IJslandse ontboezemingen

Voor wie zich afvraagt hoe meer gendergelijkheid eruit kan zien in de kunsten in België, biedt IJsland een prikkelende inspiratiebron. Voor wie van IJsland terechtkomt in België, is het vooral wennen. Waarom is feminisme hier niet gewoon een evidentie? Door Rósa Ómarsdóttir

Vorig jaar, op 26 maart, ‘sloopten’ IJslandse vrouwen het internet. Duizenden postten die dag foto’s van hun naakte borsten en tepels met de hashtag #freethenipple. De sociale media stonden bol van de borsten, in alle vormen en maten. De vrouwen namen met de actie zeggenschap over hun eigen lichaam, claimden hun borsten terug en protesteerden tegen wraakporno. Studenten gingen topless naar college en organiseerden een topless mars door het centrum van Reykjavík. Dit was de revolutie van de borst! Ik ben geboren en getogen in IJsland en ik voelde me dan ook verbonden met deze beweging. Bijna iedereen die ik kende, deed eraan mee. Zelf zat ik die dag in Brussel, waar het wat moeilijker was om mee te doen zonder die magische, verenigende consensus in Reykjavík. De dagen daarop kreeg ik in Brussel veel vragen over de beweging. Sommigen wilden weten of deze vrouwen niet gewoon aandacht zochten. Zelf vroeg ik me vooral af of dit soort beweging, op deze schaal, ook kon plaatsvinden in een grote stad als Brussel.

In Brussel lijkt het bijna radicaal om je een feminist te noemen. Ik ontmoet hier mensen die denken dat feminisme onnodig is.

Ik kom uit IJsland, waar feminisme niet alleen iets is voor radicale activisten, maar ook mainstream is geworden. Het is bijna taboe om jezelf niet als feminist te beschouwen, of toch in het sociale milieu waarin ik me beweeg. Feminisme was voor mij zo vanzelfsprekend als het noorderlicht: zo vanzelfsprekend dat ik me niet realiseerde dat het niet overal zichtbaar was. Nadat ik IJsland verliet, realiseerde ik me hoe naïef ik was geweest: de meeste mensen hebben het noorderlicht nooit gezien, en feminisme is lang niet overal vanzelfsprekend. In Brussel lijkt het bijna radicaal om je een feminist te noemen, alsof het iets is wat alleen Scandinaviërs doen. Ik ontmoet hier mensen die denken dat feminisme onnodig is. Vrouwen krijgen toch hetzelfde onderwijs? Ze kunnen toch werken en mogen toch stemmen? Toch is dat niet het volledige verhaal. In België leven nog volop (on)uitgesproken vooroordelen die vrouwen op vele vlakken kort houden en de toegang tot bepaalde posities belemmeren.

73_Omarsdottir_Free the nipple, Reykjavik (c) Vilhelm Gunnarsson_700.jpg

Free the nipple! © Vilhelm Gunnarsson

ZO JONGENS-MEISJESACHTIG

Wat mij bijvoorbeeld het meeste opviel na mijn verhuis naar België, was het verschil tussen de genderrollen, zelfs bij kinderen. In de supermarkt vind je andere snoep voor jongens en voor meisjes. Want stel je voor dat jongens iets eten uit een roze verpakking, dat is heel gevaarlijk! Ook in kinderkledingwinkels claim ik soms mijn recht op burgerlijke ongehoorzaamheid. Dan verplaats ik kleding van de jongens- naar de meisjesafdeling, en omgekeerd. Wie weet kan een gelukkig jongetje dan ooit zijn moeder overtuigen om de prinsessenjurk te kopen waar hij altijd al van droomde. Ik schrijf ‘moeder’, want vaders zie ik zelden in Brusselse kinderkledingwinkels. Ik zie ook nauwelijks mannen met kinderwagens lopen. Laatst hadden we vrienden uit IJsland op bezoek met hun pasgeboren kind. De moeder werkte hier en de vader zorgde ondertussen voor de baby, zoals dat wel vaker gebeurt bij IJslandse stellen. Toen de vader met twee andere IJslandse vrienden en de baby door de binnenstad liepen, leverde hen dat veel nieuwsgierige blikken op. Drie mannen en een baby is duidelijk geen alledaags beeld in Brussel.

Drie mannen en een baby is duidelijk geen alledaags beeld in Brussel.

Die uiteenlopende genderrollen hebben ook effect op de arbeidsverhoudingen, zeker wat betreft ouderschaps- en zwangerschapsverlof. In IJsland krijgen mensen vrij vroeg kinderen omdat vrouwen niet hoeven te kiezen tussen het moederschap en hun carrière. Zowel mannen als vrouwen krijgen drie maanden ouderschaps- en zwangerschapsverlof. Dat kunnen ze gelijktijdig of apart opnemen. Die maanden kunnen niet overgedragen worden tussen partners, zodat de vrouw niet automatisch alsnog alle maanden krijgt. Zo zijn beide ouders in gelijke mate verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind(eren) en hoeft geen van hen bang te zijn dat kinderen hun carrière in de weg staat.

Door mijn feministische opvoeding in IJsland kan ik me over veel zaken hier verbazen. Zo hoor je hier grappen maken die impliceren dat ik terug naar de keuken moet. En seksistische opmerkingen over mijn kledingkeuze. Ook catcalling, het naroepen of nafluiten van vrouwen, leerde ik pas in Brussel kennen. Misschien lijken zulke voorbeelden onbelangrijk in het licht van het grote plaatje, maar pas als ze serieus genomen worden, kunnen beide seksen als gelijkwaardig worden gezien in alle opzichten, impliciet en expliciet.

VROUWEN IN DE KUNSTEN

Do women have to be naked to get into the Met. Museum? Only 5% of the artists in the Modern Art section are women, but 85% of the nudes are female.’ Guerrilla Girls, een feministische en activistische groep kunstenaars, stelde deze vraag op hun historische poster uit 1989. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de kunstwereld sinds… nu ja, sinds jaar en dag. En nog altijd hebben vrouwelijke kunstenaars moeite om dezelfde zichtbaarheid te krijgen als hun mannelijke collega’s. Zelfs in de danswereld, gek genoeg. Lang werd dans gezien als een echte ‘vrouwenwereld’. Al beginnen veel meer meisjes vroeger met danslessen dan jongens, toch zie je dat in het hoger onderwijs soms meer jongens worden toegelaten.

73_Omarsdottir_(c) Guerrilla Girls_700.jpg

© Guerrilla Girls

Tijdens mijn studie bij P.A.R.T.S. hadden we ooit een heel semester alleen maar mannelijke workshopgevers. De enige vrouwelijke leerkrachten gaven dat jaar alleen technische vakken, zoals ballet. Toen we daar als studenten uitleg over vroegen, luidde het antwoord dat het programma simpelweg de praktijk weerspiegelde. Misschien is dat waar, want internationaal zijn mannelijke choreografen vaak beter zichtbaar dan vrouwen. In landen als Groot-Brittannië, waar over de sekseverschillen en vooroordelen in de kunsten meer discussie en bewustzijn leeft (zie bijvoorbeeld ‘Vanishing pointe: where are all the great female choreographers?’), worden intussen meer maatregelen genomen om de balans te herstellen. Maar België lijkt daar niet bij te horen. Toen voor de hoofdlezing bij mijn proclamatie op P.A.R.T.S. een vrouw werd gevraagd, bleek dat pas de eerste keer op tien afstudeerklassen. Hopelijk is dat nu aan het veranderen, dankzij meer bewustzijn en focus op gendergelijkheid.

Zelfs in IJsland zijn vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd in de kunsten. Wel zijn er veel maatregelen die de balans moeten herstellen. Zo moet je bij subsidieaanvragen in Reykjavík aangeven hoe het geplande werk gendergelijkheid stimuleert. Voor de toekenning van subsidies geldt een principe van gendergelijkheid. In 2010 kondigde de regering ook een genderquotum aan voor alle managementfuncties, zowel publiek als privaat: het aandeel mannen of vrouwen mag niet onder de 40% zakken. Het gaat dus niet om maatregelen met slechts symbolische effecten op kleine schaal. Het zijn grote gebaren die het systeem willen veranderen. Gendergelijkheid is in IJsland ook niet slechts het streven van actieve feministen. De genoemde maatregelen zijn genomen op basis van gemeenschappelijke consensus.

Nog een mooi voorbeeld was vorig jaar de viering van het honderdjarige bestaan van het kiesrecht van vrouwen. Wekelijks toonde de nationale televisie een uitzending over de geschiedenis van de vrouwenrechten in IJsland. Er verschenen boeken en documentaires over IJslandse vrouwen in de kunsten die eerder weinig zichtbaarheid hadden gekregen.

Gendergelijkheid is in IJsland niet slechts het streven van actieve feministen. De maatregelen komen er op basis van gemeenschappelijke consensus.

En zowel in 2015 als in 2016 stond het Reykjavík Arts Festival in het teken van vrouwelijke kunstenaars en vrouwelijke kunst, met onder meer een uitnodiging aan de Guerrilla Girls om lezingen te geven en een poster in Reykjavík te maken. Op basis van archiefonderzoek concludeerde het festival ook zelf al dat vrouwen ondervertegenwoordigd waren, al vanaf het begin van het festival. Internationaal gezien lijkt dat misschien niet verbazingwekkend, maar IJsland voert wel de lijst van landen met de grootste gendergelijkheid aan. België staat in die lijst pas op nummer 19, ver achter de Scandinavische landen.

Veel IJslandse kunstenaars, zowel mannen als vrouwen, maken van vrouwelijkheid ook een onderwerp in hun werk, vaak als kritiek op de objectivering van vrouwen in popcultuur en kunst. Een voorbeeld van zo’n kunstwerk is een enorme baarmoeder, gebreid van visnetten, in de haven van Reykjavík. Voorbijgangers worden aangemoedigd in die baarmoeder te klimmen en herboren te worden. Recent verschenen ook romans over geweld tegen vrouwen, expliciet geschreven vanuit een kritisch en feministisch standpunt. Deze zomer dreigde een groep mannelijke muzikanten zelfs hun optreden op het grootste IJslandse zomerfestival te annuleren als er niet meer maatregelen werden genomen tegen seksueel geweld.

Ook zelf laat ik me in mijn werk inspireren door het feministische gedachtegoed. Ik zie het niet echt als onderwerp, maar meer als iets wat mij beïnvloedt tijdens het artistieke proces. Ik speel vaak met vulva-achtige vormen in bewegingen en bevraag de betekenis daarvan tegenover de fallische vormen die vaak terugkomen in kunst en architectuur. Ook theorieën over meer feminiene dramaturgie inspireren mij. De traditionele manier van verhalen vertellen in een patriarchale maatschappij is het opbouwen van een verhaal tot een bepaalde climax en uitkomst, wat volgens sommige psychoanalisten lijkt op de seksuele geneugten van de man. Heeft een vrouwelijke manier van vertellen dan meerdere climaxen en uitkomsten? Met dat soort vragen speel ik graag. Hoe en waarom waarderen we dingen anders als we ze vrouwelijk of mannelijk inschatten? En wat betekent dat dan? Het belangrijkste verschil tussen de IJslandse en de Belgische danssector is dat er niet zoveel met vrouwelijkheid en mannelijkheid wordt gespeeld. Ze zijn ook niet zo vaak het onderwerp als in IJsland.

ijsland

VROUWEN KOMEN SAMEN

Waarom leeft feminisme zo sterk in IJsland? Een mogelijke reden is dat IJslandse vrouwen zich graag verenigen. Veertig jaar terug organiseerden IJslandse vrouwen een staking: 90% (!) van hen weigerde een dag lang te werken, te koken of voor de kinderen te zorgen. Deze historische actie veranderde de kijk op vrouwen in IJsland en is meerdere keren herhaald. IJslandse vrouwen hebben nu groepen, vakbonden en verenigingen voor alles, zoals voor vrouwen in de kunsten, vrouwen in de wetenschap, jonge vrouwelijke ondernemers, niet-IJslandse vrouwen in IJsland, vrouwen tegen geweld en vrouwen op de werkplek. Overal komen vrouwen samen om te praten over hoe het is om in hun omgeving een vrouw te zijn. En ook mannen hebben groepen, zoals ‘De verantwoordelijke vaders en mannen tegen seksueel geweld’.

Veertig jaar terug organiseerden IJslandse vrouwen een staking: 90% (!) van hen weigerde een dag lang te werken, te koken of voor de kinderen te zorgen.

Het feministische discours komt ook duidelijk terug in de IJslandse media. Bijvoorbeeld wanneer er speelgoed of kleding op de markt komt die duidelijk alleen voor één sekse is bedoeld – denk aan blauwe lego voor jongens of roze lego voor meisjes. Wees er maar zeker van dat er dan in diverse kranten opiniestukken over verschijnen. Ook seksistische humor of objectiverende of denigrerende beelden zorgen direct voor ophef. Maar belangrijker is dat vrouwen in IJsland andere vrouwen steunen. Ze tonen solidariteit, publiceren jaarverslagen over hun situatie en praten en schrijven in het openbaar over hun ervaringen als vrouw.

feminisme

Foto via Flickr Commons

Hier in België heb ik nog niet zoveel vrouwelijke organisaties of verenigingen gezien waar vrouwen elkaar actief steunen of zich kritisch uiten over hun situatie. Wel lijkt de aandacht toe te nemen en zie je steeds meer goede initiatieven, zoals het speciale festival WoWmen in het Kaaitheater. Alleen blijven gesprekken met andere vrouwen in België over hun ervaringen in de kunst en over beperkende vooroordelen veelal dialogen tijdens de koffie: in kleine groepjes klagen we een beetje over seksisme en laten het daarna weer gaan. Door het gebrek aan georganiseerd protest hebben vrouwenstemmen hier niet hetzelfde bereik als in IJsland.

Ik ben een feminist, ik ben het product van feminisme. Zonder feminisme had ik niets geschreven voor dit blad. Zonder feminisme zou ik geen opgeleide vrouw zijn die een carrière als kunstenaar nastreeft. In IJsland hoef ik mezelf daar niet voor te rechtvaardigen. Hier moet ik soms uitleggen waarom ik een feminist ben en wat dat inhoudt. Maar naar mijn mening is feminisme nog steeds nodig. De boodschap van de Guerrilla Girls is nog steeds relevant en belangrijk om het bewustzijn van genderongelijkheid te verhogen.

Zonder feminisme zou ik geen opgeleide vrouw zijn die een carrière als kunstenaar nastreeft.

Een eerste stap hier, in België, is misschien echt in de statistieken te duiken, zoals ook het Reykjavík Art Festival deed. Het zijn dat soort objectieve gegevens die aantonen wat de daadwerkelijke positie van vrouwen is, voorbij de oppervlakkige gendergelijkheid. Een tweede stap is de verborgen, onuitgesproken vooroordelen en rolpatronen aanpakken. Echte veranderingen kunnen hier pas bereikt worden als vrouwen in België, net als in IJsland, hun krachten bundelen en samen de strijd aangaan. Door de jaren heen hebben IJslandse feministen van het feminisme een mainstream ideologie gemaakt, dankzij onderwijs, bewustwording en eenheid. De inzet en de druk van talrijke vrouwenverenigingen zorgden ervoor dat het onderwerp werd belicht en dat er structurele veranderingen kwamen. Het is die inzet die het vorig jaar voor jonge vrouwen makkelijker maakte om een nieuwe beweging als #freethenipple te starten. Het is die eenheid tussen vrouwen die het voor alle vrouwen makkelijker heeft gemaakt om ervaringen te delen en dezelfde behandeling als mannen te eisen. Natuurlijk leven er onderling verschillende meningen, maar in mijn ervaring is er voor een platform een soort eenheid nodig. Alleen dan kan het feministische discours meer worden dan woorden en ook tot actie overgaan.

 

Rósa Ómarsdóttir is danseres en choreograaf. Ze studeerde in 2014 af aan P.A.R.T.S. en woont en werkt in Brussel.
Lees verder hier in het dossier rekta:versa
1 reactie
  • dieter says:

    Ik ken IJsland niet, maar het klinkt als een geweldige plaats 🙂

    Ik ken Brussel wel, en… hoewel het ook een leuke plek is, kan ik mij inbeelden dat het feminisme hier moeilijker doordringt of moeilijker bespreekbaar is. Er lijken wel meerdere Brussels te zijn, allemaal samen op 1 plek. Toen ik hier studeerde, verbleef ik in een zeer open, redelijk jonge buurt waar enkel de stenen ouder leken te worden. Ik denk dat een feministische opmars hier als zoete pap zou gelust worden. Nu ja… met de gewoonlijke weerstand dan. Maar een beetje verder zit een kantorenblok, waar meer mensen werken dan er in de hele wijk wonen, en die zijn na 17u allemaal verdwenen.
    Nog een beetje verder is er een commerciële buurt waar mensen vooral haastig heen en weer lopen, of gewoon even neerploffen voor een koffie (of fast-food).
    Nog een beetje verder is er een Europese wijk, waar je 5 euro meer betaalt voor een koffie en waar huizen en scholen achter tralies leven. Op de straat zelf, komt zo weinig volk dat ik me soms afvraag hoe ze van de ene plek naar de andere gaan.
    Nog een beetje verder is er een bijzonder kleurrijke wijk, waar je een mengeling van honderd culturen vind. De ene kleurrijke wijk is al gezelliger dan de andere.. En sommige zijn dan weer iets minder open voor onze Westerse opvatting over gender gelijkheid.
    De Marollen geven ons weer een mooie buurt met oude gebouwen die arme charme uitstralen, maar tot vandaag komt de grootste inkomensschijf van uitkeringen. Er is wekelijks een markt waar je elastiekjes per stuk kan kopen. Je vindt er alles, maar vooral armoede.

    Brussel doet me soms denken aan een lappendeken, waar door de jaren heen stukken zijn uitgeknipt en vervangen. Geen 2 stukjes zijn hetzelfde. En er is niet 1 cultuur, of 1 taal.
    Dromen van zo’n eenheid, die 90% van de vrouwen bij elkaar brengt, lijkt me dan een beetje idyllisch.

    De politiek in Brussel helpt helaas weinig, waar zelfs weinig progressieve partijen luid de kaart van de vrouw durven trekken. Van een vriendin die in de gemeentepolitiek zit, kreeg ik zelfs te verstaan dat er enige tegenkanting is… Om bepaalde kiesgroepen niet tegen de borst te stoten. Het leid tot een gedogen beleid, waarin de leiders “stil zijn en zwijgen” als voorbeeld geven, met alle gevolgen van dien.

    Maar het beperkt zich niet tot Brussel natuurlijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!