Openhartig

Van school drop-out tot masterdiploma: “Ik heb meer gehad aan mijn tandarts dan aan het CLB”

Van school drop-out tot masterdiploma: “Ik heb meer gehad aan mijn tandarts dan aan het CLB”

Het is blok. Heel wat studenten zwoegen over hun cursussen om dat felbegeerde diploma te halen. Vorig jaar was Baudouin Mena Sebu nog één van hen. Als nieuwkomer die de taal niet machtig was, moest hij heel wat hordes nemen om de finish te halen die hij ambieerde: een universitair diploma. Foto’s: Sulaiman Jaffa

Baudouin Mena Sebu (26) is de jongste van zeven. Omwille van de oorlog in Congo verhuisde hij rond zijn zevende naar België. Op school botste hij meermaals op een taalbarrière en onbegrip van leerkrachten. Na twee keer te blijven zitten, verlaat hij op zijn negentiende helemaal gedemotiveerd en zonder diploma de schoolbanken. Niemand die toen kon voorspellen dat Baudouin enkele jaren later een masterdiploma op zak zou steken.

“Toen we in België aankwamen, vestigden we ons in Lier. Ik ging echter naar school in Brussel. Als Franstalige zou het daar makkelijker zijn om mee in te pikken met de rest. Ik moest wel iedere dag om half 5 opstaan om op tijd in de hoofdstad te geraken. ’s Avonds was ik ook pas laat thuis. Dat werd me uiteindelijk te veel. Ik ben toen school gaan lopen in Lier. Omdat ik het eerste leerjaar niet heb kunnen afmaken in Brussel, heb ik in Lier mijn jaar opnieuw moeten doen. Dat was de eerste keer dat ik moest ‘blijven zitten’.

“De vader van een vriend was ook leerkracht. Hij hielp me met mijn huiswerk en met het Nederlands.”

In Lier was alles nieuw. De manier van lesgeven was nieuw, de taal was nieuw. Je werd er toen nog echt ingegooid. Je komt aan in de klas en moet meteen mee kunnen met de rest. De school was de enige plek waar ik Nederlands hoorde en dus kon leren, maar geen enkele leerkracht leek het de moeite te vinden om mij de taal aan te leren. Ik moest maar meekunnen zoals iedereen. Tegelijkertijd werd er constant gehamerd op die taal. Ik moest volgens hen eerst vlekkeloos Nederlands leren, vooraleer ik mee zou kunnen met de andere vakken.

Na amper een jaar school te hebben gelopen in Lier, verhuisden we naar Antwerpen en moest ik weer pendelen. Uiteindelijk heb ik de lagere school afgemaakt in Antwerpen. Het derde leerjaar moest ik wel opnieuw doen, maar vanaf dan kreeg ik hulp van buitenaf. De vader van een vriend was ook leerkracht. Hij hielp me met mijn huiswerk en met het Nederlands. Hij was eigenlijk de eerste die me echt bij de hand nam en me geduldig de taal leerde. Mede dankzij hem heb ik mijn lagere school succesvol kunnen afsluiten.

Vol goede moed begon ik op de ‘grote school’. Ik startte zelfs in de richting Latijn, al kwam ik al snel terecht in het watervalsysteem. In het derde jaar, ik deed toen wetenschappen, is het weer moeilijk geworden. Mijn leerkracht Nederlands begon weer te hameren op mijn taal. Nochtans vond ik dat ik het Nederlands inmiddels machtig genoeg was om te volgen. Natuurlijk, ‘de’ en ‘het’ zullen altijd moeilijk blijven (lacht), maar om mij daarop af te rekenen…

Verschillende leerkrachten hadden bepaalde vooroordelen over mij en projecteerden die op mijn taalgebruik. Ze zagen geen potentieel in mij en legden de lat voor mij minder hoog. “Zorg maar dat je een vijf haalt, da’s meer dan genoeg.” Ik snap dat Nederlands kunnen op een Vlaamse school belangrijk is, maar er is een verschil tussen “Je Nederlands is niet goed genoeg, maar we gaan er alles aan doen om het te verbeteren” en “Je Nederlands is niet goed, punt.” Leerkrachten horen hun kennis toch door te geven aan hun leerlingen? Het leek alsof ze hun kennis niet met mij wilden delen.

“Leerkrachten horen hun kennis toch door te geven aan hun leerlingen? Het leek alsof ze dat niet met mij wilden delen.”

Ik voelde me gebrandmerkt omwille van mijn achtergrond. Iedereen leek al een oordeel klaar te hebben en te hebben besloten dat ik een ‘hopeloos geval’ was. Dat knaagde enorm aan mijn zelfvertrouwen en ontwikkeling als tiener. Ik was best wel leergierig, maar zag dat altijd de grond ingeboord door mensen waarvan je ervan uitging dat ze het wel beter zouden weten. Mijn leerkrachten gaven me echt het gevoel dat ik dom was.

Bovendien werd er vooral gekeken naar mijn leeftijd en het feit dat ik twee jaar ouder was dan mijn klasgenoten. Nog eens blijven zitten was volgens hen echt geen optie, dus dan zakte ik nog maar eens, dit keer naar TSO. Het eerste semester had ik goed doorstaan. Toch waren mijn leerkrachten nog altijd niet overtuigd. Ik kreeg geen greintje vertrouwen van hen.

Wonder boven wonder was ik in het vierde jaar Handel erop alles door. Door omstandigheden botste ik in het vijfde middelbaar jammer genoeg weer op een B-attest en werd ik veroordeeld tot BSO. Zo voelde het ook echt: als een veroordeling, een straf. Toen knapte er iets in mij. Op mijn negentiende besloot ik dat school geen optie meer was voor mij. Ik zag het echt niet zitten om nog een dag langer in een muf klaslokaal te zitten en les te krijgen van demotiverende leerkrachten die geen enkel potentieel in mij zagen.

“Ik zag het echt niet zitten om nog een dag langer in een muf klaslokaal te zitten.”

Een banaal bezoekje aan mijn tandarts bracht me voor het eerst sinds langs iets of wat toekomstperspectief. Hij kende me niet goed, maar zag meteen dat het niet goed ging met mij. Het was eigenlijk de eerste keer dat ik er vrijuit met iemand over kon spreken, zonder vooroordelen. Eigenlijk heb ik meer gehad aan mijn tandarts dan aan mijn leerkrachten en het CLB. Hij drukte me weliswaar ook met de neus op de feiten: zonder diploma secundair onderwijs zijn de jobmogelijkheden heel beperkt. Toch gaf hij mij een alternatief: mijn laatstejaarsexamens voor de centrale examencommissie afleggen.

Middenjury dus. En toen moest ik het thuis nog gaan uitleggen. Uiteraard waren mijn ouders in shock, teleurgesteld en verdrietig. Ze hadden hun land, hun hele hebben en houden achtergelaten zodat hun kinderen hier een betere toekomst konden krijgen. Dat beeld zagen ze nu als sneeuw voor de zon verdwijnen. Het voelde alsof ik mijn familie in de steek liet. Stoppen met school was één van de moeilijkste beslissingen uit mijn leven.

De periode waarin ik mijn examens voorbereidde voor de middenjury was een heel eenzame tijd. Ik voelde me niet volledig geruggesteund door mijn familie. Ik neem hen dat niet kwalijk, maar het was wel moeilijk. Ik kon wel heel hard rekenen op mijn meter en die vader van mijn vriend, maar ik had geen contact meer met klasgenoten en speelde niet meer met hen op de speelplaats. Enigszins uit schaamte trok ik me terug uit mijn vriendenkring. Full focus op die examens en dat diploma middelbaar onderwijs.

Dankzij deze weg kon ik uitstippelen welk examen ik wanneer aflegde. Ik rekende erop om af te studeren op anderhalf jaar tijd, rekening houdende met herkansingen. Mijn eerste examen zou geschiedenis zijn, maar dat heb ik niet meteen kunnen afleggen. De trein had die dag vertraging waardoor ik, en met mij heel wat andere leerlingen, luttele minuten te laat aankwamen in het examenlokaal. We mochten niet meer binnen. Toen zakte ik volledig in elkaar. Maandenlange voorbereiding in mijn eentje om te vechten tegen alles en iedereen ging zomaar in rook op. Ik weet nog dat ik die dag nog urenlang heb rondgedoold in de stad. Als klap op de vuurpijl regende het ook nog. (lacht) Echt drama, hoor.

“Met een klein hartje legde ik mijn eerste examens af. De faalangst was er uiteraard diep in geslopen.”

Er zat niks anders op dan mijn moed voor de zoveelste keer bij elkaar te rapen en me te concentreren op mijn andere examens. Met een klein hartje legde ik mijn eerste examens af. De faalangst was er uiteraard diep in geslopen. Toen de eerste resultaten binnenkwamen, sprong ik een gat in de lucht. Die eerste positieve resultaten gaven me zo’n motivatieboost. Daar waar ik anderhalf jaar had ingecalculeerd, had ik na enkele maanden al mijn diploma secundair onderwijs op zak.

Je zou denken dat ik nadien nooit nog een schoolboek wou vastnemen, maar ondanks alle miserie, wou ik eigenlijk graag opnieuw naar school gaan. Ik was altijd al nieuwsgierig en leerde graag bij. Dit keer wou ik iets doen dat ik echt graag deed en in alle vrijheid kon beslissen. Het werd Afrikaanse Talen en Culturen aan de Universiteit van Gent.

“Voor het eerst had ik het gevoel dat ik werd beoordeeld op wat ik deed en niet op wie ik was.”

Op de UGent kwam ik eindelijk mensen tegen die heel open waren en hun kennis wel wilden delen met iedereen in de aula, zonder enig oordeel over iemands achtergrond. De anonimiteit van de aula was bevrijdend. Ik was een studentennummer dat objectief zou beoordeeld worden. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik werd beoordeeld op wat ik deed en niet op wie ik was.

Het eerste semester van het eerste jaar was ik al meteen geslaagd op al mijn examens. Dat motiveerde enorm om door te zetten, ook al was het allesbehalve gemakkelijk. Ook hier speelde Nederlands een belangrijke rol om je tijdens schriftelijke examens en essays goed te kunnen uitdrukken en aan te tonen dat je de leerstof hebt begrepen. De unief reikte me tenminste wel tools aan om mijn taal te verbeteren. Ik kon Academisch Nederlands volgen en via het mentorprogramma ‘coaching en diversiteit’ van de UGent kreeg ik begeleiding van een laatstejaarsstudente. Dankzij de hulp vanuit die hoek kreeg ik het vertrouwen dat ik nodig had om mijn studies te doorstaan.

“De representatie in de leerstof, maar ook bij docenten, hielpen om gemotiveerd te blijven.”

Wat me vooral voortstuwde, was het feit dat ik me eindelijk kon herkennen in de leerstof. Ondanks de geschiedenis van België en Congo, kreeg ik daar in het middelbaar nauwelijks les over. Ook in andere vakken kwam het land van mijn roots of Afrika in zijn geheel weinig aan bod. Die representatie, zowel in de leerstof, maar ook bij de docenten, heb ik gemist en hielp me duidelijk om gemotiveerd en leergierig te blijven. En kijk: op vijf jaar tijd, met een beetje spreiding, maar zonder ooit een vak opnieuw te moeten doen of ‘te blijven zitten’ heb ik mijn opleiding kunnen voltooien.

De kans krijgen om iets te doen dat je echt graag doet is van onschatbare waarde. Het onderwijs kijkt te weinig naar individuele interesses en slaagt er onvoldoende in om die interesses aan te wakkeren. Wie nochtans iets met passie doet, zal harder werken, hoe groot de ‘achterstand’ ook moge zijn. Met die gedrevenheid kom je ook heel ver. Denk ik. (lacht) Dat moet nu dan nog blijken. Al kijk ik wel positief naar de toekomst.

Als ik er nu op terugkijk, denk ik dat leerkrachten en directeurs zich de vraag moeten stellen: aan wie geef ik les? Het eurocentrische onderwijssysteem is niet aangepast aan de geglobaliseerde samenleving waarin we leven. Ik geloof dat je kansen moet krijgen om ze te kunnen grijpen. Maar niet iedereen begint gelijk aan de startstreep. Ik besef daarom dat succesverhalen relatief zijn. Het kan een inspirerend verhaal zijn, maar het zou niet mogen dat je louter door wat moeilijkheden met de taal dubbel tot driedubbel hard moeten werken om te slagen op school. En in het leven.

Foto’s: Sulaiman Jaffa

Schrijf je reactie

8 reacties
  • Solange says:

    Gefeliciteerd met je doorzettingsvermogen! Veel succes verder! 

  • Nicole says:

    Ik heb 40 jaar les gegeven. Dit verhaal verwondert mij niet. De school is een wereld die geen contact heeft met de echte wereld.
    IK heb heel veel bewondering voor Baudouin.
    Heel mooi verhaal van moed en doorzettingsvermogen.

  • Christine Peeters says:

    Wat een inspirerend en boeiend verhaal…ik kreeg er kippenvel van en stuur het door naar een zoon van mij die leerlingenbegeleider is en het serieus meent met zijn leerlingen …..

  • Anne says:

    Ik ben ook wel benieuwd naar Baudouin zijn kijk op de inhoud van de studie Afrikaanse talen en culturen. Is de studie vanuit een erg westers persepctief? Mist hij bepaalde dingen die hij vanuit zijn familie en roots wel meegekregen heeft? Ik vraag me nu ineens af hoe het zou zijn voor mij om vanuit een ander continent Europastudies te volgen.

  • JF Van Aelst says:

    Tof, Bobo,
    mooie getuigenis!
    succes ermee verder.
    JF

  • Zhané says:

    Bravo Beaudoin, very proud of you! 

  • Eva says:

    Een heel inspirerend verhaal! Ik geloof oprecht dat leerkrachten elke dag steeds hun uiterste best doen om leerlingen te motiveren en te laten bijleren. Echter is dit een mooi voorbeeld van hoe we moeten durven om onze manier van onderwijs te herbekijken. Een vorm van onderwijs waar iedereen zich thuis voelt en gedreven wordt om bij te leren. Bedankt om het zo mooi neer te schrijven!

  • loes says:

    heel mooi en inspirerend verhaal! Toont helaas ook inderdaad hoe ons schoolsysteem talent weggooit door haar starre structuren. En dat men allereerst moet inzetten op motivatie in plaats van dat om zeep te helpen. Succes met je verdere stappen op de arbeidsmarkt!

Anouk Torbeyns is geboren in India en getogen in België. Haar huid is donker, maar haar privilege wit. Ze groeide op in een echt Vlaams boerengat en woont nu in de diverse stad. Ondertussen zoekt ze nieuwsgierig haar weg tussen al die schijnbare tegenstellingen. Als eindredacteur is ze verzot op de Nederlandse taal en als jonge journaliste zal ze waarschijnlijk meer vragen stellen dan antwoorden bieden.

Lees verder in Mensen

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg:

  • 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.
  • En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Ik word lid!

50
Vrienden van Charlie

Ook Charlie friend worden? Stuur een mail voor info naar sophie@charliemag.be

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen