De roots van Charlie

“Over mijn over-over-overgrootvader wordt verteld dat hij piraat was”

Onze redacteurs gaan op zoek naar hun roots

“Over mijn over-over-overgrootvader wordt verteld dat hij piraat was”

Een migrant is gewoon iemand die voordien op een andere plek zat, pleegt Russell Brand te zeggen. En hoe je verder ook denkt over de vluchtelingencrisis en migratie, de Engelse komiek heeft een punt. Bij Charlie besloten we op zoek te gaan naar onze roots. Waar komen onze ouders en grootouders vandaan?

De grenzeloze liefde van de ouders van Elisa

Toen mijn overgrootvader langs moeders kant, Francis Yules Noël Ernest Défossé Brodart (what’s in a name), afstudeerde als ingenieur mijnbouw, wilde hij weg uit Frankrijk. Hij nam een wereldbol, gaf er een ferme draai aan en liet zijn vinger op een willekeurige plek vallen. Zo raakte een jonge Fransman aan het begin van de twintigste eeuw in Mexico verzeild. Eenmaal daar leerde hij Altagracia Torres Cisneros kennen, een vrouw met Azteeks en Spaans bloed. Uit hun huwelijk werd in 1913 mijn grootmoeder geboren.

De Mexicaanse stamboom van mijn moeders staat bol van de verhalen waarvan niemand nog weet of ze echt of verzonnen zijn. Zo wordt over Francisco Quintana, mijn over-over-overgrootvader, geboren in 1819, verteld dat hij piraat was. Dat er in Mexico een kuststaat is die Quintana Roo heet en die grenst aan de Caraïbische Zee, draagt bij aan de mythe. In mijn belevenis was die over-over-overgrootvader een soort Jack Sparrow avant la lettre. Wat wel zeker is, is dat mijn overgrootvader aan het einde van de negentiende eeuw een haciënda bezat waar de door hem aangekochte slaven agave verbouwden. Mijn grootvader, Perfecto Méndez Carpizo, groeide daar op en werd grootgebracht door een Indiaanse vrouw. Ze leerde hem woorden uit het Maya, de taal van de oorspronkelijke bewoners. Via die vrouw vond een woord als tutch (navel) zijn weg tot in mijn woordenschat.

Overgrootmoeder-(Altagracia-Torres)

Links: mijn overgrootmoeder (Altagracia Torres), rechts: mijn overgrootvader (Francis Défossé)

Grootmoeder-en-haar-dochters

Mijn grootmoeder en haar dochters in Mexico

Maar hoe belandden die genen uiteindelijk in België? Wel, in 1981 trok mijn Oost-Vlaamse vader – zijn moeder werd in 1915 als oorlogsvluchtelinge in Toulouse geboren, maar zij keerde later terug naar België – met een beurs naar Mexico om er de Meso-Amerikaanse cultuur te bestuderen en een postgraduaat in de beeldende kunsten te halen. In Mexico-Stad leerde hij via zijn buren mijn moeder kennen. Die buren zouden later mijn tía Lorena en tío Jorge worden.

Mijn moeder was vergroeid met haar boeken en niet bepaald een sociaal type. Terwijl westerlingen in Mexico enorm begeerd waren (mijn vader wist niet wat hem overkwam), toonde zij niet de minste interesse. Na jaren aanpappen sloeg de vonk toch over in het kleine, pittoreske dorpje Malinalco. Dat dorpje is zo’n plek waar de tijd lijkt stil te staan, waar de gevels van huizen felle kleuren hebben en waar de bougainvilles de muren aankleden. Het ultieme decor voor een liefdesverhaal.

Ik-als-klein-meisje-in-Mexico-met-twee-neven-en-mijn-moeder

Mijn moeder, mijn neven en ik in Mexico in 1988

Broer-en-ik-1991

Mijn broer en ik in 1991

In december 1983 kwamen mijn toekomstige ouders samen naar België. Hij trots op zijn exotische verovering; zij lichtelijk gechoqueerd door de winterkou. Na drie maanden verliep haar visum en moest ze zich noodgedwongen in Nederland inschrijven. Toen er nog drie maanden verstreken, besloten ze te trouwen. Om mijn moeder uit de illegaliteit te houden, maar toch vooral uit liefde.

Mijn broer en ik leerden dat je in Mexico ’s morgens je schoenen moest uitkloppen om er zeker van te zijn dat er geen tarantula’s in zaten.

Ze zijn nog steeds samen, mijn ouders. En ze zijn nog steeds gelukkig. Drie jaar na mijn geboorte kreeg ik er nog een broer bij. Met ons vieren zijn we vaak naar Mexico gereisd om la familia te bezoeken. Mijn broer en ik leerden Spaans alsof het niks was, kregen een andere cultuur mee, zagen hoe onze familie aan de andere kant van de wereld een heel andere mentaliteit had dan onze Belgische familie. We leerden dat je er ’s morgens je schoenen moest uitkloppen om er zeker van te zijn dat er geen tarantula’s in zaten. In de tuin mocht je niet achteloos stenen omdraaien, omdat daar schorpioenen en slangen verborgen zaten.

Mijn moeder leeft tussen twee werelden: ze voelt zich in België nog steeds een vrouw van vreemde origine, maar in Mexico voelt ze zich ook niet meer thuis. Sinds de drugsoorlog er in alle hevigheid is losgebarsten, heeft mijn moeder geen zin meer om naar Mexico te gaan. Ze houdt liever vast aan het beeld van het land dat ze heeft achtergelaten. Via mail houdt ze contact met haar zussen. Zelf hoop ik dit voorjaar terug te keren, na een afwezigheid van twaalf jaar.

Wie niet weet dat ik een halfbloed ben, ziet het niet. Soms verbazen mensen zich erover: ‘maar jij bent niet bruin?’. Nee, helaas! Ik spreek ook accentloos Nederlands, al was het Spaans mijn eerste taal. Mijn familie in Mexico is vrij blank van huidskleur, misschien wel omwille van die Franse en Spaanse voorouders (door de Spaanse verovering zijn de meeste Mexicanen mesties: een vermenging tussen Europeanen en indianen). Wat mij betreft mocht het allemaal wat opvallender, want ik ben er best trots op. Onze familie is groot en leeft verspreid over de hele wereld. Binnenkort trouwt een Mexicaanse neef met een Australische. Mijn broer heeft een relatie met een Taiwanese en mijn vriend heeft op zijn beurt een beetje Spaans bloed. Op gebied van relaties verleggen wij al eens graag grenzen.

Lees de hele reeks over de roots van Charlie hier.

Schrijf je reactie

1 reactie

Elisa Hulstaert studeerde literatuur en ontwikkelde van daaruit een fascinatie voor grootse verhalen over doodgewone mensen. Ze is overtuigd van het voordeel van de twijfel en hecht (te) veel belang aan kleine dingen, maar dat vindt ze zelf helemaal niet erg.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen