Zo herken je verborgen exclusie

En wat je er aan kan doen

Van de overheid tot scholen en van winkels tot jezelf, iedereen sluit anderen uit. Vaak gebeurt dit onbewust, want sommige vormen van uitsluiting ken je alleen als je ze zelf hebt meegemaakt. Daarom een handleiding Verborgen Uitsluiting, en hoe het beter kan.
Dat we soms anderen uitsluiten, heeft twee simpele oorzaken. Meestal hebben we goede bedoelingen, maar is onze kennis over bepaalde onderwerpen te beperkt, en doen we het per ongeluk. Soms, maar laten we daar niet vanuit gaan, zijn we bot  en houden we bewust geen rekening met anderen. Gelukkig is er aan die eerste oorzaak iets te doen, en dat begint bij meer kennis. Ik deed een rondvraag bij mensen die verborgen uitsluiting ervaren en zette de meest voorkomende en onverwachte gevallen op een rijtje.

Sanitair

Laten we beginnen met het minst propere: het kleine hokje. Er zijn tegenwoordig genoeg alleenstaande vaders, of tout court vaders die luiers verschonen, en toch tref je zelden een verschoontafel aan in mannentoiletten. Voor een meer verborgen geval van sanitaire uitsluiting moet je even kijken naar de vuilbakken in de mannentoiletten. Juist: er zijn er geen. Vaak wordt vergeten dat onder andere trans*mannen ook nog hun menstruatieperiode doormaken. Of wat dacht je van mensen die een blaasprobleem hebben en hun opvangmateriaal nergens kwijt kunnen?

“Niet iedereen kan vijf minuten tijd vrijmaken om te bewijzen dat ze eigenlijk geen tijd hebben om iets te bewijzen.”

Als we dan even een kijkje nemen in de openbare toilettenscene: voor mannen zijn er al vaker opties voorhanden. In de straten zie je meer en meer urinoirs staan. Desnoods kan er een boom worden uitgekozen. Wel niet praktisch als rechtstaand plassen geen optie is, laat staan als je een darmpatiënt bent. Als de nood hoog is, laten zaakeigenaars je vaak in de kou staan omdat ze denken dat je een excuus verzint. Niet iedereen kan vijf minuten tijd vrijmaken om te bewijzen dat ze eigenlijk geen tijd hebben om iets te bewijzen.

Als je dan na je toiletbezoek je handen wil wassen, moet je hopen dat er geen goedkoop zeepmachientje hangt. Sommige goedkope automatische zeepdispensers herkennen geen donkere huidskleur. Zelfs een zeepmachientje discrimineert soms, en prettig is dat niet.

Onderwijs

Het feit dat er in het onderwijs te weinig wordt gepraat over de pijnlijke geschiedenis van België laten we even ter zijde. Naast een inclusief lesaanbod is inclusief onderwijs voor iedereen ook een enorme opgave. Toch zijn er een aantal problemen die makkelijk van de baan kunnen worden geveegd. Als bijvoorbeeld aan het begin van de dag de leerkracht ‘dag iedereen’ in plaats van ‘dag jongens en meisjes’ zou zeggen, voelt iedereen zich aangesproken, ook degenen die zich buiten deze binaire hokjes bevinden.

Dat geldt trouwens voor de maatschappij in het algemeen. Niet iedereen is op de hoogte van het breed genderspectrum of wil dit accepteren. Toen vorig jaar in Nederland de nationale spoorwegenorganisatie ‘beste reizigers’ de norm maakte, volgde er protest. Veel mensen wilden ‘dames en heren’ behouden. Misschien wordt het tijd dat er niet meer zo krampachtig aan hokjes wordt vastgehouden. In enquêtes of op websites zou bijvoorbeeld een derde genderhokje, naast ‘man’ en ‘vrouw’, geen overbodige luxe zijn. Of als het niet nodig is voor het onderzoek, laat die hokjes gewoon vallen. Robin Mier, een genderqueer persoon, deelt zijn ervaring: “Onderzoeken kunnen een compleet ander beeld schetsen afhankelijk van in hoeverre er rekening wordt gehouden met iemand hun gender en genderverleden. Als ik een enquête zou invullen over seksuele intimidatie op straat zou ik bij gender ‘man’ invullen. Maar mijn antwoorden komen waarschijnlijk uit mijn verleden, waar ik 19 jaar als vrouw heb geleefd.”

“De verschillen tussen leerlingen onderling zijn veel groter dan de verschillen tussen genders.”

Ook binnen het sportaanbod op scholen, vind je een rugbyteam dat er enkel voor jongens is want ‘meisjes spelen toch geen rugby’ of het koor dat enkel uit meisjes bestaat want ‘jongens doen toch liever iets ruiger’. Vanaf de jaren 80 werd het gemengd onderwijs veralgemeend, maar in veel scholen zijn er nog steeds gescheiden lessen lichamelijke opvoeding. Ook hier wordt binair gedacht over geslacht en gender. De verschillen tussen leerlingen onderling zijn veel groter dan de verschillen tussen genders.

Als we voorbij de genderhokjes kijken, zien we ook veel problemen bij de hokjes die er gevormd zijn rond een ‘normaal’ en een ‘afwijkend’ brein. Kinderen en jongeren die geen ‘gemiddeld’ brein hebben, vallen vaak uit de boot in het regulier onderwijs. Ze worden vaak bestempeld ‘met een beperking’. Mensen met bijvoorbeeld autisme, ADHD, ADD, hebben geen beperkt maar een verrijkend brein. Net zoals bij het genderspectrum wordt er bij deze stempels te vaak aan de hokjes ‘normaal’ en ‘abnormaal’ gedacht.

Autisme stuit in het onderwijs ook nog vaak op onwetendheid. Er werd voor een lange tijd aangenomen dat 70 tot 80% van de personen met een autismespectrumstoornis ook verstandelijk beperkt was. Recentere studies laten zien dat dit eerder opschuift naar 45 tot 50%. Terwijl deze leerlingen vaak naar een school worden gestuurd buiten het regulier onderwijs, zouden ze meestal wel kunnen functioneren binnen het regulier onderwijs. Het hangt grotendeels af van in welke mate er werk wordt gemaakt van een persoonlijke onderwijsmethode in plaats van een ‘one for all’-methode.

Kledij

Ook in de kledingsector heerst de hokjesverdeling nog steeds. “De eerste verdieping is voor mannen en de tweede voor vrouwen.” Wat met mannen die een rokje willen dragen en vrouwen die een das willen dragen? Mensen die tussen of buiten de hokjes zweven moeten maar naar de Hema voor hun genderneutrale kledij. Vrouwen die zakken in hun broeken willen hebben waar effectief iets in past, moeten tussen de rekken van de ‘mannen’-broeken op jacht gaan.

Die rekken hangen trouwens regelmatig hoog in de lucht. Personen die in een rolstoel zitten of kleiner zijn dan pakweg 1m45, moeten altijd om hulp vragen. Ontspannen snuisteren zit er voor hen niet in.

Voor rolstoelgebruikers is dit niet de enige drempel: die voor de deur kan er al voor zorgen dat ze de winkel niet binnen raken. En niet enkel in winkels maar ook in restaurants, openbare plaatsen en zelfs ziekenhuizen is er te weinig toegankelijkheid. Siebe Boschker, rolstoelgebruiker, getuigt: “Frustraties leiden tot grote teleurstellingen. Zo moest ik tijdens een opname in Asster, een psychiatrische ziekenhuis, beneden blijven zitten terwijl de rest van de groep boven met een sessie bezig was. Er was geen lift in het gebouw.”

Voedsel

Naast smalle gangpaden in restaurants, zijn er ook weinig vegetarische en vegan opties. En nee, een tomaat met vier blaadjes sla ernaast is geen vegan optie. Hoewel het bewust dier- en milieuvriendelijker eten aan in de lift zit (bijna de helft van de Belgen hebben in het laatste jaar hun vleesconsumptie verminderd), steeg het vega aanbod in verhouding niet. Daarnaast wordt er ook te weinig rekening gehouden met andere voorkeuren en allergieën. Zo zijn er mensen die geen zout kunnen eten voor hun gezondheid, een feit waar bijna niemand bij stilstaat.

“Het is belangrijk om te beseffen dat niet alle beperkingen en noden zichtbaar zijn.”

Als er op een foodfestival al vegetarische, vegan en glutenvrije opties zijn, moet je nog wijs geraken uit het bonnetjessysteem. 4,5 bonnetjes voor je eten en 2,5 bonnetjes voor je drankje, daarbovenop moet je nog eens 2 bonnetjes voor een glas bijleggen die je dan terugkrijgt als je het glas binnenbrengt. De bonnetjes voor drank en eten hebben ook vaak nog verschillende namen. Als je er zelf al moeite mee hebt, denk dan even aan mensen met dyscalculie.

Het is belangrijk om te beseffen dat niet alle beperkingen en noden zichtbaar zijn. Niet enkel mensen in een rolstoel hebben problemen met lopen en niet enkel iedereen die je in de bus vraagt om te zitten, is een brutaal nest.

Hoe het beter kan

De lijst van exclusie, al dan niet verborgen, kan eindeloos doorgaan. De gevolgen ook. Personen die, al dan niet bewust, worden uitgesloten gaan bijvoorbeeld sociale contacten vermijden, krijgen een lager zelfbeeld en ontwikkelen meer stress en angsten. Dit kan onder andere resultaten op werk en school beïnvloeden, een schuldgevoel veroorzaken, lijden tot interesseverlies, depressie of zelfmoordgedachten.

Uitsluiting zit overal in verweven en kan de druppel of de liters zijn die de emmer doen overlopen. Gelukkig zijn er een aantal manieren om exclusie te voorkomen die vaak weinig moeite kosten als je er eenmaal van bewust bent. Ik zet er voor jou even een paar op een rijtje.

“Uitsluiting zit overal in verweven en kan de druppel of de liters zijn die de emmer doen overlopen.”

Voor bedrijven is het belangrijk in het aanwervingsproces en op de werkvloer niet te discrimineren. Om hier tips over te krijgen, kan je altijd terecht bij Unia, een instelling die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert. Voor een meer toegankelijk gebouw kan je altijd even dit handboek raadplegen.

Wat je zelf nu al meteen kan doen, is gewoon even rondkijken: is het gemakkelijk om overal met een rolstoel door te kunnen? Kunnen die gendersymbooltjes op de toiletdeuren er evengoed af worden gehaald en zijn er in alle toiletten dezelfde voorzieningen? Zijn er tijdens de lunch vega-opties? Wat zeker belangrijk is: wordt er naar de noden van de werknemers gevraagd en wordt er besproken wat collega’s samen kunnen doen om te zorgen dat iedereen zich op z’n plek voelt?

In je eentje kan je ook zeker een verschil maken. Als je ergens tegenaan loopt waarvan je denkt dat het iemand uitsluit, bijvoorbeeld op het openbaar vervoer of in een winkel, laat het dan even weten aan de verantwoordelijke. Vaak kan dit gemakkelijk opgelost worden.

“Met een open vizier en wat inlevingsvermogen komen we al een heel eind.”

Kijk wat vaker op van je smartphone op het openbaar vervoer, en verleen eens assistentie als je ziet dat iemand dat kan gebruiken. Als je dan toch aan het scrollen bent, let even op de aanspreekvormen op enquêtes en websites. Stuur een mailtje als die te binair zijn. Als je iemand nog niet kent, probeer hen dan ook neutraal aan te spreken. ‘Die/hun’ kan een optie zijn evenals gewoon hun naam of een neutraal woord zoals ‘persoon’.

Onthoud vooral ook: je kunt niet altijd zien waar mensen mee worstelen. Met een open vizier en wat extra inlevingsvermogen komen we al een heel eind. Zoals Julie Foudy, de eerste Amerikaan en vrouw die de FIFA Fair Play Award won, zegt: “If you don’t think a small act can make a difference, try going to sleep with a mosquito in the room.”

Foto’s: Istock

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg: 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen