerken kan ook een deel van de oplossing zijn. En meer gaan wandelen en fietsen. (lacht) Beweging is sowieso superbelangrijk voor ons welzijn, blijkt uit onderzoek. En uit onderzoek blijkt grappig genoeg ook dat landen waar veel gefietst wordt, ook erg gelukkig zijn.”

Meer info over Hein Zegers: www.essencing.com

Schrijf je reactie

1 reactie
  • Sandy says:

    Bedankt voor dit leerrijk artikel.
    Stilte, ruimte, zingeving en welzijn zijn boeiende thema’s, die naar mijn aanvoelen onderbelicht worden in Vlaamse media. Het volgende vond ik heel verhelderend:
    “In landen waar water schaars wordt, wordt water plots essentieel voor het welzijn van de bevolking. Landen als het onze behoren tot de dichtstbevolkte ter wereld en daar worden natuur en open ruimte schaars – en dus steeds belangrijker voor ons welzijn.” Het lijkt zo logisch als je het leest, gek dat het zo weinig of moeizaam wordt toegepast.

Annelies A. A. Vanbelle kijkt als journalist al tien jaar diep in de ziel van mensen. Tijdens dagelijkse lange wandelingen brengt ze haar hyperactieve hoofd tot bedaren en krijgt ze haar spannendste ideeën. Het is haar vorm van meditatie, net als frequent museumbezoek. Daar, en in kunstenaarsateliers en galerieën, is ze het gelukkigst. Ze schrijft bevlogen over kunst voor diverse opdrachtgevers en is co-hoofdredacteur van het passionele kunstmagazine The Art Couch.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen