Verhaal

Wegwerpliefde

Wegwerpliefde

Voor ons najaarsnummer buigen we ons een hele maand over het thema Overdaad. Hoeveel is te veel? Maken veel spullen je gelukkig? Lara Taveirne schreef een ode aan alle spullen die we te veel hebben en die elders een nieuw leven krijgen.

Er zijn nogal wat dingen waar ik te veel van heb.
Gedachten vooral.
Maar nu ik er zo over nadenk
ook restjes wol
en te veel jaren waarin ik me nu al voorneem
daar eens een enorme sprei van te breien
zo een waar je met zeven geliefden tegelijk onder past.
Ik zal moeten opletten dat die sprei klaar is
voor iemand er met mijn verwachtingen vandoor gaat.
Al heb ik daar momenteel nog een hele voorraad van staan.
In op maat gemaakte kasten.
Torenhoog.

Te veel foto’s ook waar ik lelijk op sta.
Te veel neus, te veel enthousiasme.
Te veel kind noch kraai. Te veel mossel noch vis.
Te veel kleine opmerkingen die zijn blijven plakken.
Dat ik nogal heftig kan zijn
Veel
Te veel

“Te veel mails. Te veel spijt. Te veel trots. Te veel mensen om me heen”

Te veel uitdijende verzamelingen
Gele kannetjes
Eau de cologne-flessen
Thérèsekes van Lisieux
Geërodeerde steentjes van glas
Veren van pauwen en flamingo’s
Het geloof dat het ooit volledig zal zijn.

Te veel avonden op de bank
Te veel laatjes die knellen
Te veel herinneringen die naar krijtkalk en chloor ruiken
Te veel mails
Te veel spijt
Te veel trots
Te veel mensen om me heen
Te veel kinderen in de klas
Te veel jurken van de H&M
Te veel verloren
Te veel gelopen
Te veel gevraagd
Te veel mascara

Het probleem is: ik houd niet van te veel.
Ik kan al duizelig worden als ik over de rand van mijn kom Honey Pops kijk.
Zo veel van hetzelfde, dat maakt me onrustig.
Driftig roer ik ze door elkaar.
Wil oproer zaaien.
Chaos in de gelederen brengen.
Maar na de draaikolk vallen die gele ballen altijd weer op hun plek.

“Zo veel van hetzelfde, dat maakt me onrustig”

Uniformiteit, op mijn oude school zagen ze er niks dan voordelen in.
Een speelplaats vol meisjes in plooirok, het had een heel bepaald soort treurigheid,
een die je nu alleen nog ­terugvindt in de videoclips van Lana Del Rey.
Door die plissérokken heb ik een bloedhekel gekregen aan alles waar er te veel van is.

Daarom kijk ik zo graag naar mijn keukenvloer.
Omdat daar al meer dan honderd jaar mensen overheen lopen
en dat heeft unieke sporen nagelaten.
Daarom houd ik van mijn schelpen en mijn veren
Van oude ramen van geblazen glas
Van gezichten tegenover me op de tram
Van het achtergebleven boodschappenlijstje in het klemmetje van mijn winkelkar

Ik ben ook tegen nieuw.
Radicaal antinieuw ben ik.
Nieuw kost zelfs aan de helft van de prijs nog te veel geld, vind ik.
Nieuwe auto’s ruiken naar een plaats delict.
Nieuwe onderbroeken, daar hangen van die vervelende etiketjes in.
Nieuwe kapsels doen me altijd huilen.
Nieuwjaar vind ik stom.
Ik vind het vorige jaar altijd beter.
Nieuwe snufjes doen nooit wat ik vraag.
Nieuwe vrienden, die heb ik alleen
zodat het niet zou opvallen dat ik de oude mis.
En nieuwe lieven, neem dat nu maar van me aan,
die doen je net zoveel pijn als de oude,
alleen op een manier die je nog niet kent.

Ik houd van oud
Van versleten
tot op de draad
tot op het bot

“Ik wil dingen die al geleefd hebben, ervaring hebben, verhalen kunnen vertellen”

Ik vertrouw geen winkels die glimmen en beloftes maken.
Ik koop liever op de rommelmarkt, in de tweedehandswinkel, in de kringloop.
Ik heb een week gerouwd toen Kapaza verdween.
Ik wil dingen die al geleefd hebben,
ervaring hebben
kilometers op de teller hebben staan,
verhalen kunnen vertellen.

Op mijn zoektocht naar die unieke objecten
ben ik heel vaak hun tegenhangers tegengekomen.
Dingen waar er te veel van zijn gemaakt.
Dingen die ooit nuttig en nieuw waren,
tot iemand met nog nuttiger en nieuwer op de markt kwam.
Dingen die ooit van wanten wisten,
maar nu niet meer raak kunnen schieten.
Dingen die ons vroeger blind konden laten geloven dat we niet zonder konden.
Dingen die op te veel willekeurige zolders staan
in de weg
in een doos achter in de garage
en elke zomer weer op gebloemde lakens worden
uitgestald tijdens de rommelmarkt of braderie.

Gezichtsbruiners
Radiowekkers
Flippo-mappen
Punnikmannetjes
Aladdins op VHS
Ze verkommeren, vergelen, wachten geduldig af.
En dat geduld kan maar beter eindeloos zijn.
want wie wil nog dat set fonduevorkjes (compleet)?
Met hun handige kleurtjes op de achterkant van het steeltje,
zodat tante Agnès op de kerstdis niet abusievelijk het vorkje van nonkel Fernand in haar grote mond zou steken.

“Ze verkommeren, vergelen, wachten geduldig af. En dat geduld kan maar beter eindeloos zijn.”

Ik vraag aan de meneer van de kringloopwinkel (=kenner!)
wat hij het meest binnengebracht krijgt.
Hij loopt in een rechte lijn naar de platenbak,
bladert door de lp’s
vindt wat hij zoekt.
Jonathan Livingston seagull
De soundtrack van Neil Diamond bij de gelijknamige film
Ik ben die plaat inderdaad heel vaak tegengekomen
zo vaak dat ik er blind voor werd
Die enorme ondergaande zon, alsof de plaat zijn neergaande lot al voorvoelde.
In de vroege jaren zeventig
– toen de wereld nog in oranje licht baadde –
zijn mijn ouders naar die film gaan kijken.
Het verhaal laat zich samenvatten als de coming of age van een zeemeeuw.
Ik herhaal: de coming of age van een zeemeeuw.
Smoorverliefd moeten ze geweest zijn.
Wie anders gaat dat kijken?
Ik koop hem.
Voor 1 euro 50.

Boven op het rek met huisraad staan twee uiensnijders.
Ik maak er foto’s van,
beeld me in dat ze er een beetje ongemakkelijk van worden
Zo veel aandacht, dat zijn ze niet gewoon.
Het is nooit wat geworden met die dingen.
Je uitje snipperen zonder tranen, het bleek niet dezelfde ervaring.
Mensen voelen graag dat ze leven.

Ik kan een souvenirwinkel openen met de toeristenrotzooi die hier binnenkomt,
klaagt de meneer van kringloop.
Ik spits mijn oren.
Souvenirwinkel was lange tijd mijn lievelingswoord uit onze taal.
Een winkel voor verloren geraakte herinneringen.
Mevrouw, ik heb een probleem.
4 juni 1999 zit niet meer helemaal helder in mijn hoofd.
Zou u het hele verhaal hier nog ergens in stock hebben staan?
Maar deze meneer heeft het over Eiffeltorens,
over Marokkaanse slofjes en souvenirs des Alpes.
Verschrompelde edelweissen en kleine koeienbelletjes.
Hij raakt ze aan de straatstenen niet kwijt.
Niemand wil herinnerd worden aan een reis die hij niet heeft gemaakt.

“Maar de meneer van de kringloop gelooft niet in gratis. Alleen afval is gratis, zegt hij”

De meneer van de kringloopwinkel haalt iets voor me
uit de bak met moeilijk te classificeren voorwerpen.
Een Lourdes-Maria-fles.
Er is een tijd geweest, maar het is nu een beetje over,
dat we overspoeld werden door die dingen.
Hij denkt er duidelijk het zijne van, van de plastieken Maria in zijn hand.
Ik wil hem vertellen dat ik ooit verliefd was op een meisje.
Louisa-Maria heette ze en ze had ogen,
tja, daar sukkelen vast elke dag nog mensen in,
en dat meisje schreef me brieven die ze opgerold in zo’n opengesneden Maria stak.

Souvenirwinkel.
Ik vraag of ik die heilige waterfles mag hebben.
en zet mijn meest onschuldige gezicht op.
Mijn je-suis-l’immaculée-conception-blik.
Maar de meneer van de kringloop gelooft niet in gratis.
Alleen afval is gratis, zegt hij.
In Delhaize is er nu een spaaractie voor knuffelgroenten.
Hij wacht tot ik instemmend knik.
Wel, ik voorspel dat ze hier binnen het jaar liggen.
Broccoli, andijvie, spruit, de hele groentenkraam.
In diezelfde supermarkt kon je destijds een gebloemd servies bijeen sparen.
Hij heeft van nabij het lot van die kopjes, bordjes, soustasjes kunnen volgen.

Er zijn ook te veel boeken, merk ik op.
Agatha Christie, Dagboek van Sarah, Het Parfum, Anaïs Nin, Aspe
Mijn kleine vriend, want haar vorige vonden de mensen toch beter.
De edelmoedige poging van De Morgen om haar volk te leren lezen.
De grote kleppers uit de wereldliteratuur staan er maar sjofel bij in hun goedkope jasjes.
Ik tel drie Hemingways en vier
Seksuele levens van Cathérine M.
Ook veel Godverdomse dagen op een godverdomse bol.
Ooit een gratis boek bij Humo,
niet veel later het eerste object dat sneuvelde bij de ­grote kuis.

En het zigeunermeisje? vraag ik.
Hij fronst.
Ik help hem op weg.
Weinig om het lijf.
Alleen een wit bloesje.
Zwarte haren.
Donkere ogen met zin.
Borsten die er schik in hebben.
Gouden oorbellen.
Het zigeunermeisje van Torino
want dat is haar volledige naam.

“Waar te veel van is, dat verliest zijn glans. Hoezeer je ook met je borsten staat te pronken.”

Ah zij!
Even meen ik er getuige van te mogen zijn dat hij glimlacht,
maar hij herstelt zich snel weer.
Nee, zij haalt de winkel niet meer.
Er is geen vraag meer naar.
Ik probeer me voor te stellen dat ze nu de winkel binnen komt lopen.
Het meisje van Torino.
Met al haar gratis verkregen schoonheid.
Hoeveel harten zouden over de kop gaan?
Er is geen vraag meer naar.

Achterin vindt hij nog een exemplaar.
Achter een stapel Artisboeken stond ze,
want ook daar heeft hij er te veel van.
Hij houdt het kader voor zich uit.
Is ze geen stoot? vraag ik.
Maar dat weet de meneer van de kringloop zo nog niet. Hij haalt zijn schouders op.
En het bewijs is meteen geleverd:
waar te veel van is, dat verliest zijn glans.
Hoezeer je ook met je borsten staat te pronken.

Ik vraag hoeveel ze kost.
Voor hoelang? grapt hij.
Ik kijk heel plechtig.
Doe maar voor een heel leven.

Schrijf je reactie

Lara Taveirne (regisseur, auteur) woont in een scheefgezakt sluiswachtershuis. Als het regent, hoort ze het water druppelen in de potjes en pannetjes op zolder. Het is een mooi geluid. Het helpt haar om ritme te houden bij het schrijven. Ze gelooft in de liefde als oorsprong van alle schoonheid en ook dat sommige dingen onherstelbaar zijn. Ze gelooft nog hardnekkiger dat je ook op scheve hakken kunt dansen. Lara won met haar debuutroman 'De kinderen van Calais' de Debuutprijs 2015. Haar tweede roman 'Hotel zonder sterren' komt dit najaar uit.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen