Waarom zou je een vrouw naroepen?

De verschillende oorzaken van straatintimidatie

“Elke ochtend rijd ik met de tram naar mijn werk en weer terug naar huis. Het gebeurt regelmatig dat een man me dan lastigvalt, aanstaart, of met zijn elleboog en knie tegen me aan duwt zodat ik in een oncomfortabele en geforceerde houding zit. Wanneer het me echt te veel wordt, probeer ik geen scène te maken maar de man in kwestie duidelijk te maken dat ik niet van zijn daden gezind ben door hem stilletjes te berispen en van plaats te veranderen.”
Klinkt dit bekend? Het is een samenvatting van een lezersbrief die in de New York Times gepubliceerd werd… in 1906. De vrouw in kwestie voegde er nog aan toe dat ze zich zeker niet opzichtig kleedde, al over de dertig was, én dat de mannen in kwestie “doorgaans welvarend oogden”.

Hoewel de vrouw de woorden ‘seksuele intimidatie’ niet gebruikte, kan je het gedrag van die mannen wel zo noemen. De recente Antwerpse campagne ‘Stop Seksuele Intimidatie’ gebruikt hiervoor de definitie van organisaties Sensoa en Jong en van Zin: ‘Seksuele intimidatie zijn seksueel getinte gebaren, woorden, aanrakingen die je ongemakkelijk doen voelen. Het kan eender waar gebeuren, zowel in de publieke ruimte als op je werk of school, en door en bij zowel mannen als vrouwen.’ De stad maakt met deze definitie duidelijk dat zulke handelingen illegaal zijn en dat je ze kan aangeven bij de politie.

“Vrouwen weten maar al te goed wat een oprecht compliment is en wat valt onder harrassment.”

Hoewel seksuele straatintimidatie voor verschillende mensen iets anders kan betekenen, weten vrouwen maar al te goed wat een oprecht compliment is en wat valt onder harrassment. Volgens de Belgische wet tegen seksisme in de openbare ruimte reduceert een seksueel getinte opmerking of vraag je tot je “geslachtelijke dimensie”. Bij vrouwen gebeurt dit wanneer een catcaller of intimidader opmerkingen geeft over je lichaam, naar je borsten staart en doet alsof je daar op straat loopt of op de tram zit voor zijn plezier. Dan voel je dat er iets scheef zit, en heb je het recht om je daar ongemakkelijk bij te voelen.

Zoals twee jaar geleden werd aangetoond door de hashtag #wijoverdrijvenniet en de lezersreacties naar aanleiding van de getuigenis ‘De intimiteit voorbij’ van Charlie-redactrice Inke, is het fenomeen straatintimidatie lang niet uitgeroeid. Gelukkig is er door deze acties wel meer aandacht gekomen voor het probleem. Dit jaar hebben verschillende steden in België en Nederland plannen opgesteld om mensen te informeren over seksuele intimidatie en om oplossingen te bieden. Slachtoffers zullen duidelijkere informatie krijgen over hun rechten en hoe ze klacht kunnen indienen, en er wordt werk gemaakt van het sensibiliseren van daders en omstanders. De projecten in bijvoorbeeld Rotterdam en Mechelen zullen begin 2018 gelanceerd worden.

Waarom zou je een vrouw nafluiten?

Het lezen van de verhalen en getuigenissen van vrouwen roept de vraag op wat daders nu eigenlijk aan hun gedrag hebben. Het is natuurlijk niet evident om je even om te draaien bij het horen van “psst, schatje, lekker lijf,” of kus- en smakgeluiden vergezeld van gegrinnik, en te vragen ‘hallo meneer, waarom zegt u dat?’ De weinige keren dat ik helder genoeg van geest was om dit wel te doen, kreeg ik ofwel een boze blik en een agressief gebaar, of werd ik genegeerd en deed de man in kwestie er nog een schepje bovenop. Daar sta ik dan: door voor mezelf op te komen wordt mijn mening juist nog meer als onbelangrijk weggezet. Mijn persoonlijkheid en identiteit doen er niet toe, enkel het feit dat ik vrouw ben. Ik ben geobjectiveerd.

“Mannen die aan straatintimidatie doen, willen hun mannelijkheid bewijzen.”

Onderzoek wijst uit dat mannen die vrouwen seksueel intimideren tijdens het spelen van online games, vaak minder goed waren in de game dan vriendelijke, beleefde mannen. Dit gebeurde vooral bij games waar pas recent veel vrouwelijke spelers waren bijgekomen: de minder vaardige mannelijk gamers wilden niet slechter overkomen dan de vrouwelijke gamers en begonnen hen lastig te vallen. Zou er iets vergelijkbaars aan de hand zijn bij straatintimidatie? Rebel.lieus, een Brussels initiatief om stedelijke problemen bespreekbaar te maken en aan te pakken, ziet seksuele straatintimidatie als een uiting van structurele ongelijkheid en seksisme.

In een interview met VICE Nederland zegt Sarah Bracke, professor gender en seksualiteit aan de Universiteit van Amsterdam, dat seksuele intimidatie gaat over het uitdragen van macht. Mannen die aan straatintimidatie doen, willen hun mannelijkheid bewijzen. Mannelijkheid wordt immers gezien als radicaal tegengesteld aan vrouwelijkheid: mannen moeten actief zijn, vrouwen passief. Mannen zijn agressief, vrouwen meegaand. “Er wordt verwacht van mannen dat ze vrouwen versieren, en er wordt verwacht van vrouwen dat ze mannen pleasen. Dat laatste is onlosmakelijk verbonden met de heteronormatieve betekenis van vrouwelijkheid, op seksueel vlak,” zegt Bracke. Dus moeten vrouwen seksuele intimidatie maar leren ondergaan, want dat hoort bij hun identiteit. Er speelt ook homofobie in mee: om aan te tonen dat ze heteroseksueel zijn, oefenen de intimideerders macht uit over de vrouwen die ze op straat tegenkomen. Seksuele intimidatie heeft dus te maken met zich willen bewijzen tegenover andere mannen door vrouwen naar beneden te halen.

De stad als mannelijke omgeving

Er is ook een verband tussen straatintimidatie en seksueel geweld in het algemeen. Verschillende getuigenissen die gepost werden in reactie op de getuigenis van Inke die we in 2015 publiceerden, maakten dit duidelijk. Veel mensen voelden zich door de massale reactie gesteund om voor het eerst te praten over een aanranding of verkrachting, waar ze uit schaamte over hadden gezwegen. Dit verband verklaren is echter een pak moeilijker. Het heeft ermee te maken dat een aantal seksistische ideeën onderhuids blijven voortleven in onze maatschappij, omdat ze zo evident lijken dat we er geen aandacht aan besteden.

De heersende ideeën rond mannelijkheid en vrouwelijkheid creëren een draagvlak waarin bepaalde vormen van discriminatie en gender-gerelateerd geweld niet als zodanig gezien worden. Een voorbeeld is het idee dat vrouwen eigenlijk in de privésfeer thuishoren. Hoewel vrouwen in de twintigste eeuw veel rechten verworven hebben, leeft nog steeds het idee dat de publieke sfeer vooral aan mannen toebehoort. Volgens onderzoekster Eline Waerp, die de mechanismen van straatintimidatie onderzocht aan de hand van getuigenissen van vrouwen, komt dit idee uit de negentiende eeuw. Toen moesten vrouwen vergezeld zijn van een (liefst mannelijke) chaperon wanneer ze zich in de stad begaven. De enige groep vrouwen die die regel massaal aan hun onzedige laarzen lapte, waren prostituées. Vrouwen die zich alleen in de stad begaven, werden dus geassocieerd met seks, en hadden volgens de publieke opinie zelf de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ze veilig waren.

“Hoewel vrouwen in de twintigste eeuw veel rechten verworven hebben, leeft nog steeds het idee dat de publieke sfeer vooral aan mannen toebehoort.”

Volgens Waerp is de eenentwintigste-eeuwse stad nog steeds een mannelijk landschap, waarbij sommige mannen vrouwen enkel dulden op bepaalde plekken en momenten, zoals de winkelstraten tijdens openingsuren. Dit komt volgens onderzoekers die de stedelijke infrastructuur analyseren doordat straten, pleinen en gebouwen gericht zijn op een mannelijk gebruik van de stad. Slecht verlichte straten, openbaar vervoer dat je met een buggy moeilijk kan gebruiken, ingesloten (fietspaden met hekken ernaast) of net zeer open ruimten (grote pleinen) worden door vrouwen als onveiliger gezien dan door mannen.

Waerp spreekt over een geography of women’s fear: vrouwen weten niet of de onbekende man die hen aanspreekt of een seksueel getinte opmerking geeft het daarbij zal laten, of dat de situatie zal escaleren. Onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam stelt vast dat de angst voor beroving, aanranding of verkrachting zo’n sterke impact heeft dat vrouwen zich anders gaan gedragen wanneer ze zich buitenshuis begeven. Ze vermijden bepaalde straten of zelfs hele buurten, of gaan nooit alleen naar huis na het uitgaan. Zelfs zij die geen plekken vermijden, zijn zich vaak hyperbewust van hun omgeving en de andere mensen in de straat. Voor Vlaanderen zijn er nog geen cijfers, maar organisatie Vie Féminine stelt dat 46% van alle Waalse vrouwen zich ‘s nachts niet in het stadscentrum wil begeven, tegenover 18% van alle Waalse mannen. Er is dus een duidelijk verschil in hoe mannen en vrouwen zich bewegen in de stad, en dat verschil heeft te maken met de dreiging van seksueel geweld.

Culturalisering van seksuele intimidatie

Vaak wordt straatintimidatie gezien als een probleem van bepaalde wijken, en worden mannen met een migratie-achtergrond als voornaamste daders aangewezen. Intimidatie komt echter op verschillende plekken en manieren voor, en heeft slachtoffers en daders uit alle rangen en standen, die eender welke huidskleur kunnen hebben. Wie macht heeft op straat zal eerder daar intimideren, wie op de werkvloer macht heeft zal eerder op de werkvloer intimideren. Denk aan beroemde intimidaders zoals “grabber in chief” Donald Trump of voormalig directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds IMF Dominique Strauss-Kahn. Toch heeft de westerse samenleving moeite met aanvaarden dat witte mannen aan seksuele intimidatie doen. Daarom geven we de schuld aan ‘de ander’. Wie deze ander is, kan verschillen per periode of per regio.

“Intimidatie komt op verschillende plekken en manieren voor en heeft slachtoffers en daders uit alle rangen en standen.”

In Keulen werden na Oudjaarsnacht 2015 487 meldingen gemaakt van seksuele intimidatie. Op dat moment was de vluchtelingencrisis in volle bloei en wonden de populaire en sociale media geen doekjes om: Syrische vluchtelingen waren hiervoor verantwoordelijk. Later bleek dat de daders voornamelijk van Noord-Afrikaanse afkomst waren en deden alsof ze vluchtelingen waren. Op dat moment was er echter geen groot publiek debat aan de gang over mensen van Noord-Afrikaanse afkomst, maar wel over Syrische vluchtelingen. Zij waren dus de zondebok. Om seksuele intimidatie aan te pakken, moeten we niet alleen letten op genderverhoudingen, maar ook hoe we denken over kleur en etniciteit.

De aanpak van seksuele intimidatie

In een enquête van Eurobarometer eind 2016 geeft 57% van de Belgen aan dat seksuele intimidatie niet door de beugel kan en bestraft moet worden. 35% vindt ook dat het niet kan, maar stelt dat het niet strafbaar moet zijn voor de wet. Dit verschil van mening zien we ook bij verschillende organisaties die straatintimidatie willen aanpakken. Het Instituut voor Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen verdedigt de seksismewet uit 2014: “Wie zich in het openbaar op een zodanige manier gedraagt dat de waardigheid van een andere persoon er ernstig door aangetast wordt en dat met de bedoeling die persoon te vernederen of als minderwaardig te beschouwen, precies omwille van haar of zijn geslacht, maakt zich schuldig aan een strafbaar feit,” verklaart Liesbet Stevens, adjunct-directrice van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.

In theorie kon je al aangifte doen van straatintimidatie voor deze wet bestond op basis van “haat, misprijzen of vijandigheid wegens geslacht” of via GAS-boetes, maar seksuele intimidatie werd nog niet expliciet geformuleerd in de wetgeving. Er zijn nog geen veroordelingen gebeurd op basis van de seksismewet. Rebel.lieus is dan weer tegen criminalisering en verkiest bewustmaking over de verschillende manieren waarop mensen de stad beleven. Ze willen ook aandacht voor straatagressie die niet gerelateerd is aan gender: racisme en homo- en transfobie worden evengoed op straat geuit. Beide aanpakken hoeven elkaar natuurlijk niet uit te sluiten. Daarnaast blijft het belangrijk dat vrouwen serieus genomen worden wanneer ze hun verhaal doen. En dat ze hun verhalen blijven delen.

 

Lees ook: dit kunnen we doen tegen straatintimidatie
En waarom deze vier mannen zich willen uitspreken tegen straatintimidatie: Hey hey pssst pssst

Foto’s: Istock
5 reacties
  • Geena says:

    Niemand vraagt dat mannen en vrouwen het tegen elkaar opnemen op de olympische spelen, dat houdt ook geen steek. Mannen en vrouwen zijn fysiek wel degelijk anders. Ze zijn niet gelijk, maar wel gelijkWAARDIG. En verdienen het ook zo behandeld te worden. Ook de mannen en vrouwen die niet of minder dan gemiddeld passen in het stereotype rond hoe een man of vrouw zich hoort te gedragen of eruit hoort te zien.

  • Jeroen Follens says:

    Waarom toch altijd die obligate ‘witte mannen doen dat ook’-reactie? Vormt dat een soort bezwering die de realiteit draaglijker moet maken? Uiteraard komt seksuele intimidatie ‘ook voor bij witte mensen.’ Het komt voor bij mensen in het algemeen. Dat neemt niet weg dat met name mensen met een islamitische achtergrond het iets moeilijker hebben met “gendergelijkheid” en andere westerse begrippen, dan ‘mensen in het algemeen’. Een cultuur die erop staat dat vrouwen zedig (ingepakt) moeten zijn, zal mensen voortbrengen die het lastig hebben met vrouwen die ervoor kiezen om zichzelf te ontplooien. Machismo is erg typerend voor mensen met een islamitische achtergrond. Daar moet men niet flauw over doen. Telkens opnieuw aan zelfkastijding doen door ‘ja maar, wij ook!’ te roepen, zal daar niks aan veranderen.

  • André Vanhaeren says:

    “Onder gendergelijkheid verstaat men de gelijkstelling en gelijke behandeling van mensen met een verschillend geslacht, gender of seksuele geaardheid in het maatschappelijk verkeer en voor de wet.”
    Dus ook in de sport, in het werkmilieu en sociaal maatschappelijk. Resultaat zal zijn dat we binnen de kortste keren in een door mannen gedomineerde maatschappij leven. Denk aan Darwin.
    Maar waarschijnlijk wil men dat niet, dus wordt het een gendergelijkheid die positief discrimineert. Ja maar, Olympische Spelen waar mannen en vrouwen samen sporten dan maken de meeste vrouwen geen enkele kans. Dus geldt dan de gelijkheid niet. U ziet het vervolg zelf wel. Geslachtloze mensen moet de toekomst zijn. Echt?

    • FVA says:

      Vervang het woord ‘mannen’ door ‘blanken’, het woord ‘vrouwen’ door ‘gekleurde mensen’, en het woord ‘geslachtsloze’ door ‘kleurloze’ in uw commentaar…
      De antiracismewet bestaat al een paar decennia langer en racisme veroorzaakt gelukkig de nodige deining en verontwaardiging in de publieke opinie. Nu vraag ik u: wat is het verschil tussen het discrimineren op basis van huidskleur en het discrimineren op basis van geslacht? Is het 1 erger dan het ander? Is er wel een verschil? Zou u hetzelfde, als wat u boven geschreven hebt, durven schrijven over de gekleurde medemens? Of is dat een stap te ver voor u.
      Er wordt nog steeds te lacherig gedaan over genderdiscriminatie – uw reactie is een zoveelste bevestiging.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!