Reeks

Dating like it’s 1931

Dating like it’s 1931

Processed with VSCOcam with c1 presetOf mijn grootvader een goede echtgenoot was, heb ik hem of mijn oma nooit kunnen vragen. Aan zijn voorbereiding zal het alleszins niet gelegen hebben, want hij investeerde in het boek Geschikt of ongeschikt voor het huwelijk. Een leidraad ter beantwoording van de vraag kan, wil, mag en zal ik trouwen?”. Samen met een stapel andere titels verhuisde deze 300-pagina’s tellende parel uit 1931 een paar maanden geleden naar mijn nachtkastje. Ik heb gesmuld van de voorspelbare gruwelclichés en het hilarisch gezeur over homoseksualiteit, masturbatie en gemengde huwelijken. Maar is alles anno 2015 echt helemaal rechtgezet?

In de inleiding legt auteur Dr. Th. H. van de Velde uit: “Dit boek dankt zijn ontstaan aan talrijke vragen van patiënten. Vele moeders informeren: ‘Kan mijn dochter trouwen?’. Ouders, die bezorgd zijn voor de toekomst van hun zoon vragen: ‘Mag hij trouwen?’. Niet zelden komt ook een menschenkind van het eene of van het andere geslacht, dat niet zeker is van zichzelf, met de vraag: ‘Wil ik trouwen?’.”

In slechts drie delen – eentje over biologie, eentje over psychologie en eentje over sociologie – helpt de auteur ons, menschenkinderen, uit de nood.

Eerste afdeeling: het vraagstuk bezien van biologisch standpunt.
Kan ik trouwen?
opening

Dolgelukkig bruidspaar aan tafel met huwelijkscadeaus (ca. 1920-1930)

Ah, de liefde. Terwijl alle dieren en sommige mensen hun instinct volgen, is “de cultuurmensch natuurlijkerwijze gewend een zekere, dikwijls zelfs een min of meer strenge, keus te doen uit het groote aantal daarvoor in aanmerking komenden”. Het zouden memorabele trouwgeloften zijn: “Mijn liefste Gerda, na een min of meer strenge keuze uit het grote aantal…”.

De cultuurmensch in mij verwacht een zedige en formele start, maar hoofdstuk 1 komt meteen ter zake. Het eerste thema dat Van de Velde tackelt is lichaamsgeur. We worden allemaal omringd door een “wolk van reukstoffen”, maar vrouwen moeten bovendien rekening houden met “de onophoudelijke (zij het normaliter geringe) afscheiding der geslachtsorganen”. We zitten op pagina 5 wanneer de auteur erop wijst dat “de samenstelling der uitscheidingsproducten” prikkelend kan zijn, maar afstotend werkt “wanneer als gevolg van onzindelijkheid op rotting berustende omzettingen optreden”.
Samengevat op post-it-grootte: grijp in voor je ‘gina begint te gisten! Vreemd om hier een huwelijksboek mee te starten, maar geen onterecht punt.

Tijd voor een eerste wist-je-datje: je haarkleur en je lichaamsgeur zijn innig verstrengeld! Mannen zijn vooral op zoek naar vrouwen met vlasblond haar, vanwege hun “teeren ambergeur”. Vrouwen met kastanjebruin haar “rieken ook wel eens naar amber, maar veel vaker naar viooltjes”. Bij brunettes “treft men dikwijls een geur van ebbenhout aan, die tijdens de menstruatie met een zwakke muskuslucht gecombineerd is”.

It’s S-C-I-E-N-C-E, okay?

Ook visuele prikkels worden kort aangeraakt: “Terwijl tegenwoordig voor dit doel speciaal beenen en haartooi verzorgd worden, waren op andere tijden décolleté, prononceren van de borsten of van de achterste deelen van het lichaam de belangrijke prikkelmiddelen.” Aan de lokmiddelen van mannen worden weinig woorden vuilgemaakt. Vrouwen zijn namelijk zo nobel dat ze “de kracht van een man” waarderen, “meer dan zijn uiterlijke volmaaktheid”. Van de Velde erkent wel, als trendwatcher avant la lettre, het sexappeal van snorren en baarden: dat de “hoogopgedraaide borstelige snorrebaard” gewaardeerd wordt “als teeken van groote energie en vlotte voortvarendheid” zal geen weldenkend wijf ontkennen.

Vrouwen zijn zo nobel dat ze “de kracht van een man” waarderen, “meer dan zijn uiterlijke volmaaktheid”.

In hoofdstuk 2 – “Schoonheidsgebreken en hoe die te verhelpen” – blijft Van de Velde gezellig strooien met wijsheden. We moeten “bijzondere aandacht” besteden “aan den zweetvoet, die, zooals trouwens alle overmatige zweetafscheiding, tot de ernstigste schoonheidsgebreken behoort”. Ook snorretjes zijn een probleem: “Terwijl een lichte haargroei op de bovenlip in den regel als pikant, ja bij vrouwen uit de Zuidelijke landen en bij brunettes zelfs voor mooi doorgaat, is een sterkere haarontwikkeling, die meestal ook overgrijpt op de wangen, een der ergste schoonheidsgebreken.”

Plüschow

Deze vrouw lapt de ontharingsregels aan haar laars. ‘Een man en een vrouw’ van fotograaf Plüschow (1930)

Als we de vergelijking maken met nu, wordt het duidelijk dat haar-waar-het-niet-mag-staan anno 2015 fouter is dan ooit. Vorig jaar nog lanceerde Veet een tenenkrullend TV-spotje met als punch line: een vrouw die één dag haar benen of oksels niet scheert, is een vent. En wordt, hahaha, uitgescholden door een schoonheidsspecialiste, afgewezen door haar vriendje én door een taxichauffeur (waarvan iedereen weet dat ze liever geen cent verdienen dan dat ze een vrouw met okselhaar laten instappen). Wanneer de vrouwen in het spotje gegeneerd en kinderlijk “I shaved yesterday…” pruilen, blaat Veet: “Don’t Risk Dudeness…Feel womanly”.

Van de Velde is nog niet klaar wat schoonheidsgebreken betreft: vergeet te kleine borsten niet (“een afwijking, die zoowel aesthetisch, sexueel als ook physiologisch de geschiktheid voor het huwelijk beperkt”), en ook “plaatselijke vetafzetting, speciaal om het middel” blijkt rampzalig. Grote borsten, smalle tailles: no surprises there.

Zeer problematisch zijn de anti-Tinkerbelletjes met “scherpe gelaatstrekken, een groote neus, vooruitspringende kin, een krachtig beenderstelsel”. We hebben hier te maken met “excentrische, hysterische vrouwen, met wie de omgang dikwijls maar al te moeilijk is. In het maatschappelijk leven treffen wij ze dikwijls aan in de z.g. mannelijke beroepen en ook als een bepaald type van kunstenaressen en vrouwen met een leidende positie. Nadrukkelijk enthousiasme voor geheel onvrouwelijke beroepen moet steeds de verdenking van intersexualiteit wakker roepen en bij het denkbeeld, met een dergelijke vrouw te trouwen, tot voorzichtigheid manen.”

Kleine borsten zijn “een afwijking, die zoowel aesthetisch, sexueel als ook physiologisch de geschiktheid voor het huwelijk beperkt”.

Met de rode vlaggen in dit eerste deel kan je een volledig slalomparcours bewegwijzeren. Popperige vrouwen met haarloze lijven, kleine neusjes en kinnetjes en ronde gezichtjes zijn het ideaalbeeld. Vrouwen zijn “excentrisch” – woordenboekdefinitie: “niet in het middelpunt gelegen”, lees: abnormaal – wanneer ze de ambitie hebben om kunst te maken, leiding te geven of een job uit te voeren die tot dan toe vooral mannen “aantrok” – lees: toeliet. Wie luidkeels protesteert wordt opzij geschoven met de vreselijke term “hysterisch”.

Alsof hij nog geen vijf bruggen te ver is gegaan, heeft Van de Velde een hoop advies voor die pechvogels die opgescheept zitten met een artistiek manwijf met een haakneus. “Door versterkende en opwekkende medicamenten, zoals ijzer, arsenicum, kola, door middelen die de spijsvertering bevorderen, door vleeschvoeding, alcohol, kruiderijen… kan niet zelden een ‘Umstimmung’ bereikt worden.” Ook een verblijf in het hooggebergte, zeebaden, elektriciteit en gymnastiek zouden remediëren.

Das_sich_pudernde_Mädchen

Bij brunettes “treft men dikwijls een geur van ebbenhout aan, die tijdens de menstruatie met een zwakke muskuslucht gecombineerd is.” Poederen dat lijf!

En als dat allemaal niet helpt, dan is er nog deze ultieme tip: na een zwangerschap wordt de vrouw “ronder, vrouwelijker, moederlijker” en legt ze “de haar te voren kenmerkende eigenschappen grootendeels af”. Dat een zwangerschap je lichaam verandert en dat het moederschap je nieuwe prioriteiten kan geven of bepaalde persoonlijkheidstrekjes meer doet uitkomen, wil ik absoluut niet ontkennen. Maar mijn haar gaat rechtstaan van het “we zullen haar wel te-hemmen”-achtige toontje.

Wie niet spontaan en fundamenteel dol is op het “constitutietype” van zijn geliefde en hoopt op een “Umstimmung” en het gradueel wegsmelten van “kenmerkende eigenschappen”, die moet zijn zoektocht vooral verderzetten. Plenty of fish in the sea. Naar het schijnt is tere ambergeur een aanrader.

Volgende week de tweede afdeeling: het vraagstuk bezien van sociologisch standpunt.

Alle beelden via Wiki Commons

Schrijf je reactie

Sofie Rycken studeerde Germaanse Talen en Culturele Studies. Ze werkt als redacteur bij Canvas en is freelance journaliste voor verschillende tijdschriften. U zag haar de voorbije jaren misschien op de planken als gedumpt liefje, zwangere moordenares of gefrustreerde verpleegster bij het mooiste theatergezelschap van Leuven en omstreken.

Lees verder in Wereld

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg:

  • 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.
  • En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Ik word lid!

50
Vrienden van Charlie

Ook Charlie friend worden? Stuur een mail voor info naar sophie@charliemag.be

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen