“Andere mannen zouden vaker moeten zeggen: dude, not cool.”

En andere oplossingen voor straatintimidatie

Straatintimidatie: een bekend probleem zonder simpele oplossing. We schreven eerder al hoe het werkt en wat de oorzaken zijn, maar wat kunnen we zelf doen?
In navolging van documentaire Femme de la Rue uit 2012 van Sofie Peeters kwam seksuele intimidatie opeens veel meer in de Belgische media. Er werd een naam op gekleefd, en veel vrouwen hadden eindelijk het gevoel er niet meer over te moeten zwijgen. Volgens Peeters deed de documentaire zoveel stof opwaaien omdat het beleven van straatintimidatie via film harder aankomt dan een verhaal horen na de feiten. Vooral mannen hadden voor het eerst een idee over de impact van seksuele intimidatie. Ook de trekkers van de hashtagcampagne #WijOverdrijvenNiet merkten op korte termijn meer begrip.

Maar hoe kun je de aandacht vasthouden voor de kwestie? En wat kunnen we er concreet aan doen? #WijOverdrijvenNiet pleit voor meer aandacht voor seksualiteit in het onderwijs, met aandacht voor consent en je eigen en anderen hun grenzen leren kennen – natuurlijk zonder te vervallen in victim-blaming en vrouwen aan te raden dat ze zich anders kleden of bepaalde plekken moeten vermijden.

Wij doen nog een paar suggesties:

1. Wat kunnen vrouwen doen?

Een groot probleem is dat vrouwen straatintimidatie vaak bagatelliseren. We zitten dus in een vicieuze cirkel: angst om niet serieus genomen te worden zorgt ervoor dat we er niet over spreken, waardoor we niet serieus genomen worden wanneer we erover spreken. Het is daarom belangrijk te blijven spreken over de ervaringen die je meemaakt. Zoek op of je stad een meldpunt heeft voor straatintimidatie of informeer bij het lokale politiebureau wat de procedure is voor aangiften.

“Praat erover met vriendinnen en vooral met vrienden.”

Wist je dat onder de “seksismewet” uit 2014 gebaren of handelingen in de openbare ruimte (zowel in de fysieke ruimte als op sociale media en blogs) die opzettelijk minachting uitdrukken tegen een persoon omwille van hun geslacht, of hen als minderwaardig beschouwen of reduceren tot hun geslachtelijke dimensie vallen? De graad van ernst (en dus de corresponderende strafmaat) wordt bepaald door de strafrechter. Als je twijfelt of je aangifte kunt doen, kun je contact opnemen met het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Zij bekijken je melding en als zou blijken dat de feiten mogelijk voldoen aan de voorwaarden van de Seksismewet, raden zij je aan om bij de politie een klacht in te dienen. Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen volgt dan op wat er met deze klacht verder gebeurt.

Praat erover met vriendinnen en vooral met vrienden. Op het moment zelf ben je misschien niet zo helder van geest om in te grijpen, maar een aantal dingen kunnen handig zijn om te onthouden:

  • Maak oogcontact met omstanders. Veel intimidatie gebeurt op een verdoken manier waarbij de dader erop let dat de omgeving niet opmerkt wat hij doet. Probeer toch duidelijk te maken dat deze persoon je op ongepaste manier toespreekt of benadert.
  • Vraag expliciet om hulp. Als je je niet veilig voelt of je ergert je zodanig aan iemand die je intimideert, spreek dan een passant of omstander aan. Kijk ze aan en zeg ‘die man doet dit of dat, ik vind dat niet fijn. Hij stopt niet wanneer ik hem dat vertel.’
  • Zorg dat je veilig bent. Voor jezelf opkomen is altijd goed, maar soms ontvlucht je een situatie beter als er reëel risico is voor je fysieke veiligheid.
  • Spreek de dader aan en zeg dat je niet gediend bent van zijn uitspraken, gebaren of geluiden: ‘Ik wil niet dat u me zo toespreekt.’ Dat geeft je ook meer daadkracht om te reageren wanneer ze niet stoppen, of om omstanders aan te spreken. In het persbericht van de nieuwe campagne tegen straatintimidatie van de stad Rotterdam schrijft men dat onderzoek uitwijst dat “spiegelen” de beste manier is om mannen te overtuigen dat hun gedrag verkeerd is. Dit wil zeggen dat je hen confronteert met het feit dat hun eigen vrouw, zus of dochter ook slachtoffer kan zijn van dit gedrag. Volgens onderzoek zouden ze zich dan realiseren dat seksuele intimidatie verkeerd is.

Daarnaast zijn er organisaties als Garance (Brussel) of VWTO (Antwerpen, Gent, Sint-Niklaas, Brussel, Genk, Hasselt, Heusden-Zolder) die trainingen bieden aan vrouwen (van alle leeftijden!) om om te gaan met intimidatie. Dit gaat verder dan enkel fysieke zelfverdediging: ze leren ook hoe je jezelf psychologisch sterkt tegen intimidatie en hoe je het recht opeist om je in de openbare ruimte te begeven.

2. Wat kunnen mannen doen?

Not all men harrass women, but all women have been harrassed by men. Of toch tussen de 85% en de 95%, wat nog steeds te veel is. Een studie van Vie Féminine over Wallonië stelde vast dat in 78% van de gevallen niemand aanwezig was om tussenbeide te komen. Uit een recent filmpje over een experiment in/op de Brusselse metro blijkt dat voornamelijk vrouwen te hulp schoten wanneer vrouwen geïntimideerd werden. Veel mensen keken weg of gingen zelfs in een andere wagon zitten. Pas na verschillende pogingen greep er eindelijk een groepje mannen in. De makers concluderen dat vrouwen reageren omdat ze zelf weten hoe het voelt om geïntimideerd te worden en wat de impact ervan is. Ze denken echter dat een reactie van een andere man een grotere impact zou hebben.

“Ook al doet maar een kleine groep mannen aan straatintimidatie, ze kunnen dat doen omdat ze door andere mannen nooit terechtgewezen zijn.”

Verschillende organisaties benadrukken inderdaad de rol van mannen in het terechtwijzen van daders van intimidatie. Vrouwen weten vaak niet welke mannen gaan intimideren en welke niet. Want ook al doet maar een kleine groep mannen aan straatintimidatie, ze kunnen dat doen omdat ze door andere mannen nooit terechtgewezen zijn. Als het seksueel intimideren van vrouwen een poging is van mannen om hun mannelijkheid te bewijzen, dan zijn het toch uitgerekend mannen die hen zouden moeten zeggen: ‘dude, not cool.

Vooral wanneer seksuele intimidatie in groepen gebeurt, is dit de aanpak bij uitstek. Als je vrienden vrouwen beginnen intimideren, wijs hen dan op hun onnozele gedrag en zeg dat ze moeten stoppen.

Stichting Stop Straatintimidatie stelt ook dat de jongens en mannen die intimideren “het verpesten voor de meerderheid van de mannen die zich gedragen. Vrouwen worden zo vaak lastiggevallen, dat ze op straat een soort schild optrekken. Dit maakt ze ook minder ontvankelijk voor jouw respectvolle toenaderingspogingen, al dan niet van romantische aard. Straatintimidatie belemmert een ongedwongen sociale interactie tussen mannen en vrouwen in de publieke ruimte.”

“Jongens moeten leren dat een bepaalde vorm van mannelijkheid gepromoot wordt, maar dat dit artificieel is.”

De aankomende campagnes in Antwerpen, Mechelen en Rotterdam betrekken onder andere het onderwijs. Om te voorkomen dat toekomstige generaties jonge mannen opgroeien met het idee dat seksuele intimidatie oké is, willen ze inzetten op samenwerkingen met scholen om een degelijke seksuele opvoeding te garanderen. Maar ook genderongelijkheid in het algemeen zou een verplicht onderdeel moeten worden van het leerplan in de middelbare scholen. Jongens moeten leren dat een bepaalde vorm van mannelijkheid (emotioneel afstandelijk, gespierd, altijd zin hebben in seks) gepromoot wordt en dat ze gepusht worden om daaraan te voldoen, maar dat dit artificieel is. Vrouwen kunnen hier kritiek op leveren, maar er zijn vooral mannen nodig om deze toxic masculinity af te wijzen. Meisjes op hun beurt durven vaak niet te reageren op seksistische uitlatingen omdat ze denken dat ze te gevoelig zijn en ze het maar moeten verdragen. Ook zij hebben baat bij mannelijke rolmodellen omdat die hen tonen dat ze ongepast gedrag van mannen niet hoeven tolereren.

3. Wat kunnen steden doen?

De Rotterdamse en Mechelse stadsbesturen willen in de context van hun plan een meldpunt oprichten waar slachtoffers makkelijk hun verhaal kwijt kunnen. Enkel Rotterdam geeft aan dit te gebruiken om eventueel “fysieke aanpassingen te doen in de buitenruimte.”

Stedelijke overheden doen er goed aan om de straten zo veilig mogelijk te maken voor iedereen. Gender mainstreaming van de openbare ruimte wil zeggen dat de noden van meisjes en vrouwen serieus genomen worden en mee worden opgenomen in stedenbouwkundige projecten. Als meisjes minder buiten komen dan jongens of een minder groot gebied frequenteren, dan is de kans groot dat dit komt door het gevaar op intimidatie of zelfs aanranding.

De oplossing ligt in het aanpassen van bepaalde ruimten (zoals het toevoegen van straatverlichting), het creëren van doorgangen (zoals meerdere uitgangen voor een park) en het sensibiliseren van buurtbewoners om sociale controle te promoten.

“Een stad die op maat gemaakt wordt van vrouwen is veiliger, toegankelijker en aangenamer voor iedereen.”

Onderzoek van de stad Wenen toont aan dat een stad die op maat gemaakt wordt van vrouwen, veiliger, toegankelijker en aangenamer is voor iedereen. Enkele voorbeelden zijn stipt openbaar vervoer met haltes dichtbij supermarkten, speeltuinen en parken in residentiële wijken (in tegenstelling tot aan de stadsrand) en het creëren van meerdere centra in een stad. Men stelde vast dat vrouwen het openbaar vervoer op een andere manier gebruiken dan mannen. Mannen doen enkele langere trajecten voor hun werk en boodschappen, terwijl vrouwen meerdere, kortere trajecten afleggen: school, kinderopvang, boodschappen, werk en het bezoeken van familie. De stad zorgt er best voor dat specifieke diensten op verschillende plekken in de stad worden aangeboden. De stad Wenen raadt ook aan om ervoor te zorgen dat city planning comités een voldoende diverse samenstelling hebben qua gender, leeftijd, culturele achtergrond en fysieke gezondheid, zodat de verschillende manieren waarop bewoners een stad beleven worden meegenomen in de city planning.

Heb jij tips om om te gaan met straatintimidatie? Laat ze achter in de comments.

Lees ook: Psssst, zo werkt straatintimidatie
En waarom deze vier mannen zich willen uitspreken tegen straatintimidatie: Hey hey pssst pssst

Foto’s: Istock
0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!