Jezelf optimaliseren tot je erbij neervalt

Jezelf optimaliseren tot je erbij neervalt

Waarom meer productiviteit niet gelukkig maakt

De eerste dag van het nieuwe jaar landde er een email met de titel ‘Work smarter, not harder’ in mijn inbox. Natuurlijk klikte ik erop, want het is tijd voor goede voornemens, en wie wil er nu niet productiever worden zonder harder te werken? Ik geef het meteen toe: ik ben de eerste die wil weten wat de morning routines van incredibly successful people zijn, of welke app ik moet downloaden om effectievere to do-listen te maken. Maar leidt meer productiviteit eigenlijk wel tot meer geluk of meer vrije tijd?
De ‘work smarter, not harder’ email stelde niet teleur. Die stond vol tips als deze: leg ’s avonds je outfit voor de volgende dag klaar zodat je zo snel mogelijk in werkmodus kunt raken, of beter, verlies nooit meer tijd aan het kiezen van een outfit door elke dag jeans en een wit t-shirt te dragen. Of wat dacht je van een playlist met werkmuziek die je meteen in de juiste stemming brengt? De productiviteitsgoeroe die de e-mail schreef, adviseert me zelfs om een ‘weekend routine’ te ontwikkelen die niet te hard afwijkt van mijn doordeweekse routine, zodat ik op maandagen nog sneller op gang kom.

Waarom we productiviteit zo belangrijk vinden

Het lijkt wel alsof onze obsessie met productiviteit exponentieel toeneemt. Volgens sommige wetenschappers hebben we onze obsessie met tijd – of het gebrek daaraan – te danken aan de Calvinisten. Zij vervingen de Middeleeuwse opvatting van tijd als cyclisch en gebaseerd op terugkerende seizoenen en feestdagen, met een lineair beeld van tijd. Oftewel tijd als iets dat je kunt verspillen: elke minuut moest op de dag des oordeels verantwoord kunnen worden bij God. Op tijd komen werd zo een vereiste.

“Het lijkt in je eigen voordeel om zo productief mogelijk te zijn. Als jij het niet doet, doet een ander het.”

Fast forward naar de 21e eeuw, waarin kapitalisme het idee dat tijd geld is tot het extreme heeft doorgevoerd, daarbij een handje geholpen door technologische vooruitgang. Technologische vooruitgang leidt namelijk tot meer productiviteit, dalende arbeidskosten, toenemende competitie, toenemende druk op arbeiders om zich nog beter (bij) te scholen en uiteindelijk tot nog meer productiviteit. Deze cyclus noemen we ook wel de ratrace. Dat velen van ons harder meedraaien in die ratrace dan we eigenlijk zouden willen, is logisch. Het lijkt in je eigen voordeel om zo veel mogelijk tijd productief te benutten en almaar beter te worden. Als jij het niet doet, doet een ander het. We hechten bovendien steeds meer waarde aan individuele prestaties en social media maken het mogelijk jezelf voortdurend met anderen te vergelijken.

Dat vertaalt zich in mijn eigen geval zo: in plaats van blij te zijn met wat ik al bereikte, voel ik me opgejaagd als ik een interview lees met mijn favoriete schrijver die op mijn leeftijd al meerdere boeken publiceerde en daarvoor met Librissen en Gouden Uilen beloond werd (I’m looking at you, Joost de Vries). Ik heb niet eens een half boek geschreven, maar ik heb ambitie voor tien boeken. Loop ik achter? Gaan uitgevers me lui vinden? Zou ik dit jaar ook een boek kunnen schrijven als ik elke dag om 5 uur opsta en dan een uur schrijf?

“Ben ik een loser omdat ik voor mijn dertigste nog geen boek heb gepubliceerd?” Illustratie via Istock

De ratrace is real

Je zou kunnen zeggen dat het niet zo erg is als anderen hun tijd efficiënter benutten en hoger vliegen dan jij. Als je niet te veel naar social media kijkt en jezelf niet vergelijkt, dan merk je het niet eens.

“Via de deeleconomie maken we nog meer onderdelen van ons leven productief: je auto via Uber en je huis via Airbnb.”

Maar de ratrace gaat om meer dan perceptie alleen. In een flexibiliserende arbeidsmarkt bieden arbeidsovereenkomsten minder zekerheid. Dat fenomeen vindt langzamer ingang in België dan in Nederland, waar zelfs de postbode zelfstandige is, maar ook hier kennen we ‘alternatieve arbeidsovereenkomsten’ die maken dat je zo efficiënt mogelijk wil zijn. Als onderbetaalde freelancer wil je meer opdrachten doen dan er in een dag passen, als beginner combineer je twee onbetaalde stages want als jij het niet doet prijkt die ervaring op een ander CV, als Deliveroo-koerier die straks per bezorgde maaltijd betaald wordt fiets je beter zo snel mogelijk. De deeleconomie nodigt ons bovendien uit om meer onderdelen van ons leven productief te maken: je biedt je auto aan via Uber en je huis via Airbnb.

Reden genoeg om een tandje bij te steken, je routines te optimaliseren, elke vrije minuut optimaal te benutten. Of niet. Want waar leidt al die toegenomen productiviteit nu eigenlijk echt toe?

Waarom we steeds meer werken, ook al levert het weinig op

Ik kan het niet bewijzen, maar ik vermoed dat de mensen die ’s ochtends in de tram een mail lezen met het onderwerp ‘How to Get up and Conquer the Morning’, niet werkelijk gebaat zijn bij nog meer productiviteit. Het zijn mensen zoals ik, die al meer dan 50 uur per week behoorlijk productief werken. Mensen die het soort werk hebben dat ze overal en altijd kunnen uitvoeren, en die dat ook doen. Nu zijn er altijd mensen geweest die veel werken, maar met de toename aan werk dat je kunt doen met enkel een laptop en internetaansluiting, wordt het steeds makkelijker en gebruikelijker om nog meer te werken.

“Ik doe het uit een soort diepgewortelde en irrationele angst om achter te lopen of inefficiënt te zijn.”

Extra werk doen levert in mijn geval zelden meer geld op: ik doe het uit een soort diepgewortelde en irrationele angst om achter te lopen of inefficiënt te zijn. En ik ben niet de enige die meer werkt ondanks dat het me niet direct meer geld oplevert. We zijn met z’n allen in de laatste decennia veel productiever geworden, onder meer door technologische vooruitgang, maar de lonen zijn niet navenant gestegen. Tussen 1973 en 2016 nam de productiviteit van arbeiders met 73,7% toe, terwijl de uurlonen met 12,5% stegen. De productiviteit is dus 5,9 x harder gegroeid dan de verloning. Dit zijn Amerikaanse cijfers, maar we kunnen aannemen dat dit in grote lijnen ook voor Europa opgaat.

Bron: Economic Policy Institute

Leidt productiever zijn dan op z’n minst tot meer vrije tijd? Helaas: meer werk gedaan krijgen genereert vaak nog meer werk. Dat geldt ook voor mijn eigen job. Hoe sneller en hoe meer e-mails ik verstuur, hoe meer e-mails ik terugkrijg, vaak met teksten die ik klaar moet maken voor publicatie. Hoe sneller ik werk, hoe meer artikels Charlie publiceert, waarna de publicatie- en werkdruk weer hoger komen te liggen.

De prijs van altijd ‘aan’ staan

Meer productiviteit betekent vooral meer stress, meer onderlinge competitie en minder vertrouwen in jezelf en anderen. De doorgedreven productiviteitsgedachte maakt dat we onszelf als niet goed genoeg en anderen als concurrent zien. Extreme productiviteit en de daarvoor benodigde concentratie heeft dan ook een prijs. Er is maar zoveel aandacht en concentratie die je kunt opbrengen zonder gestresst en paniekerig te worden. In 1900 toonde de wet van Yerkes-Dodson al aan dat er een relatie bestaat tussen stressniveau en prestatie. Een beetje stress zorgt voor betere prestaties, maar langdurige stress zorgt ervoor dat onze prestaties achteruitgaan. Wat leidt tot nog meer stress. We jagen onszelf en elkaar zo steeds naar nieuwe hoogtes. Millennials, de generatie die altijd ‘aan’ staat, blijken dan ook het meest last te hebben van rusteloosheid, ontevredenheid en instabiliteit.

“Er gaat volgens mij vooral veel verloren als je elke minuut productief probeert te maken.”

De mensen die productiviteitstips bedenken, weten dat hyperproductiviteit zijn grenzen kent. Ik ken die grenzen zelf ook. Als ik weken achter elkaar lange dagen draai, ook in het weekend, vind ik het steeds moeilijker om af te schakelen. Ik droom over de mails die ik nog moet versturen, of kan de slaap helemaal niet vatten omdat mijn hart begint te racen als ik eindelijk ontspan. In de mail met productiviteitstips wordt me dan ook een ‘avondroutine’ aangeraden. Ik moet ’s avonds mijn to do-list voor de volgende dag samenstellen zodat ik niet wakker schrik uit angst iets te vergeten en een wandeling maken om te ontspannen voor ik naar bed ga. Ja, het staat er echt.

“Langdurige stress zorgt ervoor dat onze prestaties achteruitgaan. Wat leidt tot nog meer stress.” Illustratie via Istock

Wat er verloren gaat als elke minuut moet tellen

Ik vraag me af wie erbij gebaat is dat ik de tips uit artikels als ‘Small Habits That Yield Big Results’ ter harte neem. Meer vrije tijd, geld of geluk win ik niet met meer productiviteit. Er gaat volgens mij vooral veel verloren als je elke minuut productief probeert te maken. Ik verlies er ongestructureerde tijd mee, tijd waarin ik echt ontspan en herstel, tijd waarin creatieve ideeën vaak komen opborrelen. Tijd die van mij is, en niet van een huidige of toekomstige werkgever.

Ik heb die ‘Work smarter’-mail daarom in de digitale prullenbak gesmeten en een paar andere goede voornemens gemaakt. Misschien schiet ik mezelf daarmee in de voet en zal ik nooit een boek schrijven, maar die paar uur dat ik niet aan het werk ben, hoeven van mij niet ook nog eens in perfecte routines gegoten te worden. Ik houd van mijn werk, maar genoeg is genoeg. In plaats van nog meer uren om te zetten in hyperproductieve tijd, zet ik beter een hek om de schamele uren waarin ik niet per se productief hoef te zijn. Niet elke minuut hoeft verantwoord of ingezet te worden, ook al weet ik dat anderen dat misschien wel doen en kansen grijpen die ik laat liggen.

“Ik wil tevreden kunnen zijn over wat ik doe, in plaats van mij blind te staren op alles wat ik zou kunnen doen.”

Het tweede voornemen is om mijn aandacht beter te doseren als ik wel aan het werk ben. Dus niet langzaam en onaandachtig zijn, maar ook niet hyperproductief en gespannen zijn, want van beide zaken gaan mijn prestaties achteruit. Waarna mijn prestatiedrang zich nog harder laat gelden. Het klinkt heel wollig, maar ik wil ‘bewuster’ bezig zijn en niet focussen op het afvinken van zo veel mogelijk items op een to do-list. Ik wil tevreden kunnen zijn over wat ik doe, in plaats van mij blind te staren op alles wat ik zou kunnen doen. Daar heeft iedereen meer aan en het is op termijn langer vol te houden.

Ik ga de ratrace uiteraard niet kunnen stoppen door in mijn eentje de hyperproductiviteit af te wijzen. Het gaat hier over een veel grotere machine: die van neoliberalisme, technologie, individualisering en afbrokkelende instituten en wetten die arbeiders ooit beschermden. We lijken niet te weten hoe we gezamenlijk die machine een paar versnellingen terug kunnen schakelen, maar het is wel nodig. Want, zoals auteur Malcolm Harris het in zijn boek ‘Kids these days: human capital and the making of millennials’ samenvat: de doorgedreven ratrace leidt ertoe dat een paar mensen echte hoogvliegers worden, maar het plaatst ook hele groepen werknemers in steeds slechtere onderhandelingsposities. Als we voortdurend met elkaar strijden en niet samenwerken in ons collectieve belang, maar in het belang van een kleine groep werkgevers – en dat is wat we doen – dan zijn we nauwelijks toegerust om onszelf te beschermen tegen misbruik door een groot, op hol geslagen systeem.

Ik weet ook niet precies waar de oplossingen liggen, maar ze liggen zeker niet in betere ochtendroutines, playlists met werkmuziek of het optimaliseren van ons eigen ik totdat we erbij neervallen. Misschien mijn beste voornemen voor dit jaar: laat je niet gek maken.

 

Illustraties: Istock
Lees ook: Selfcare: even ontsnappen uit je hectische leven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Jaarabonnement

Zonder jou geen Charie!

Kom bij de club en krijg: 2 bookzines, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!