“Zelfliefde is een politiek statement”

In gesprek met Émma Lee Amponsah en Melat Nigussie

Een bijzondere vrouw is deze maand in België en Nederland te gast. Op 20 mei bezoekt de invloedrijke filosoof professor Sophie Olúwolé (1935), de eerste Nigeriaanse vrouw die een doctoraat behaalde aan de Universiteit van Nigeria, de KVS in Brussel. Het werk van Olúwolé is een leidraad om radicaal anders te kijken naar complexe vraagstukken zoals democratie, migratie en mensenrechten. Zij gaat op 20 mei in gesprek met Emma Lee Amponsah en Melat Nigussie over hoe Afrikaanse filosofie ons kan versterken in het dagelijkse leven. Redactrice Ama Koranteng-Kumi had alvast een openhartig gesprek met Émma en Melat over onder meer identiteit, Brussel, dekolonisering, activisme en hun jeugd.
Een boeiend en openhartig gesprek over je eigen weg vinden, dat was waar ik op hoopte en wat ik kreeg. Het kan ook bijna niet anders met Melat Nigussie en Émma Lee Amponsah. Melat studeerde Rechten, Literatuur en Taalkunde en is gespecialiseerd in Afrikaanse literatuur, met een bijzondere interesse voor feminisme en postkoloniale teksten. Émma studeerde religieuze wetenschappen en heeft een master in Gender en Diversiteit. Beide vrouwen zijn activist en publicist.

Hoe zag je jeugd eruit?
Émma:Mijn ouders zijn gescheiden. Ik heb een Ghanese vader en een Hollandse moeder. Ze hadden blijkbaar allebei andere verwachtingen van hun relatie. Voor mijn vader moest al het geld dat binnenkwam terugvloeien naar zijn thuisland. Hij was altijd bezig met ‘business’ (lacht), een voet hier en een voet daar, dus nooit tijd om echt iets met ons op te bouwen. Na verloop van tijd begon dit een probleem te worden in de relatie tussen mijn ouders. Als klein kind keek ik naar mijn vader op. Na de scheiding werden mijn zus en ik om de week door hem met de auto opgehaald, hoewel er ook weleens weken tussen hebben gezeten. Uit de speakers van zijn auto klonk altijd luide Ghanese muziek. Ik was zo trots. Hij kon prachtig vertellen over Afrika, en de Ashanti-cultuur (de Ashanti zijn een etnische groep in de centrale regio van Ghana, nvdr.). Hij zei altijd: ‘jouw opa is een koning, dus je bent een prinses’. Ik vond het geweldig en leefde als kind in een fantasiewereld waarin ik een Afrikaanse prinses was. Ik verkondigde dat verhaal ook overal. Toentertijd wist ik niet dat Afrika een continent was met meerdere landen – mijn vader vertelde dat er niet bij (lacht).”

“Taal is altijd mijn toevlucht geweest. Mijn onderbewustzijn is in het Amhaars. Ik droom in het Amhaars.”

Melat:Ik ben in een warm nest opgegroeid met ouders en broers die er altijd voor mij zijn geweest. Ik ben nog steeds erg close met mijn broers. Waar ik me als kind op school niet gezien voelde, was mijn familiale omgeving een warm bad. We ervoeren alle drie de breuk die met migratie komt en creëerden dus samen een veilige cocon. We hadden zelfs ons eigen taaltje: een mix tussen Amhaars, Nederlands en Engels (lacht). Buiten het gezin bleef ik me wel een outsider voelen. In Leuven, waar we opgroeiden, was ik altijd het enige gekleurde kind op school en later tijdens mijn rechtenstudie aan KU Leuven was het niet anders. Ik had het er heel moeilijk mee. Te midden van deze strijd is taal altijd mijn toevlucht geweest. Amhaars, de taal van mijn grootmoeder, werd mijn referentie, mijn wereld. Door het Amhaars kon ik terugplooien op een identiteit, op een culturele trots. Mijn onderbewustzijn is in het Amhaars. Ik droom in het Amhaars.”

Melat

Wanneer besefte je voor het eerst dat je anders behandeld werd?
Émma: “Ik groeide op in een van drie hoge flatgebouwen met 14 verdiepingen in Capelle aan den IJssel (gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland, nvdr.). Ons gebouw was heel gemengd. Jong, oud, verschillende culturen en ook witte Nederlanders leefden er samen. Alle kinderen van de flatten speelden samen buiten, het was daar erg groen, met veel bomen en een vijver. Ik voelde me daar echt thuis, maar de renovatie van de wijk maakte veel kapot. Doordat veel witte mensen uit de buurt vertrokken, werd de buurt steeds meer gestigmatiseerd. Op een dag werden alle bomen gekapt, een actie die de veiligheid van de buurt moest waarborgen. Met de aanleg van een Johan Cruyff-voetbalveldje, was de wijk officieel een probleemwijk: een wijk met veel buitenlanders, waar het niet mocht misgaan. Onze groene oase verdween, zo ook mijn thuisgevoel.”

Melat: “In de kleuterklas voelde ik me doofstom. Als meisje van vier kwam ik met mijn moeder en twee broers uit Ethiopië om met mijn vader, die politiek vluchteling was, herenigd te worden. In België kon ik niet met klasgenoten communiceren. Je verstaat niemand en je wordt niet verstaan. Ik was jong en kon niet begrijpen wat ik hier deed en waarom ik er anders uitzag. Nu besef ik dat het gevoel van doofstom zijn de eerste breuk was in mijn leven. Een breuk waar taal aan de grondslag ligt van hoe je gezien en behandeld wordt. Ik denk dat dit een herkenbare breuk is voor iedereen die zijn of haar roots elders heeft.”

Hoe ging je als jongere om met je Afrikaanse identiteit?
Émma: “Hoe ouder ik werd, hoe meer ik afstand nam van mijn zwarte identiteit. In onze omgeving waren er veel Somaliërs die door anderen gestigmatiseerd werden omdat ze de taal niet spraken en zogenaamd ‘rare’ gewoontes hadden. Zij waren niet alleen zwarte Afrikanen, maar ook moslim. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met een negatief beeld over Afrika. Het deed iets met mijn zelfbeeld. Ik begon me te schamen voor mijn vader, mijn huidskleur, zijn gebrekkige Nederlands en zijn plots vreemde Engelse accent. Waar ik eerst zo blij van werd, dat hij mij kwam ophalen en brengen met luide muziek, kreeg ineens een andere lading. Niemand mocht ons samen zien – ik wilde niet meer met Afrika geassocieerd worden. In plaats daarvan begon ik me meer te identificeren met Surinamers en Antillianen. Die waren zwart, maar niet Afrikaans. Die spraken beter Nederlands en werden toch meer als onderdeel van de maatschappij gezien; zij waren “geïntegreerd”.”

“Ik wilde alles zijn behalve zwart. Ik wilde me correct gedragen, en dat is dus wit zijn.”

Melat: “Ik hield het niet meer uit in Leuven, brak mijn studie af en verhuisde naar Brussel om daar Taal- en Letterkunde te studeren aan de VUB. Dat was een openbaring… zowel de stad als de studie. Ik voelde me als een vis in het water. Geen droge materie meer, maar ik kreeg met deze studie de handvatten en referenties om na te denken over onderwerpen als representatie, beeldvorming, en gemarginaliseerde positie van minderheden en vrouwen. Ik kon nieuwe verhalen maken en onderbelichte verhalen naar voren brengen. Mijn studententijd in Brussel heeft de activist in mij ontwaakt.”

Émma

Émma: “Op de basisschool in Capelle aan den IJssel werd ik door docenten als een apart geval gezien. Ik had de stempel van ‘die moeilijke’. Volgens hen was ik bazig en brutaal. Ik weigerde bijvoorbeeld U te zeggen tegen mijn docenten omdat ze geen U tegen mij zeiden…dit was mijn kinderlogica. Later ben ik me heel bewust gaan conformeren. In groep 4 (tweede leerjaar in Vlaanderen nvdr.) stond ineens een aardige Surinaamse juf voor de klas, die mij leek te mogen. Het heeft een jaartje geduurd, totdat ik in groep 5 een keer iets verkeerds deed. Zij schoof mijn tafel helemaal naar achter – en daar zat ik geïsoleerd voor de rest van het jaar. Mijn huiswerk werd niet meer nagekeken. Ik leerde niks, ik bestond niet meer. De enige zwarte juf op school leek nog erger de pik op mij te hebben dan alle andere docenten. In deze periode werd langzaam een zaadje in mijn hoofd geplant dat mijn gedrag slecht was en dat dit door mijn zwart-zijn kwam. Dit zaadje kwam tot volle bloei tijdens mijn puberteit. Ik wilde alles zijn behalve zwart. Ik wilde me correct gedragen, en dat is dus wit zijn. Ik kon mijzelf niet meer aankijken in de spiegel, en mijn kroeshaar zien.”

“Met de tijd ben ik gaan beseffen hoe belangrijk zelfliefde is om je volwaardig te kunnen voelen.”

Melat: “Er zijn nog steeds momenten waarop ik me doofstom voel. Nu als zwarte vrouw; dat je of onzichtbaar bent of juist te zichtbaar, als karikatuur gerepresenteerd wordt in de popcultuur. Met de tijd ben ik gaan beseffen hoe belangrijk zelfliefde, met name als zwarte vrouw en als zwarte gemeenschap is, om je volwaardig te kunnen voelen. Taal is van betekenis hierin, omdat het nooit onschuldig is. In mijn tienerjaren werd ik weleens door mijn Belgische vriendinnen uitgelachen als mijn moeder Amhaars tegen mij sprak. Dan begon ik mijn moeder te antwoorden in het Nederlands, omdat ik me schaamde. Het was zo’n dubbel gevoel. Ergens besefte ik wat er gebeurde, maar ik had er geen controle over. Ik kom het nog vaak tegen – die respectability politics– de schaamte voor je taal en cultuur en daardoor netjes Nederlands willen praten. Nu probeer ik zoveel mogelijk Amhaars te spreken, zeker in de openbare ruimte…zeker in het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer in Vlaanderen is een van de meest racistische plekken. En dus vooral op die plek spreek ik Amhaars en dan heeeeeel luid (lacht).”

Émma: “Racisme zit diepgeworteld in onze instituten en scholen. Ik weet wat het betekent om in de schoolbanken of in de media gestigmatiseerd te worden. Het doet zoveel met een mens om op deze manier op te groeien. Wat dat betreft heb ik een inhaalslag gemaakt doordat ik nu rust heb gevonden in dat dubbele bewustzijn. Ik kan zowel in een witte als zwarte omgeving prima functioneren, maar ik ben nooit stellig het ene of de ander, omdat men altijd iets anders van jou verwacht.”

Melat

Welke rol speelde de stad Brussel in jullie persoonlijke ontwikkeling en activisme?
Émma: “Ik woon sinds 2 jaar in Brussel en ik voel me nu lichter. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, iedereen mag Brusselaar zijn. Het is een progressieve stad, super divers qua inwoners en hier heb ik gemakkelijk een netwerk kunnen opbouwen van mensen die samenwerken voor een beter Brussel. Wat dat betreft is Brussel heel eigen – het is een eiland. Het is geen België, geen Wallonië, geen Vlaanderen – het is Brussel. Het thuisgevoel dat ik hier heb doet mij denken aan de Bijlmer (woonwijk van Amsterdam, nvdr.) – waar ik tot voor kort woonde. Het is ook zo een ‘eiland’, maar dan in Amsterdam en eerder geconcentreerd dan super divers. Het negatieve imago dat de Bijlmer in de media had, was in de realiteit anders. Ik had daar de beste tijd van mijn leven. In de Bijlmer met andere zwarte mensen om me heen voelde ik me voor het eerst ‘de standaard’. Misschien is het eilandgevoel van Brussel een bubbel, denk ik soms – dat merk ik ook zodra ik op andere plekken in België kom. En toch: hier ben ik thuis. Ik wil niet meer terug.”

“Het besef dat er zoiets bestaat als Afrikaanse filosofie, kan al een enorm gewin zijn voor jouw eigenwaarde.”

Melat: “In Brussel kon ik mijn eigen verhaal en al die onderbelichte verhalen vertellen. Sommige mensen gaan de barricades op, ik schreef. Mijn verhalen verschenen op de blog van Bleri Lleshi, in Knack en Bruzz. In 2013 werd ik door Adinda Vanderzande gecontacteerd. Zij had mijn columns gelezen en we kenden elkaar ook van onze studietijd in Leuven. Onze eerste ontmoeting was in de Ethiopische koffiebar Aksum. Daar spraken we urenlang over hoe er meer rolmodellen nodig zijn voor Afrikaanse jongeren in België. Dat ze zien dat er zoveel meer rolmodellen zijn dan enkel zwarte zangers en voetballers, maar ook kunstenaars en intellectuelen. Daar in de koffiebar ontstonden de eerste kiemen voor Belgian Renaissance: een creatief platform om de Afrikaanse diasporajeugd te empoweren. In 2014 organiseerden we ons eerste event. De opkomst was overweldigend, toen wist ik dat we iets te pakken hadden.”

Émma: “Met Black speaks Back wilde ik de zwarte stem aan bod laten komen. Het was aanvankelijk een antwoord op de film ‘BLACK’ van Adil El Arbi en Bilall Fallah. Ik vond dit een uiterst problematische film, gemaakt over de rug van zwarte mensen in België, waarmee de makers vooral zichzelf op de kaart wilden zetten. We mogen niet uit het oog verliezen dat we naast de strijd tegen islamofobie ook te maken hebben met afrofobie en dat verschillende groepen ook vooroordelen over elkaar internaliseren. Met Black speaks Black willen wij enerzijds een plek ‘reclaimen’ in het debat over identiteit en racisme en anderzijds een pluraliteit laten zien van meningen en perspectieven van zwarte mensen. We wilden iets vernieuwend neerzetten dat ook veel mensen bereikt die je normaliter niet bereikt. Vandaar een videoplatform en webserie. Zie het als een ode aan zwartheid in België en Nederland.”

Émma

Wat willen jullie graag aan Sophie Olúwolé vragen?
Melat: “Wij nemen het concept van liefde niet serieus genoeg, maar zelfliefde is politiek geladen en is een politiek statement. Dat negatief zelfbeeld – dat we niet deugen, dat we niet mooi zijn, is een diepe psychologische wond binnen de zwarte gemeenschap. Dit moet gekeerd worden. Ik zou aan iemand als Sophie Olúwolé willen vragen welke lessen wij uit de Afrikaanse filosofie kunnen trekken om ons dagelijks hierin te versterken. Hoe kunnen wij vanuit dat complementair denken waarover zij schrijft nieuwe inzichten opdoen om te helen en van onszelf te leren houden? Het besef dat er zoiets bestaat als Afrikaanse filosofie, kan al een enorm gewin zijn voor jouw eigenwaarde. We zijn namelijk zo vervreemd geraakt van onze eigen verhalen. Het ontdekken van een eigen cultureel erfgoed draagt bij tot een bewustzijn.”

“Ik wil niet dat mijn jonge neven binnen 10 jaar tegen dezelfde issues aanlopen als ik.”

Émma: “Ik ben benieuwd welke weg Sophie Olúwolé als eerste Afrikaanse vrouwelijke filosoof moest afleggen om haar boodschap over te brengen. Haar werk is des te interessanter omdat het van toepassing is op zowel Afrika als Europa. Op beide plekken zie je dat het koloniale verleden nog sterk aanwezig is. In Ghana zag ik hoe alles uit Europa werd verheerlijkt. In scholen werd Griekse filosofie gedoceerd en er werd met geen woord gerept over kolonialisme. Er is veel in ons systeem dat moet veranderen. Het onderwijs dekoloniseren is hierbij cruciaal. Op dit vlak ligt mijn passie. Ik wil graag het onderwijs in, voor de klas staan, maar ook anderen sensibiliseren om het onderwijs in te gaan, zodat er meer diversiteit komt. Want uiteindelijk moet verandering van ons allemaal komen. In iedereen moet een zaadje van verandering gaan ontkiemen.”

Melat: “Ik heb mezelf lange tijd niet als activist gezien. Ik voelde me altijd een phoney, omdat ik mezelf met de reuzen in het activisme vergeleek. Diegenen die op straat protesteren en hun leven op het spel zetten voor een betere wereld. Maar recentelijk besef dat ik mezelf kleiner maak dan ik ben, en daar moet ik vanaf. Ja ik ben een schrijver en een activist. De dagelijkse strijd is vermoeiend, but to exist is to resist. Ik wil niet dat mijn jonge neven binnen 10 jaar tegen dezelfde issues aanlopen als ik. Als ik later zelf kinderen heb, wil ik hebben bijgedragen aan de samenleving waarin zij opgroeien. Met dat in mijn achterhoofd zet ik – en velen met mij – de strijd voort.”

Op 20 mei kun je erbij zijn als deze dames in gesprek gaan met professor Sophie Olúwolé  in de KVS in Brussel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!