Portret

“Bezig zijn met taal, dat is voor mij de oerrealiteit.”

Kristien Hemmerechts tussen Muze, Man en Moederschap

Kun je als vrouw volop voor De Kunst gaan? Of vormen een man, kinderen en de afwas van gisteren een ontzettende belemmering bij het scheppen van een meesterwerk? Journaliste Annelies Vanbelle ging praten met bekende creatieve zielen, fotografe Carmen De Vos maakte hun portret. Een reeks die goesting geeft. Om a room of one’s own in te richten.

Kristien Hemmerechts (59), auteur, moeder van een dochter, twee zoontjes (+) en stiefmama van Laura

Cogels Osylei, Berchem. Kristien Hemmerechts opent de deur van haar statige huis. We gaan aan de tuintafel zitten. Ze gooit haar blote voeten op de bank. Ik confronteer haar meteen met een uitspraak van kunstenaar Johan Tahon: “Voor een vrouw zijn kinderen misschien het mooiste kunstwerk dat je kunt maken, maar als man proberen wij om het gevoel van een kind op de wereld te zetten te krijgen door het maken van een object.”

Of zij dan niet genoeg voldoening vond in dat moederschap, dat ze daarnaast ook nog eens moest schrijven, vraag ik haar: “Voor mij zijn dat twee zaken van een totaal andere orde. Zwanger worden is iets heel dierlijks. Voor mij waren zwanger zijn, bevallen en borstvoeding geven een sterke en zelfs verwarrende confrontatie met het feit dat ik een biologisch wezen ben. Iets wat in de jaren daarvoor meer in de kast zat. Je wordt lichaam, je wordt dier. En dat alles heeft voor mij helemaal niets te maken met het schrijven van een boek of een artikel.”

Een onnatuurlijke moeder

Of ze niet beneveld was door het feit dat ze een kind had gebaard, of door de schoonheid van dat kind? “Ik heb dat zeker niet gehad bij de geboorte van mijn eerste kind. Ik was geen natuurlijke moeder, en ik was ook niet iemand die per se een kind wou. Misschien was ik gewoonweg nog jong. Ik was vierentwintig toen ik zwanger werd, vijfentwintig bij de geboorte. Ik wist niet wat me overkwam. Aanvankelijk was er zelfs een gevoel van paniek. Ik dacht: er zit iets in mij dat zal groeien en groeien, en straks moet het er weer uit en dat zal pijn doen.”

“Ook toen mijn dochter er eenmaal was, wist ik niet goed wat ik met haar moest aanvangen. Tijdens de borstvoeding zat ik dikwijls met een boek in de hand. Die hele periode voor en na de bevalling zag ik eigenlijk als een zee van tijd waarin ik boeken kon lezen! Een normale moeder gaat dan boeken lezen over opvoeden, ik las boeken voor mijn doctoraat.”

Kinderen krijgen haalt je helemaal overhoop, maar ik denk dat het goed is om te doen. Je wordt er een beter mens van, denk ik.

“Bij Ben, mijn zoontje dat daarna geboren is en twee maanden later stierf, was er wel meteen een symbiose. Hij voelde als een verlengde van mezelf. Ook bij mijn dochter zie ik dat nu gebeuren: nog nooit heb ik een mens zo gelukkig gezien als zij nu met haar dochtertje. Ik heb dat echter gaandeweg moeten leren, moeder zijn. Ondertussen is het een deel van mijn identiteit geworden. Ik zou mezelf zelfs een moederkloek durven te noemen, altijd bezorgd om mijn (stief)kinderen en kleinkinderen. Ik bel ze vaak, en moet ze op geregelde tijdstippen zien. Ja, kinderen krijgen haalt je helemaal overhoop, maar ik denk dat het goed is om te doen. Je wordt er een beter mens van, denk ik.”

carmendevos-KristienH-09

© Carmen De vos

Een nuchtere man

“Ik vind wel dat er tegenwoordig veel, misschien te veel aandacht wordt geschonken aan zwangerschap, aan moeder zijn. Vanuit een feministisch standpunt heb ik altijd gevonden dat je als vrouw niet te veel moest zeuren over je biologie: zwangerschap, bevalling en maandstonden. Als je niet gereduceerd wil worden tot een baarmoeder en eierstokken, praat er dan niet aldoor over.”

“Misschien ben ik te nuchter, en ook: tamelijk mannelijk in die zaken. Het mannelijke aan mij zal ook wel zijn dat ik niet per se alles wat met me gebeurt met vriendinnen hoef te delen. Ook shoppen vind ik een nachtmerrie. Of uren bij de kapper zitten. Ik ben heel blij met mijn Turkse kapper hier om de hoek, in een halfuurtje ben ik daar buiten: perfect (lacht).”

Vermoord de engel

“Ik ben pas beginnen schrijven na de geboorte van mijn dochter. Ze was toen elf maanden. Omdat er door dat kind, door mijn werk, mijn huwelijk en het huishouden zoveel beslag op me werd gelegd, voelde ik een grote behoefte om een plek voor mezelf te hebben. Die plek werd mijn teksten en mijn boeken. Mijn privédomein.”

Die duale houding tegenover het moederschap lijkt voorbehouden aan schrijfsters. Ook Virginia Woolf worstelde ermee, weet Kristien Hemmerechts. “Ze noemde het ‘the angel in de house’: de dienende, zorgende vrouw die niet voor zichzelf kiest maar voor de ander. Zij vond dat je die vrouw moest vermoorden, als je wou schrijven. Ik denk dat dat waar is: je kunt niet tegelijkertijd aandacht opbrengen voor kinderen en voor je werk. Dat geldt trouwens ook voor mannen, die kunnen dat evenmin.”

Twee weken lang ben ik alleen maar moederkloek geweest. Dat werkt verdovend. In die weken ben ik creatief dood.

“Door mijn echtscheiding was mijn dochter niet altijd bij me. Op vrijdagavond ging ik haar ophalen na school, en op zondagavond bracht ik ze terug. Tijdens de week had ik alle tijd voor mijn werk. De momenten dat ze bij mij was, waren echt quality time, dan was ik er helemaal voor haar. Ook nu nog, als we afspreken, weet ze dat ze mijn volledige aandacht heeft. Als ik in ‘schrijfmodus’ ben, zoals ze dat noemt, dan hoort ze zelfs aan mijn stem dat ik in gedachten ergens anders ben. Maar omdat ik het zo duidelijk kon scheiden, heeft mijn dochter daar altijd heel goed weten mee om te gaan.”

“Ik vind de relaties met andere mensen – met mijn man, mijn vrienden, mijn familie – heel belangrijk. Voor mijn emotioneel welzijn en dus voor mijn creatief welzijn heb ik die nodig. Ik zou me niet zoals een Renate Dorrestein kunnen terugtrekken op een eiland om te schrijven, dat begrijp ik niet. Het is de combinatie van alleen zijn en samenzijn die mijn schrijverschap gaande houdt.”

carmendevos-KristienH-06

© Carmen De vos

Geen rommel in de kop

Wanneer ik Hemmerechts tref, is ze net terug uit vakantie met (stief)kinderen en kleinkinderen. “Twee weken lang ben ik alleen maar moederkloek geweest. Dat werkt verdovend. In die weken ben ik creatief dood. Behoorlijk beangstigend is het dat er in die periodes geen inspiratie komt. Ik vind er niet de leegte die nodig is om te creëren. Een leegte waarin dingen kunnen ontstaan.”

“Ik heb een zekere vorm van isolement nodig om te kunnen schrijven. Die vind ik hier thuis, in mijn werkkamer. Je moet de tijd krijgen om na te denken, om te laten bezinken. Het liefst ben ik alleen thuis. De ochtend is mijn beste moment om te schrijven. Ik moet hier op mijn gemak kunnen opstaan, een beetje lummelen, een beetje strijken, een krantenartikel lezen, een beetje niets doen. Dat is zo met eenieder die schrijft of ‘iets maakt’ geloof ik: je moet de tijd krijgen om na te denken, om te laten bezinken. Het moet kunnen groeien. En dat gaat dus niet – (met nadruk) niét niét niét – als je door mensen wordt onderbroken.”

Contacten zijn often on my terms, en dat is niet sympathiek. Daarom word ik ook wel eens afstandelijk genoemd.

“Soms, als er iemand onverwacht belt, is het alsof er een leger over mijn kop is gelopen. Mijn vriendinnen weten dat ook: ze zullen mij niet al te vaak opbellen. Ze wagen het niet (lach). Contacten zijn often on my terms, en dat is niet sympathiek. Daarom word ik ook wel eens afstandelijk genoemd. Maar ik bescherm mezelf dus niet in die mate dat ik de telefoon niet opneem. Omdat ik tamelijk goed een draadje kan vasthouden en weer opnemen. En ook omdat ik mezelf niet klem wil zetten. Ik heb die vrienden echt wel nodig. Ik ben een paar keer writer in residence geweest en dat functioneert niet voor mij. Ik heb nood aan wereld. Ik kan me beter niet te veel afzonderen.”

“Op een dag kan ik een bepaalde hoeveelheid ruis toestaan zodat het nog werkt, maar als ik bijvoorbeeld ben gaan lesgeven, dan kan ik daarna niet meer schrijven. Dan zit er te veel rommel in mijn kop.”

“Ook mijn man Bart (Castelein, AV) ervaart het wel eens als een afwijzing als ik vraag om niet in mijn werkkamer binnen te komen. Zijn aanwezigheid, het feit dat ik weet dat hij in huis rondloopt, maakt me soms zenuwachtig. Dan kan ik me niet concentreren. Gelukkig begrijpt hij mij. Soms – moet ik toegeven – zit ik te wachten tot hij weggaat, zodat ik weer die leegte vind. Het is dus een voortdurend schipperen. Maar ik denk dat dat niet anders is voor mannen dan voor vrouwen met een gezin. Herman (de Coninck, AV) bijvoorbeeld werkte ’s nachts om zijn eiland te creëren.”

Het einde van de beschaving

En zo komt ons gesprek als vanzelf bij Hemmerechts’ levenspartners. Eerst was er een Welshman, de vader van haar dochter en haar twee zoontjes zaliger. Daarna natuurlijk Herman de Coninck, het monument, de dichter, de columnist. En nu is er Bart Castelein, waar ze in 2007 mee trouwde en sinds 1999 een LAT-relatie mee heeft. Er is niet echt een lijn te trekken in de typologie van die mannen, op het eerste gezicht. “Hetgeen ze gemeen hebben is dat ze niet possessief zijn”, zegt Hemmerechts. “Ik ben een aantal keer mannen tegengekomen die verschrikkelijk verliefd op me waren, en die misschien meer van me hielden dan de mannen met wie ik getrouwd was en ben, maar ik ben daar heel hard voor op de loop gegaan. Je hebt zo van die koppels die alles moeten weten van elkaar, en die op alles commentaar hebben: dat vind ik dus het einde van de beschaving. En dat is dus zo heerlijk aan Bart: we zien elkaar heel graag en hebben een sterke band met elkaar, maar hij is heel hard bezig met zijn eigen dingen. Hij heeft zelfs mijn laatste boek nog niet gelezen, en dat vind ik niet eens erg (lacht).”

Ik ben een aantal keer mannen tegengekomen die verschrikkelijk verliefd op me waren, en die misschien meer van me hielden dan de mannen met wie ik getrouwd was en ben, maar ik ben daar heel hard voor op de loop gegaan.

“Ik zie Bart heel weinig als je bedenkt dat we getrouwd zijn, maar ergens is hij wel een heel stabiel, zeker iets in mijn bestaan. In al die jaren met Bart heb ik veel geschreven en gepubliceerd. Ik weet zelfs niet of ik zou kunnen schrijven als ik niet ‘iets met iemand had’. Het geeft je het gevoel te leven, en voor mij is ‘iets maken’ ook erg verbonden met het gevoel te leven. De tinteling die je kunt ervaren in een liefdesrelatie werkt inspirerend. Ik kan me makkelijk lichtjes verliefd voelen, een soupçon van verliefdheid zo, en dat staat dan tegenover een gevoel van ‘ik ben dood’.”

“De relatie met Herman draaide heel hard rond onze beider liefde voor taal en teksten. Het was heel fijn dat ik met hem over het vak kon praten, na zijn dood heb ik misschien dat wel het ergste gemist. Ik weet dat het geen goede eigenschap is, maar voor mij is de belangrijkste realiteit toch het bezig zijn met teksten, met taal. Dat is voor mij de oerrealiteit. En dat deelde ik dus met Herman. We vonden elkaar prikkelend en boeiend en inspirerend, al hadden we zeker geen blinde adoratie voor wat de ander deed. Herman durfde wel eens ideeën te pikken, hij had daarin iets van een ekster. Ik durfde ook heel erg tegen hem in te gaan. Ik kan tegen mannen soms spottend of ironisch of cynisch zijn, wat door hen niet altijd in dank wordt afgenomen.”

Don’t try to be one of the boys

Een raad die ze daarom andere vrouwen zou willen geven, is bescheidenheid, to play down. “De wereld houdt niet van vrouwen met geldingsdrang”, zegt Hemmerechts. “Aanvankelijk zijn mannen geïntrigeerd en geprikkeld door de succesvolle, onafhankelijke vrouw met een mening, maar je mag ook weer niet al te hoog van de toren blazen. Dan willen ze je kleiner maken.”

Ik heb lang geprobeerd om one of the boys te zijn. Het moment dat ik inzag dat dat niet kon en ook niet hoefde, kwam er een zekere rust over me.

“Vrouwen worden bewonderd als ze mooi en sexy zijn, en moeder van 33 kinderen. Maar als het gaat over politiek inzicht, inzicht in bankwezen of creativiteit, dan bewondert men mannen. De identiteit van de man is zijn beroep. De vrouw wordt vereenzelvigd met haar rol als moeder en grootmoeder. Het is een droevige stand van zaken, maar het is nu eenmaal de realiteit. En ik heb er lang tegen gevochten en geprobeerd to be one of the boys. Het moment dat ik inzag dat dat niet kon en ook niet hoefde, kwam er een zekere rust over me.”

“Na al die jaren op deze aardbol heb ik dan ook geleerd om niet al te hard uit te pakken met mijn professionele activiteiten. Als je in een niet-professionele context naar buiten treedt, dan kun je beter ordinary zijn. Een beetje zoals Jane Austen, die deed alsof ze een boodschappenlijstje aan het schrijven was in plaats van een boek. Laat je dromen en je ambities heel groot zijn in je schrijfkamer, maar hou ze daar. Je kunt je natuurlijk anders gedragen en heel veel ruimte eisen. Maar dan ga je snel ontdekken dat je een onmogelijk mens bent en niet veel vriendschappen hebt. Het is iets wat ik ook merk in gezelschap: mensen gaan mij plots graag zien als ze beseffen dat ik eigenlijk ook maar ‘een hele gewone’ ben. Ik moet precies altijd mijn ‘gewoonheid’ bewijzen. Maar dan denk ik stiekem: ik ben helemaal niet zo gewoon, ik heb al die boeken geschreven (schaterlach)!”

Lees hier alle interviews in de rubriek Van de Liefde en de Kunst
Carmen De Vos is een trage fotograaf. Ze was al niet van de rapsten lang voordat traag in de mode kwam. A slow photographer. Op die manier was ze eigenlijk altijd al haar tijd ver vooruit en ging er niks verloren. Met haar geliefde Polaroidcamera kan ze ook moeilijk anders, zo’n machine is niet op snelheid berekend. Ze omhelst de fout, de verkleuring, de onscherpte en houdt ervan om binnen de beperkingen dat het materiaal haar oplegt, het best mogelijke beeld te creëren.

Schrijf je reactie

1 reactie

Annelies A. A. Vanbelle kijkt als journalist al tien jaar diep in de ziel van mensen. Tijdens dagelijkse lange wandelingen brengt ze haar hyperactieve hoofd tot bedaren en krijgt ze haar spannendste ideeën. Het is haar vorm van meditatie, net als frequent museumbezoek. Daar, en in kunstenaarsateliers en galerieën, is ze het gelukkigst. Ze schrijft bevlogen over kunst voor diverse opdrachtgevers en is co-hoofdredacteur van het passionele kunstmagazine The Art Couch.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen