De kleinkinderen van Congo

“De kindjes zeggen soms dat ik een Marokkaan ben”

“De kindjes zeggen soms dat ik een Marokkaan ben”

“De kolonisatie, dat is zo lang geleden. Congo, dat is ver van huis.” Voor deze mensen is niets minder waar: Congo is een deel van hen, ook al kan je het niet altijd op het eerste gezicht zien. Redactrice Sabrine sprak met kleinkinderen van Congo over hun roots. Vandaag: Malik, 9 jaar. Foto’s: Doortje Van Herwaarde. Styling: Jonathan Zegbe

“Mijn oma, taté, is van Congolese origine, ze is in Congo geboren. Mijn opa heeft Belgische roots, maar is ook in Congo geboren. Bij de onafhankelijkheid, toen hij tien was, vertrokken hij en zijn ouders naar België, maar op zijn drieëntwintigste keerde hij terug naar Congo. Daar ontmoette hij mijn oma. In 1989 was er onrust in het land en kwamen ze samen naar België met vier kindjes. Een jaartje later werd mijn mama hier geboren.

“We eten ook vaak Congolese gerechten. Ik eet supergraag fufu!”

Ik kom uit een heel multiculturele familie. Mijn acht neefjes en nichtjes zijn allemaal Belgen met verschillende, gemixte roots. Dat is gewoon heel erg leuk, omdat onze familiefeestjes altijd bijzonder zijn. We begrijpen elkaar dan niet allemaal even goed, maar het doet er niet toe, het is echt supergezellig. Als ze over onze familiefeestjes praat, zucht mama wel eens: ‘Was dat bij iedereen maar zo!’

Zij heeft mij opgevoed met veel elementen van de Congolese cultuur en met Congolese waarden. De hartelijkheid bijvoorbeeld: ze zegt dat de mensen uit Congo heel warm zijn. We eten ook vaak Congolese gerechten: ik eet supergraag fufu! Hoewel ze hier geboren is, voelt mama zich dus echt verbonden met de cultuur en het land. Dat komt deels omdat haar papa, mijn opa, heel veel lof had voor het land. Mama is nog niet klaar om naar daar te gaan, maar taté gaat wel jaarlijks terug naar Kivu, en ze komt terug met mooie foto’s van de mensen en van het eten. Dan kunnen we meegenieten.

Ik vraag soms aan taté waar ze oorspronkelijk vandaan komt, hoe het eten daar is en hoe het leven daar is. Dan is het fijn als ze de foto’s toont. Ik vind haar zo grappig, ze is altijd veel te laat. Dat zeg ik ook tegen mama! En in plaats van zich te haasten en gestresst te zijn, komt oma op haar gemak toe met een glimlach. En als ze op stap gaat, zegt ze: ‘Je vais faire une aventure!’ Dat vindt mama echt leuk. Ze zegt dat dat één van de leuke dingen is aan Afrikaans zijn: zich minder zorgen maken.

“De kindjes zeggen soms dat ik een Marokkaan ben, door mijn huidskleur. Dat is niet waar: ik ben gewoon zoals mama.”

Mijn moeder voelt zich dus echt Congolees, maar ook Vlaams. Omdat mijn papa een échte Antwerpenaar is, zegt ze dat ik wel wat Vlaamser ben dan zij. Zelf voel ik mij Belgisch, maar ‘ook een beetje Congo’. Dat antwoord ik altijd als mensen vragen hoe ik me voel. De kindjes zeggen soms dat ik een Marokkaan ben, door mijn huidskleur. Ik zeg dat dat niet waar is: ik ben gewoon zoals mama.

Gelukkig zit ik op een multiculturele school en maak ik geen racisme mee. Mijn kleuterschool was niet zo divers en dat vond ik niet zo leuk. Toch weet ik dat racisme bestaat. Als ik sommige dingen op het nieuws zie, zoals deze zomer op Pukkelpop of in Aarschot, vraag ik aan mijn moeder waarom zoiets gebeurt en probeert ze het me uit te leggen. Ik weet wel dat mama soms bang is als ze denkt aan al die dingen, maar ze legt me wel alles heel rustig uit. Ze zegt dat ik altijd een schild moet dragen en weerbaar moet zijn, maar ik begrijp nog niet helemaal waar het over gaat. Ze zegt dat dat normaal is, omdat ik nog onschuldig ben.

“Mama zegt dat ik trots moet zijn op haar huidskleur en die van mijn oma, die donkerder is dan de mijne.”

Mijn mama heeft wel al racisme meegemaakt, zoals toen ze aan het werken was in het rusthuis, en ze tegen haar zeiden dat ze ‘een goede’ was. Of op de bus, toen de buschauffeur zomaar zei: ‘Het is altijd hetzelfde met ulle!’ Ze ziet het ook op straat, en ze komt er vaak tussen. Vroeger werd ze heel boos, maar met de tijd leerde ze dat dingen op een rustige manier uitleggen soms meer helpt.

Omdat ze een Europese achternaam heeft, is het voor haar nog oké, zegt ze. Voor taté is het lastiger: ze heeft een Afrikaanse achternaam en spreekt Nederlands met een accentje. Mama kan echt woest worden van het racisme dat oma moet meemaken. Het is erger dan bij haar omdat taté donkerder is. Als ik zou zien dat mijn mama racistisch wordt behandeld, zou ik het ook erg vinden omdat het gewoon niet lief is. Ik zou wel geen mot geven, ik denk dat ik gewoon zou weglopen.

Als je een lichtere huidskleur hebt, word je minder met racisme geconfronteerd, maar als mensen aan mijn mama vragen of ze blij is dat ik een lichte huidskleur heb, antwoordt ze resoluut: ‘Nee!’ Ze zegt dat het een trots is dat ik ben zoals ik ben, en dat ze het niet anders zou willen. Ze zegt dat ik ook trots moet zijn op haar huidskleur en die van mijn oma, die donkerder is dan de mijne. Dat als de kindjes vragen hoe mijn oma eruitziet, ik dan trots moet zeggen dat ze donker is, dat ze Congolees is.

Ik groei op met veel trots voor de verschillende kleuren en verhalen in mijn familie. Zelf ben ik gewoon Malik, een jongen die later basketballer wil zijn.”

Foto’s: Doortje Van Herwaarde
Styling: Jonathan Zegbe
Lees hier de hele reeks Kleinkinderen van Congo

Schrijf je reactie

Sabrine Ingabire is geboren in Rwanda en naar België gevlucht toen ze vier was. Ze groeide op tussen Brussel en Vlaanderen. Sabrine schrijft al heel haar leven: ze schreef een boek op haar veertiende en leverde in 2018 een bijdrage aan de bloemlezing Zwart (Atlas Contact). Ze is columniste, freelance journaliste, mensenrechtenactiviste en public speaker. Sabrine studeert rechten in Brussel en is jongerenadviseur bij de Vlaamse Jeugdraad.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen