Getuigenis

“Er was nooit iets over. Ik leerde al snel om niet om geld te vragen”

Jong & arm

“Er was nooit iets over. Ik leerde al snel om niet om geld te vragen”
Uit ons archief maar nog steeds relevant

Redactrice Margit is leerkracht en staat vaak versteld van de veerkracht van veel jongeren, maar ziet ook veel ongelooflijk getalenteerde jongeren die gebukt gaan onder zware bagage. Zoals opgroeien in armoede. Margit wil het taboe wegnemen en ging op zoek naar de menselijke verhalen achter de krantenkoppen. Ze sprak met vier tieners die door verschillende omstandigheden opgroeien in armoede. Welk effect heeft armoede gehad op hun schoolleven? Hoe zien zij de toekomst?

“De 10 procent leerlingen van vijftien jaar oud met de hoogste socio-economische achtergrond heeft 79 procent kans om in een ASO-school te zitten. Voor de 10 procent leerlingen met de zwakste socio-economische achtergrond is dat maar 22 procent. Slechts 8 procent van de ‘rijkste’ leerlingen heeft al een jaar overgedaan. Bij de ‘armste’ leerlingen is dat 45 procent”, schreef De Standaard. Bijna nergens anders is de financiële afkomst zo doorslaggevend in de schoolresultaten van de leerlingen als in Vlaanderen. Vier tieners met een armoede-achtergrond vertellen in deze reeks hun verhaal. Deze keer het verhaal van Noa.

Noa* is 17 en zit in het vijfde jaar Vrije Beeldende Kunsten (KSO)

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zes jaar oud was. Ik ben enig kind en bleef bij mama wonen. Vlak voor de scheiding was mama ontslagen omdat het bedrijf waar ze werkte moest besparen. Na de scheiding is ze zelfstandige geworden. We woonden boven de winkel en alles ging goed. De nieuwe vriend van mama trok bij ons in en nam de boekhouding voor zijn rekening. Todat er na een aantal jaar plots een deurwaarder langskwam. Bleek dat die boekhouding toch niet helemaal koosjer verlopen was. We waren in één klap alles kwijt. Ik was toen negen jaar oud en begreep er weinig van.

“Als werkloze zelfstandige had mama natuurlijk niet zo’n grote uitkering. Er waren periodes dat we enkel van soep leefden.”

Van de ene op de andere dag waren mama en ik dakloos. Papa heeft ons toen tijdelijk opgevangen. Ook al waren mijn ouders gescheiden, hij kon mijn moeder en mij toch moeilijk aan ons lot overlaten? Voor mij was dat best verwarrend. Ik hoopte natuurlijk dat dit betekende dat mijn ouders weer bij elkaar zouden komen.

Gelukkig had mama wat gespaard en vonden we vrij snel een nieuw appartement. Toch was het vaak lastig om rond te komen. Als werkloze zelfstandige had mama natuurlijk niet zo’n grote uitkering. Er waren bijvoorbeeld periodes dat we enkel van soep leefden: dan kochten we grote hoeveelheden groenten en stockeerden die in de diepvries. Er was nooit te veel. Er was nooit iets over. Ik leerde al snel om niet om geld te vragen.

Een aantal jaren daarna verhuisden we weer. We trokken in bij de nieuwe vriend van mama. Ze werkte mee in zijn zaak, al werd ze daarvoor niet betaald. Achteraf bekeken was dat inderdaad misschien naïef. Na een tijd ontdekte mama dat haar nieuwe vriend en zijn vrouw nog helemaal niet officieel gescheiden waren. Dat hij dat ook niet van plan was. Weer een grote klap voor mama en voor mij. En weer stonden we op straat.

We hebben ons toen suf gezocht naar een betaalbaar appartement. Gelukkig is mama steeds erg sociaal geëngageerd geweest en had zij een groot netwerk. Zo hielpen we vaak mee met de voedselbedeling van Occupy. Via dat netwerk vonden we dan toch aan een woning. In een leegstaand pand van de stad konden – in afwachting van de renovatie – mensen voor relatief weinig geld een appartement huren. Dat is onze redding geweest.

“Vroeger zat ik op een school met veel kinderen van “goede komaf”. Daar voelde ik me soms wel de vreemde eend in de bijt.”

We wonen daar nu nog, al is het niet voor lang meer: het gebouw wordt binnenkort gerenoveerd, dus moeten we op zoek naar iets anders. Dat zorgt voor veel stress bij alle bewoners. Dankzij dit project hebben we het niet enkel op financieel vlak iets gemakkelijker, maar hebben we ook een hechte mini-gemeenschap gecreëerd. Zo is er een gezamenlijke ruimte waar elke week samen gegeten wordt. Iedereen brengt dan iets mee om te delen. Op die manier lukt het voor ons allen ook om de kosten te drukken. In het gebouw is er ook een appartement voor crisisopvang. Mensen die van de ene op de andere dag op straat staan kunnen dan voor maximum drie maanden bij ons terecht. En op woensdagnamiddag worden er lesjes Nederlands georganiseerd voor vluchtelingenkinderen uit de buurt. Ik ben ongelooflijk dankbaar dat dat project op ons pad is gekomen. Anders was mijn verhaal heel wat minder positief geweest.

Omdat ik al vaak verhuisd ben, heb ik al dikwijls mijn eigen plekje moeten opgeven. Toch heeft dat ook voordelen: ik voel me heel snel ergens thuis. Ik kan makkelijk contact leggen met nieuwe mensen. Als kind was dat minder evident. Vroeger zat ik op een school met veel kinderen van “goede komaf”. Daar voelde ik me soms wel de vreemde eend in de bijt. Op die school ben ik heel lang gepest geweest. Niet alleen verbaal; ik ging meer dan eens naar huis met blauwe plekken. Ja, ik denk dat ze me raar vonden. Ik was een makkelijk doelwit. Ik droeg goedkope kleren. En ik leidde een beetje aan “aanstelleritis”: ik probeerde mezelf op een andere manier te laten opvallen. Ik vroeg nogal veel aandacht, denk ik. Misschien niet meteen de slimste strategie.

Die ervaring heeft me wel wijzer gemaakt. Ik probeer altijd met iedereen overeen te komen. Ik vind het belangrijk dat iedereen erbij hoort. Als ik weet dat iemand het moeilijk heeft thuis, zal ik extra moeite doen om hen erbij te betrekken. Of als iemand ambetant doet, probeer ik altijd te bedenken waarom iemand zich zo gedraagt. Ik was zelf ook een bang meisje met een grote mond. Don’t judge a book by its cover, weet je wel?

“Ik realiseer me eens te meer hoe belangrijk het is om het goed te doen op school. Voor mezelf én voor mama.”

Ondanks alles was ik best wel gelukkig als kind. Mama verzwijgt het wanneer we het moeilijk hebben, maar ik merk het wel altijd als er iets is. Ze kan die stress niet zo goed camoufleren. Nu ik bijna achttien ben, neem ik meer en meer mijn verantwoordelijkheid op, én begint mama ook meer en meer te tonen. Ik ben ervan geschrokken hoe sterk ze al die jaren geweest is. Het was vaak écht moeilijk, zonder dat ik het door had. Nu nog hebben we het niet breed: mama heeft iets aan haar schildklier en leeft al een tijdje van een ziekte-uitkering. Ik moet je niet vertellen dat dat geen royaal bedrag is. Van papa krijg ik elke maand wel een bedrag waarmee ik mijn schoollunch kan betalen.

Natuurlijk heb ik altijd wel geweten dat het worstelen was om rond te komen, maar ik heb nooit die druk gevoeld. Mijn schoolresultaten hebben daar dus weinig onder geleden. Nu ik dat allemaal begin te beseffen, zijn mijn punten nog beter geworden. Ik realiseer me eens te meer hoe belangrijk het is om het goed te doen op school. Voor mezelf én voor mama. Ik wil kost wat kost mijn diploma halen en makkelijk een job vinden.

Wat ik zal doen als ik afgestudeerd ben? Door wat ik heb meegemaakt, heb ik geleerd om van dag tot dag te leven. Ik ben echt bezig met het nu. Ik heb eerlijk gezegd nog geen idee welke richting ik uit wil. Al weet ik wel dat ik mensen wil helpen. Wat ik ook ga doen, dát zal mijn hoofddoel zijn.”

* Volledige naam bekend bij de redactie
Illustraties: Valérie Van Den Eynden
Lees de hele reeks Jong & Arm hier

Schrijf je reactie

Margit is leerkracht en schrijft in haar vrije tijd voor Charlie. Ze maakt het liefst eerlijke en openhartige getuigenissen van bijzondere mensen. Zo sprak ze onder andere met vier schoolverlaters die elk op hun eigen manier voor hun diploma zijn gegaan.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen