Verkrachtertje spelen in de jeugdbeweging?

Deze moeder van een dochter van zes en een zoon van tien, heeft een warme oproep voor de jongens en meisjes van de jeugdbeweging. Zonder beschuldigend vingertje, beloofd.
Lieve jongens en meisjes die leiding geven in de jeugdbeweging. Ik lanceer graag een warme oproep. Laat mij eerst maar even bekennen dat ik zelf nooit deel heb uitgemaakt van jullie groep. En eigenlijk weet ik niet goed waarom. Mijn ouders hebben het nooit voorgesteld en de vrienden die ik later leerde kennen, ook niet. Zelf ben ik blijkbaar ook nooit op het idee gekomen. In latere fases van mijn leven hoorde ik vaak erg mooie verhalen over de jeugdbeweging: nieuwe vrienden deelden hun warme en fijne herinneringen met me. Ik voelde een mengeling van spijt – omdat ik nooit het gevoel ervaren heb om deel van een constante en hechte groep uit te maken – en opstandigheid – omdat ik nu eenmaal nogal tegendraads van nature ben en gesteld op mijn individuele zelf. Ik vertel dit omdat mijn voorgeschiedenis (of beter gezegd: het gebrek eraan) mee bepalend kan zijn voor mijn reactie op het volgende verhaal, dat ik graag met jullie deel.

“Hij had het niet fijn gevonden, dat ‘op meisjes moeten liggen’, maar niet deelnemen was geen optie.”

Onze zoon van tien is geen lid van een jeugdbeweging, zijn passie ligt bij zijn breakdance crew en alleen daar. Maar zijn vrienden zitten er wel in. Een van die vrienden kwam onlangs bij ons logeren. Hij vertelde over het spel dat ze laatst ‘moesten’ spelen: jongens en meisjes samen, rollend over elkaars lichaam, heel dicht fysiek contact. Hij had het niet fijn gevonden, dat ‘op meisjes moeten liggen’, maar niet deelnemen was geen optie. Ik vond het vreemd, maar stond er verder niet bij stil. Mijn eigen zoon pikte in op het gesprek. “Mama, dat is toch eigenlijk geen respect tonen voor de grenzen van jouw eigen lichaam, hè?” Ik probeerde niet te hard te blinken en gaf mezelf een denkbeeldig opgestoken duimpje. Fijn kerel, dacht ik, dat jij dit zo juist aanvoelt. Ik bevestigde en het gesprek ging een andere kant op.

Vandaag, tijdens het naar huis fietsen, kwam het onderwerp ‘spelletjes bij de jeugdbeweging’ opnieuw ter sprake. Omdat dochterlief volgend jaar misschien wel eens wil proberen of het iets voor haar is.

“Weet je nog dat spelletje waar mijn vriend laatst over vertelde, mama?”

“Ja jongen.”

“Weet jij hoe dat spelletje heet?”

“Neen jongen.”

Aarzelend en met een ietwat bange blik keek hij mij aan: “Euhm… dat spel heet verkrachtertje.”

Ondertussen stonden we aan onze achterdeur, maar mijn sleutel bleef net als ik perplex steken in het slot.

“Pardon?” reageerde ik scherper dan ik bedoeld had. Hij bevestigde, het spel heet wel degelijk zo. Het was ter sprake gekomen in de klas, de meeste kinderen en de juf vonden het blijkbaar niet oké. Ik vertelde hem dat ik erg geschrokken was en vroeg of hij wist wat een verkrachting is. Dat bleek het geval te zijn. Ik slikte opnieuw en kon alleen maar uitleggen dat ik het heel erg vind dat een spel de naam van een zwaar misdrijf draagt. Hij gaf aan dat hij het zelf een eng woord vindt. En hij vertelde aarzelend verder over een tweede spel waarbij kinderen onder elkaars geopende benen heen moeten duiken. “Dat spel heet opengereten vagina mama.” Mijn mond viel letterlijk open.

“Hij vertelde over een spel waarbij kinderen onder elkaars geopende benen heen moeten duiken. Opengereten vagina.”

Ik stak even mijn licht op bij een aantal ouders wier kinderen lid zijn van de jeugdbeweging. Sommigen zaten zelf ook in de jeugdbeweging. Via hen kwam ik te weten dat het spel verkrachtertje al heel lang bestaat. Het wordt ook wel ontrouwe echtgenoot of ridder en jonkvrouw genoemd. Het spel opengereten vagina blijkt ook als dunne Bertha bekend te staan. De online spelletjesdatabanken van de jeugdbeweging zijn in die zin heel verhelderend, al slaat het mij met verstomming dat je als trefwoord überhaupt verkrachtertje kan ingeven én resultaten vindt. In een artikel uit De Standaard las ik dat er eigenlijk niks aan de hand is, aangezien het onschuldige spelletjes zijn die niks te maken hebben met de gekozen naam. Perfect! Maar dat neemt niet weg dat ik de naamkeuze schokkend blijf vinden. De stelling dat het vooral ouders zijn die hier een probleem mee hebben en niet de kinderen, lijkt alvast bij ons thuis en in de klas van onze zoon niet helemaal te kloppen.

Wat het benoemen van de dingen betreft, ben ik helemaal pro. Een vagina heet een vagina, gelukkig maar. En verkrachtingen gebeuren helaas met een duizelingwekkende regelmaat. Maar waarom zou je in hemelsnaam als naam voor een spel kiezen voor de beschrijving van een daad waarbij de fysieke en mentale integriteit van een vrouw of man op een gruwelijke wijze geschonden wordt? Dat ontgaat mij. Ook al is het onbedoeld, impliciet, inhoudelijk niet gerelateerd en slechts in woorden: het wringt bij mij. Ik stel me voor dat ik niet de enige ben, al merk ik in mijn omgeving dat wie zelf mooie herinneringen koestert aan zijn of haar verleden in de jeugdbeweging hier met een enigszins andere bril naar kijkt, gewoon vanuit die eigen ervaring. En dat is ok. Gelukkig dragen we niet allemaal dezelfde bril.

“Spelen we vanaf nu gewoon samen dunne Bertha of ridder en jonkvrouw?”

Het is niet mijn bedoeling om met een beschuldigend vingertje te staan zwaaien, lieve leiders en leidsters. Want zelfs zonder dat gedeeld verleden ben ik er rotsvast van overtuigd dat jullie het hart op de juiste plaats dragen. Ik heb bewondering voor het feit dat jullie zich belangeloos inzetten om kinderen de tijd van hun leven te bezorgen en waarden en ervaringen aan te reiken die ze de rest van hun leven met zich meedragen. Ik wil net graag meesurfen op jullie positieve ingesteldheid en een warme oproep lanceren om verkrachtertjeopengereten vagina en consoorten definitief naar de prullenmand te verwijzen! Beste dames en heren van de nationale leiding, voegen jullie de daad bij het woord en halen jullie alle ongepaste verwijzingen gewoon wég uit jullie databanken?

Spelen we vanaf nu gewoon samen dunne Bertha of ridder en jonkvrouw? Mag ik de kat uit de boom kijken als ik een spel niet helemaal zie zitten? Top! Waar kan ik intekenen? Ik verlang naar blote voeten op het gras en gooi graag mijn reserves overboord! Ik ben er klaar voor. Jullie ook?

Foto: Istock
Naam en adres bekend bij de redactie
2 reacties
  • Astrid says:

    Ik trek hier wat een parallel met de zwarte-pietendiscussie en verwanten. Menig mens kan zich hierover gaan verontwaardigen want “het is een deel van de (jeugdbewegings)cultuur”, “we bedoelen daar niets mee” en “dat is gewoon een naam”.
    Ik hoop dat het besef snel komt dat we ondanks de goede intenties hierin geen onschuldigheid kunnen pleiten. De woorden die we gebruiken beïnvloeden de wereld waarin we leven en omgekeerd. Amen voor een bewuste woordenschat!

  • DE GEBELGDE BELG says:

    Merci om dit allemaal opgeschreven te hebben.

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

Jaarabonnement

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de club en krijg: 2 bookzines, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen