Van overvolle kleerkast naar delen en doneren

Sarah Vandoorne maakt de balans op na zes weken kleerkastvasten

Van overvolle kleerkast naar delen en doneren

Less is more. Maar wat als less wel heel weinig is? Kan jij zes kledingstukken uitkiezen om enkel die stukken zes weken lang te dragen? Redactrice Sarah Vandoorne gaat de uitdaging aan en zet haar kleerkast tot half april op dieet. Overmorgen is haar laatste dag. In deze laatste aflevering blikt ze terug op de afgelopen weken. “Kleren die ik al jaren amper heb gedragen, horen niet meer in mijn kast thuis.” Foto’s: Sarah Van Evercooren

“Hoe lukt je klerenchallenge? Houd je het wat vol?” Bezorgde vrienden, kennissen en collega’s vragen regelmatig naar mijn voornemen om deze vastenperiode te kleerkastvasten. Ik antwoord altijd doodeerlijk. Want eerlijk gezegd, dat valt allemaal wel reuze mee. “Geen last van”, zeg ik dan stoer.

“Ik denk niet dat ik het langer wil ‘volhouden’ dan die zes weken.”

Wat is er lastig aan kleerkastvasten? Ik moet af en toe goed inschatten wat ik wanneer wil dragen. Die jurk, die wil ik aandoen op die ene presentatie. Dan draag ik vandaag nog even mijn T-shirt en broek. Tot zover mijn innerlijke dialoog over de inhoud van mijn kleerkast. Een discussie met mezelf over wat ik aan zou doen, mocht ik keuze te over hebben, zou veel langer duren.

Niet dat ik denk dat ik het langer wil ‘volhouden’ dan die zes weken. Ik ben mijn kleren nog niet beu, maar ga toch blij zijn om weer eens af te wisselen. Al is het maar om mijn wasmachine opnieuw tevreden te stellen – daar las je vorige keer alles over. Na 18 april zal ik vermoedelijk in een andere outfit rondhuppelen. Tenzij ik de outfit van de dag ervoor nog maar pas aanheb, waarom zou ik dan meteen wisselen?

Zeuren

Helaas moet ik wel iets bekennen. Bij het uitkiezen van mijn outfits had ik er geen rekening mee gehouden dat ik misschien naar een feestje zou gaan. Niet zomaar een fuif, waarbij ik op sneakers de nacht in kan dansen, maar een galabal, van mijn vroegere studentenvereniging die een lustrum te vieren had.

Wat nu? Zo’n feest laten schieten, met zo’n flauw excuus, daar doe ik niet aan mee. Maar casual chic zou maar heel casual geweest zijn, mocht ik in mijn groene jurk komen opdagen – al had één van de gasten voor de gein zijn pyjamabroek aangetrokken, dus achteraf gezien zou ik niet zò hard uit de toon gevallen zijn.

“Je loopt liever snel even naar Primark dan eerst te vragen aan de buurvrouw of ze iets te lenen heeft.”

Ik geef toe. Ik heb gezeurd. Eén keertje maar. Ik wou mij zo graag opmaken voor dat feestje, dat ik een little black dress geleend heb van een vriendin. Mijn kleerkast bleef op dieet. Je eigen kast plunderen om er chique uit te zien, hoeft echt niet. That’s what friends are for.

“Kleding delen is altijd een goed idee”, vindt Barbara Janssens, coördinator van Netwerk Bewust Verbruiken. “Het kost veel water en CO2 om kledij te produceren en we dragen veel producten veel te weinig. Zeker voor eenmalige gelegenheden, zoals een trouw, een galabal of bijvoorbeeld ook carnaval, is het een goed idee om kledingstukken te ruilen.”

Volgens Janssens zitten we te veel in een fast fashion-filosofie. “In die filosofie loop je liever snel even naar Primark dan eerst te vragen aan je buurvrouw of ze iets te leen heeft. Als je iets nodig hebt, koop je het, en dan blijft het vooral lang in de kast hangen.” Uit onderzoek van Duits verhuisbedrijf Movinga bleek vorig jaar dat maar liefst 88 procent van de inhoud van onze kleerkast een jaar lang onaangeroerd blijft. “Delen en ruilen van kledij, onder vriendinnen, op een evenement van Swishing of via een app,  is dan een beter idee”, besluit Janssens.

Inventaris

Eén ding weet ik zeker na zes weken: ik heb echt geen 101 kledingstukken in mijn kast nodig. Ik kijk nu ook op een heel andere manier naar mijn kleerkast. Toen de fotograaf een eerste keer langskwam, heb ik die helemaal ondersteboven gehaald. Ik kon meteen 23 stuks – al bijna een kwart dus – aanduiden die ik niet vaak meer draag. Die heb ik niet opnieuw in mijn kast gelegd, maar apart gehouden. Ik ga er nu nog eens door. Als ik niet denk dat ik de stuks zal missen, geef ik ze weg.

“Bijna een derde van mijn kleerkast wil ik dus gerust wegdoen.”

Op advies van styliste Carine Poedts maak ik een inventaris van de rest van mijn garderobe. “Maak stapels van de kleren die je nu draagt, die je amper draagt en die je nooit draagt”, luidt haar devies. De kleren die ik nu draag, zijn veelal beperkt. Dus maak ik een vierde stapel, met kleren waarvan ik ze normaal vaak draag en waarvan ik niet kan wachten om ze opnieuw te dragen. Inclusief mijn huidige garderobe, kom ik aan 26 kledingstukken van de overgebleven 78. Dat valt mee, denk ik. Tot ik merk dat de toren met kledingstukken die ik maar zeer zelden draag – het ‘nooit’-gedeelte had ik er al uitgesorteerd – net iets groter is: 27. De 25 overgebleven stuks draag ik af en toe nog eens, maar zeker niet uitgesproken veel.

Uit de ‘zelden’-stapel hou ik de kleren die ik aandoe op reis. Van zes kledingstukken merk ik meteen dat ik ze eigenlijk toch niet zou missen. Dat brengt het totaal op 29 stuks. om weg te geven. Bijna een derde van mijn kleerkast wil ik dus gerust wegdoen. Inclusief drie paar schoenen dat ik al even niet meer gedragen heb, kom ik aan twee grote zakken vol oud textiel. Alleen vraag ik me nu af: waar geef ik die het best weg? En aan wie?

Opgehaald? Opgelet

Toevallig kreeg ik in het begin van de challenge een briefje in mijn brievenbus. Grootschalige ophaling van textiel, lees ik. Zet je kledij overmorgen buiten en dan halen wij het op. Zonder naam. Dat lijkt me vreemd: als een organisatie een textielophaling doet, dan zou die zichzelf toch kenbaar maken?

“Zonder credentials zijn dat soort ophalingen niet te vertrouwen”, waarschuwt Frank Dingemans van Kringwinkel Antwerpen. “Net als textielcontainers, zeker als er geen logo van bijvoorbeeld Oxfam of Wereldmissiehulp opstaat. Wat gebeurt er met textiel als je het in een textielcontainer langs de straat steekt of je het laat ophalen? Bijna alle kledij zal verkocht worden op de wereldmarkt: geëxporteerd naar net die landen waar alles zo goedkoop voor ons geproduceerd wordt. Dat is dan de kledij die de mensen, door de lage arbeidsvoorwaarden die wij hen aanbieden, zich nog kunnen permitteren.”

“Bij veel goede doelen zal uiteindelijk tachtig procent van het ingezamelde textiel naar de export gaan.”

“Het systeem werkt dus in twee richtingen: enerzijds kan je regelmatig van kledij wisselen door de goedkope productie. Maar anderzijds gaan al die overschotten terug naar die landen. Dat ontwricht de lokale markt, want zij kunnen geen textiel aan een goede prijs meer verkopen, door al die overschotten.”

Ook bij veel goede doelen zal uiteindelijk tachtig procent van het ingezamelde textiel naar de export gaan, weet Dingemans. Het geld mag dan naar het goede doel gaan, de kledij zelf komt terecht op de Afrikaanse, Aziatische of Latijns-Amerikaanse markt. Ook bij de Kringwinkel, dat de keten zo lokaal mogelijk wil houden, belandt vooralsnog niet alles in de winkels. Zij verkopen ruim de helft van de ingezamelde kleren. “Als je iets doneert, of het nu aan een goed doel of aan een privéfirma is, stel gerust de vraag waar je kledij naartoe gaat. Wordt het grotendeels doorverkocht? Dan weet je hoe laat het is.”

Doneer lokaal

Dat bemoeilijkt de zaak. Want als je niet kan vertrouwen op containers, is het dan wel makkelijk – wenselijk, zelfs – om kleding weg te geven? Waar kan ik dan wel terecht met de kleding die ik wil doneren? “Denk zo lokaal mogelijk”, is het advies van Dingemans. Ook hij stelt een kledingruil onder vriendinnen voor. “Of ga op zoek naar een project waar het lokaal goed terecht komt.”

“Bekijk altijd of er vraag is naar meer spullen. Als iedereen massaal doneert aan zo’n werking, krijg je kelders vol ongedragen kleren.”

Ik denk meteen aan een ontmoetingscentrum met doorgeefwinkel in mijn buurt, De Olijfboom, waar spullen ingezameld worden voor Een Hart Voor Vluchtelingen. “Dat is een mooi idee”, vindt Dingemans. “Maar bekijk altijd of er vraag is naar meer spullen. Het is niet de bedoeling om overmatig veel textiel te duwen in ketens die niet op verwerking voorzien zijn. Als iedereen massaal doneert aan zo’n werking, krijg je kelders vol ongedragen kleren.”

Op de website van Een Hart Voor Vluchtelingen lees ik dat er momenteel wel vraag is naar kledij. Enkel zomerkledij is gewenst. Ik sorteer mijn kleren opnieuw, deze keer in stapeltjes zomer- en winterkledij. Mijn zomerkleren gaan naar het ontmoetingscentrum. De meeste winterkleren doneer ik aan de Kringwinkel. Een aantal stuks voor de winter houd ik bij voor The Empty Shop, een initiatief waarbij Curieus, in samenwerking met de Kringwinkel, een lege winkel vult met miskopen en die het dan verkoopt voor een goed doel.

Meer minder

Ik bezoek graag Kringwinkels en ben fan van initiatieven als The Empty Shop omdat je er tweedehandspareltjes kan terugvinden. Het is niet voor niks dat een derde van mijn tijdelijke garderobe uit ‘afdankertjes’ bestaat.

“Het enige waar ik zeker op moet letten, is dat ik niet zomaar 29 nieuwe kledingstukken op de kop tik.”

Het enige waar ik zeker op moet letten, nu ik een deel van mijn kleerkast wegschenk, is dat ik niet zomaar mezelf de toestemming geef om 29 nieuwe kledingstukken op de kop te tikken. Een uitpuilende kleerkast hoef ik echt niet meer. Ik ben nochtans zo’n fan van shoppen. Van duurzaam shoppen, in tweedehands en fair fashion winkels, maar dan nog. Het duurzaamste kledingstuk is het kledingstuk dat je niet koopt. Daar gelooft ook Barbara Janssens in. “Mijn basisprincipe? Koop minder. En als je dan toch iets aankoopt, kies dan iets tijdloos, kwalitatief en duurzaam, iets waar je lang mee kunt.”

Daar kan ik me wel aan houden. Eén iets viel me namelijk hard op de afgelopen zes weken: met zo’n beperkte garderobe voelde ik allerminst de nood om nieuwe kleding aan te kopen. Old habits die hard, maar deze nieuwe gewoonte wil ik dolgraag doortrekken.

Meer tips over textiel inzamelen vind je via Close The Loop
Lees hier alles over het Kleerkastenvastenexperiment van Sarah Vandoorne

Schrijf je reactie

Sarah Vandoorne is freelance journalist. Duurzaamheid is haar stokpaardje. Sinds fabriekscomplex Rana Plaza in Bangladesh instortte, volgt ze de tendensen en de teneur van de textielsector op de voet. In 2018 keerde ze terug naar Bangladesh. Ze koopt kleding enkel tweedehands of in fair fashion-winkels. Meer op haar website, ontketening.be.

Lees verder in Wereld

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg:

  • 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.
  • En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Ik word lid!

50
Vrienden van Charlie

Ook Charlie friend worden? Stuur een mail voor info naar sophie@charliemag.be

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen