doorgelicht

Kwaad? #MeToo

Kwaad? #MeToo
Sigrid Wallaert is onderzoeksstudente wijsbegeerte aan de Universiteit Gent.

Vrouwen zijn kwaad. Dat is niet zo verwonderlijk, er zijn immers redenen bij de vleet: van discriminatie op het werk tot feminicide, van verdrukkende genderrollen tot de constante dreiging van seksueel geweld. Het is nog steeds niet gemakkelijk om geen man te zijn, en dat dit voor woede zorgt, is te verwachten. Vrouwen sporen elkaar ook steeds vaker aan om hun kwaadheid te uiten en zich niet langer in te houden volgens een seksistisch rollenpatroon dat hen liever ziet zwijgen. Dat kwade vrouwen mondiger worden is een belangrijke verandering, maar het is niet genoeg: er moet ook naar deze woede geluisterd worden.

In het kader van de #MeToo-beweging kwam er overduidelijk een nieuwe golf van vrouwelijke woede tot uiting. Na een enkele tweet van de Amerikaanse actrice Alyssa Milano kende #MeToo – enkele jaren eerder in het leven geroepen door de zwarte activiste Tarana Burke – een nooit eerder geziene heropleving. Over de hele (virtuele) wereld deelden vrouwen hun verhalen over seksueel geweld gekoppeld aan een hashtag. Zo vonden ze elkaar terug, wisselden ze ervaringen uit, en herkenden ze elkaars kwaadheid.

En daar bleef het niet bij. Vrouwen moedigden elkaar meer en meer aan om hun woede te uiten. Ze laten zich niet langer het zwijgen opleggen door een patriarchale samenleving waarin van vrouwen verwacht wordt dat ze stil zijn en afgestraft worden als ze hun mening durven te geven. Traditioneel is het gebruik van woede als communicatiemiddel immers bij uitstek een privilege voor mannen, zo schrijft filosofe Kate Manne. Mannen vinden dat ze er recht op hebben, en ze voelen zich benadeeld wanneer vrouwen ook gebruik willen maken van die zogenaamde ‘mannelijke privileges’. Nochtans is woede geen taart: als meer mensen taart willen, raakt de taart op, maar als meer mensen kwaad zijn, is er geen eindig aantal taartpunten te verdelen. Woede kan wel degelijk door iedereen benut worden, en die vorm van gendergelijkheid is een van de dingen waar #MeToo voor ijverde.

Maar er is nog een andere kant aan deze zaak. Vrouwen kunnen elkaars woede aanmoedigen zo veel ze willen, maar uiteindelijk is er naast een overtuigde spreker ook een welwillend publiek nodig om tot succesvolle communicatie te komen. Het traditionele communicatiemodel heeft een zender en een boodschap, maar ook een ontvanger. In de context van #MeToo leerden we dat vrouwen kwaad zijn, en leerden vrouwen dat steeds meer uiten. Maar als er niemand luistert, is er daarmee nog niet veel gewonnen.

Traditioneel heeft woede het moeilijk om serieus genomen te worden. Niet zozeer als ze geuit wordt door een man: een kwade man wordt vaak gezien als assertief, als dominant, en dat zijn dan positieve mannelijke kwaliteiten. Maar zoals Kate Manne al zei, is woede het privilege van mannen. Als een vrouw zich dezelfde kwade kwaliteiten aanmeet, wordt ze plots gezien als onecht, ongecontroleerd of hysterisch. Kwade vrouwen worden al sinds het oude Griekenland belachelijk gemaakt. Op basis van algemeen aanvaarde stereotypen wordt hun boodschap weggelachen en zonder meer afgewezen. Een andere filosofe, Miranda Fricker, heeft een term voor dat fenomeen: testimonial injustice.

Over een vlotte vertaling van die term breek ik al lang zonder succes mijn hoofd, dus houd ik het voorlopig maar bij een omschrijving. Het is een onrecht (injustice) dat een spreker aangedaan wordt wanneer haar getuigenis (testimony) niet serieus genomen wordt door haar publiek, en dit op basis van stereotypen die het publiek erop nahoudt over de spreker. Om die stereotypen draait het nu net: het is op basis daarvan dat een kwade boodschap afgewezen wordt, en dus eigenlijk niet omwille van de woede zelf. Het kunnen stereotypen zijn op basis van gender, zoals dat vrouwen toch niets zinnigs te vertellen hebben, maar net zo goed op basis van huidskleur, leeftijd, sociale klasse, en ga zo maar door.

Zo krijgen vrouwen vaak hetzelfde advies te horen: ‘ach meisje, maak je niet druk!’ We leven nu eenmaal in een samenleving waarin ratio hoger gewaardeerd staat dan passie en emotie, zeker in de professionele of academische wereld. In die context kunnen we ook het advies van filosofe Martha Nussbaum plaatsen, die pleit voor een samenleving zonder woede. Ze argumenteert dat kwaadheid te veel op het verleden gericht is, op het compenseren van onrecht dat toch al voorbij is. We laten de emotie dus beter los, zegt Nussbaum, en verleggen onze focus naar de toekomst.

Dit advies lijkt goedbedoeld, maar het kan ook schadelijk zijn. Zulke argumenten dragen er immers toe bij dat woede te vaak het zwijgen opgelegd wordt. Dit kan van buitenaf gebeuren, als het publiek aan een spreker vraagt om haar emoties in te tomen, maar net zo goed van binnenuit: zo past een spreker vaak al bij voorbaat haar boodschap aan om haar publiek niet tegen de schenen te schoppen. Die strategieën hebben dan het effect dat ze vooral de boodschap onderdrukken van groepen die al een kwetsbare sociale positie hadden om mee te beginnen. En daar zijn we weer bij testimonial injustice: achterliggende stereotypen over de identiteit of sociale positie van de spreker bepalen hoe ernstig iemands boodschap genomen wordt.

Het feit dat zulke technieken om woede te onderdrukken niet neutraal zijn, is waar het echt problematisch wordt. Het is immers gemakkelijk om mensen te vragen niet zo kwaad te zijn als je – zoals Martha Nussbaum – een zeventigjarige witte academica bent, en je spreekt vanuit je comfortabele stoel in de ivoren toren van de universiteit. Zo’n vraag is iets minder gemakkelijk voor mensen zonder comfortabele stoel, die zich ver buiten de ivoren toren bevinden. Niet elke vrouw heeft de middelen om de ervaringen die haar terecht kwaad maken aan te klagen onder de noemer van seksuele intimidatie of een vergelijkbaar theoretisch of juridisch concept. Zonder toegang tot die theoretische achtergrondkennis is het voor veel vrouwen quasi onmogelijk om hun stem gehoord te krijgen. Maar het voelen van kwaadheid is wél voor iedereen toegankelijk. Zo kan die gemeenschappelijke emotie een aanknopingspunt zijn om communicatie tussen vrouwen mogelijk te maken, ook als ze niet dezelfde conceptuele kaders bezitten. Woede als communicatiemiddel is dus geen overbodige luxe.

“Het is van onschatbaar belang om naar vrouwen te luisteren, los van de manier waarop ze zich uitdrukken.”

In zekere zin is woede steeds echt: ze heeft een reden, en dient als signaal. Ze bevat dan ook een dubbele boodschap. Aan de ene kant is er de expliciete boodschap, de woorden die op een kwade manier uitgesproken worden. Die woorden worden al te vaak niet serieus genomen door hun jasje van woede, en dat moet anders. Aan de andere kant is er evenwel ook de boodschap van de kwaadheid zelf. Dat is immers steeds een teken dat er iets misloopt, dat er iets anders moet. Los van de expliciete boodschap dient de emotie zelf dus ook als signaal. Dat signaal wordt vaak helemaal niet gehoord, en ook dat moet anders.

Daarom is het niet alleen belangrijk om vrouwen aan te moedigen hun woede te uiten, maar ook om iedereen, van welk gender ook, aan te sporen ernaar te luisteren en haar serieus te nemen. Zoals Jozefien Daelemans onlangs schreef naar aanleiding van de nationale vrouwendag, mag de last van de strijd voor gendergelijkheid niet alleen op de schouders van vrouwen vallen. Net zo goed mag de strijd om gehoord te worden niet alleen op de schouders van de kwade vrouw vallen. Het is van onschatbaar belang om naar vrouwen te luisteren, los van de manier waarop ze zich uitdrukken. Of dat nu met rationele argumenten is, met tranen, of met vurige woede.

Sigrid Wallaert is onderzoeksstudente wijsbegeerte aan de Universiteit Gent. Ze doet onderzoek naar de opmars van vrouwelijke woede in de context van #MeToo, en bekijkt de evolutie van die specifieke vorm van woede vanuit een filosofisch perspectief. Haar missie is om de ideeën die ze tijdens haar onderzoek tegenkomt ook buiten de academische wereld toegankelijk te maken en zo haar enthousiasme erover te delen. Op Instagram schrijft ze over boeken als @makemealemon. Ze hoopt dat haar kat haar leuk vindt.
Foto’s: Istock

Schrijf je reactie

Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen